“Hij is een Vader der wezen, en een Rechter der weduwen; God, in de woonstede Zijner heiligheid.”
God noemt Zich in dit vers Rechter der weduwen: Hij neemt het op voor wie geen man meer naast zich heeft. Het volgende vers zegt dat Hij "de eenzamen zet in een huisgezin". Een tekst die de achterblijvende partner zelf vaak kiest voor de rouwkaart of als lijfspreuk voor de jaren erna.
“Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam;”
De Heere spreekt hier Zijn volk aan als een verlaten vrouw; het vers ervoor noemt "den smaad uws weduwschaps". Het gaat dus eerst over Israël, maar de woorden hebben voor een weduwe een eigen gewicht: de Maker blijft, als de man er niet meer is. Lees het voor uzelf, op een kaart klinkt het misschien te stellig voor de eerste dagen.
“De HEERE bewaart de vreemdelingen; Hij houdt den wees en de weduwe staande;”
"Staande houden" is precies wat een weduwe of weduwnaar nodig heeft als de grond onder de voeten wegvalt. De psalm noemt het tussen andere daden van God die zwakken beschermt. Geschikt voor een kaart aan iemand die net alleen is komen te staan.
“Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de liefde is sterk als de dood;”
Het Hooglied bezingt de liefde tussen bruid en bruidegom, en de kerk heeft het ook gelezen als beeld van Christus en Zijn gemeente. Op de rouwkaart van een man of vrouw zegt het dat de liefde die God in dit huwelijk gaf, sterk was als de dood: zij hield stand tot het einde. Kies het als het huwelijk ook in deze liefde gedragen werd.
“Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.”
Asaf zegt het eerlijk: vlees en hart bezwijken. Wie met de partner ook een deel van het eigen leven verloor, kent dat. Daartegenover staat God als blijvend Deel. Een tekst die veel weduwen en weduwnaars voor de rouwkaart kiezen, en ook voor de grafsteen van twee echtgenoten samen.
“Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat;”
De hand die u jaren vasthield, is er niet meer. De psalmist zegt dat God zijn rechterhand gevat heeft. Lees vers 23 tot 26 samen bij de rouwdienst of in de eerste avonden alleen.
“Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; … zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot.”
De ochtenden zijn voor veel weduwen en weduwnaars het zwaarst: wakker worden en beseffen dat de ander er niet is. Deze woorden zeggen dat Gods barmhartigheden elke morgen nieuw zijn. Een tekst om naast het bed te leggen.
“Ik zal u niet begeven, en Ik zal u niet verlaten.”
Een belofte die teruggaat op het woord aan Jozua (Jozua 1:5). Wie door de dood verlaten is door de mens met wie zij of hij het leven deelde, mag weten dat God niet weggaat. Kort genoeg voor een kaartje.
“Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen;”
De Heere belooft niet dat het water er niet zal zijn, maar dat Hij erbij is. De eerste maanden na het overlijden van een partner voelen voor velen als door een rivier gaan. Een troostrijke tekst voor een condoleancekaart.
“Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.”
Het dal van de schaduw des doods gaat ook de achterblijvende partner door, in de weken van ziekte, sterven en afscheid. "Gij zijt met mij" wordt hier het hart van de psalm. Een tekst om samen te lezen bij de kist, of bij de rouwdienst met de hele psalm.
“In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden.”
Het eigen huis is stil geworden. Christus spreekt over het huis van Zijn Vader, waar Hij plaats bereidt. Voor wie een gelovige man of vrouw verloor, een tekst over waar de ander nu is en waar de eigen weg heen gaat.
“hebbende begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste.”
Paulus schrijft over zijn eigen sterven: met Christus zijn is zeer verre het beste. Weduwen en weduwnaars citeren dit soms als zij een partner verloren die zelf naar de Heere verlangde, vaak na een lange ziekte. Het neemt het gemis niet weg, maar zet het in een ander licht.
“Zalig zijn de doden, die in den Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen.”
Een vaste tekst op rouwkaarten van wie een leven lang in trouw gewerkt en gezorgd heeft. Dat zij "rusten mogen van hun arbeid", past bij een man of vrouw die tot het laatst voor het gezin klaarstond. Ook geschikt als grafschrift.