“Zij dan viel bitterlijk bedroefd zijnde, zo bad zij tot den HEERE, en zij weende zeer.”
Hanna bidt niet beheerst, maar bitter bedroefd en wenend. De Bijbel schaamt zich niet voor haar tranen, en u hoeft dat ook niet. Een tekst om te lezen op een dag dat het verdriet weer bovenkomt, bijvoorbeeld bij het bericht dat iemand anders zwanger is.
“Ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN.”
De priester Eli begreep Hanna verkeerd en dacht dat zij dronken was. Wie kinderloos is, wordt vaak ook niet begrepen, zelfs in de kerk. Hanna verdedigt zich niet lang; zij zegt alleen waar zij was: voor het aangezicht van de Heere. Zo mag u uw ziel uitstorten, met woorden of zonder.
“Hoe lang, HEERE, zult Gij mij steeds vergeten? Hoe lang zult Gij Uw aangezicht voor mij verbergen?”
Kinderloosheid is vaak een verdriet dat elke maand opnieuw begint. De vraag "hoe lang?" staat gewoon in de Psalmen en mag in uw gebed staan. Psalm 13 eindigt met vertrouwen (vers 6), maar de dichter komt daar pas na de klacht. Lees de hele psalm, die maar zes verzen telt.
“HEERE! voor U is al mijn begeerte; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.”
Een kort vers voor wie niet meer weet wat te bidden. De Heere kent het verlangen al, ook het zuchten dat u voor anderen verbergt. Geschikt om bij u te dragen of aan de binnenkant van uw Bijbel te schrijven.
“De uitgestelde hoop krenkt het hart; maar de begeerte, die komt, is een boom des levens.”
Spreuken zegt eerlijk dat uitgestelde hoop pijn doet aan het hart. Dat erkennen is al een troost: het is geen gebrek aan geloof dat het wachten u slijt. Lees dit vers niet als belofte dat de begeerte zeker komt; het is een waarneming over het menselijk hart.
“Als nu Rachel zag, dat zij Jakob niet baarde, zo benijdde Rachel haar zuster; en zij zeide tot Jakob: Geef mij kinderen! of indien niet, zo ben ik dood.”
Rachel schreeuwt het uit, en de Bijbel laat ook haar jaloezie op haar zuster zien. Wie zich schaamt voor bittere gedachten bij een geboortekaartje van een ander, herkent zich hier. Jakob antwoordt in vers 2 dat hij niet in de plaats van God staat; ook een echtgenoot kan het verlangen niet vervullen. Een tekst om samen te lezen en over door te praten.
“Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela.”
Vertrouwen en het hart uitstorten staan hier naast elkaar. Vertrouwen betekent dus niet dat u uw verdriet moet wegslikken. Een tekst voor een echtpaar dat samen wil bidden en niet weet hoe het moet beginnen.
“De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest.”
Kinderloosheid maakt soms eenzaam: anderen praten over hun kinderen, en u zwijgt. Deze tekst zegt dat de Heere juist dichtbij is bij wie gebroken is. Geschikt voor een kaart of als tekst bij een bezoek.
“Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde! Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.”
Tegen het einde van zijn psalm komt Asaf tot een belijdenis die niet afhangt van wat hij op aarde krijgt. Dat is geen tekst om iemand voor te houden die net slecht nieuws kreeg. Wel een tekst waar velen na lange jaren van wachten naartoe gegroeid zijn: God Zelf als het Deel dat niemand afneemt.
“Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil des HEEREN.”
Stil zijn is hier geen berusting zonder hoop, maar wachten op de Heere. Klaagliederen 3 begint met de diepste klacht en komt pas daarna bij deze woorden. Lees vers 22 tot 33 als geheel.
“Ik zal hen ook in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven, beter dan der zonen en dan der dochteren; een eeuwigen naam zal Ik een ieder van hen geven, die niet uitgeroeid zal worden.”
De Heere spreekt hier tot mensen die geen nageslacht konden krijgen (vers 3 en 4) en die daarom dachten dat hun naam zou verdwijnen. Hij belooft hun een plaats in Zijn huis en een naam "beter dan der zonen en dan der dochteren". Een rijke tekst voor wie bang is dat zijn leven zonder kinderen geen spoor nalaat.
“Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal; Zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils.”
Habakuk somt op wat er allemaal niet is, en zegt dan: nochtans. De tekst gaat over een mislukte oogst, niet over kinderen, maar het woord "nochtans" spreekt velen aan die zonder vervulling verder moeten. Gebruik hem voor uzelf; aan een ander geeft u hem alleen als die er zelf aan toe is.
“De HEERE is het deel mijner erve, en mijns bekers; Gij onderhoudt mijn lot.”
In Israël ging de erve over op de kinderen; daarom was kinderloosheid ook een zorg om het erfdeel. David noemt de Heere Zelf zijn erfdeel en zegt dat God zijn lot in handen houdt. Een tekst voor een jubileumkaart of verjaardag van een echtpaar zonder kinderen, liefst als u weet dat zij zelf zo over hun leven spreken.