Ga naar hoofdinhoud

Geloofsbelijdenis van Nicea: één God, de almachtige Vader

In het kort

Het eerste deel van de Geloofsbelijdenis van Nicea belijdt één God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde. Tegenover de vele goden van de oude wereld zegt het dat er maar één God is. Alles wat bestaat, zichtbaar en onzichtbaar, heeft Hij gemaakt.

De tekst van Nicea, deel 1

Ik geloof in één God, den almachtigen Vader, Schepper des hemels en der aarde, aller zienlijke en onzienlijke dingen.

Tekst: traditionele Nederlandse kerkboektekst, naar de uitgave van de Gereformeerde Bijbelstichting. Publiek domein.

De Geloofsbelijdenis van Nicea opent met de woorden 'Ik geloof in één God'. Dit eerste deel belijdt één God, de almachtige Vader, en noemt Hem de Schepper van alles. Het is maar één zin, maar die zin legt de grond onder de hele belijdenis. Wat later over de Zoon en de Heilige Geest gezegd wordt, rust op deze ene God.

Eén God tegenover vele goden

Het kleine woord één draagt veel gewicht. De eerste christenen leefden in een wereld vol goden. Steden hadden hun eigen beschermgoden, en ook de keizer werd goddelijk vereerd. Wie belijdt dat er maar één God is, zegt daarmee dat al die goden geen goden zijn. De psalmist zegt het scherp: "al de goden der volken zijn afgoden".

Die belijdenis is niet nieuw. Israël hoorde al dat "de HEERE, onze God, is een enig HEERE". Enig betekent hier: de enige, zonder een tweede naast Hem. Paulus herhaalt het voor de gemeente in Korinthe. In die stad waren er velen "die goden genaamd worden". Toch schrijft hij: "Nochtans hebben wij maar een God, den Vader".

De almachtige Vader

Nicea noemt deze ene God 'den almachtigen Vader'. Dat is de oude vorm van de almachtige Vader. God is in de eerste plaats de Vader van Zijn eigen Zoon. Het tweede deel van de belijdenis werkt dat uit: de Zoon is uit de Vader geboren vóór alle eeuwen. God is dus niet pas Vader geworden toen Hij mensen maakte.

Hoe kan de ene God toch Vader, Zoon en Heilige Geest zijn? Het woord één sluit veelgoderij uit, maar niet de Zoon en de Geest. Over de Zoon en de Heilige Geest gaan de volgende delen van de belijdenis.

Almachtig betekent dat niets voor God te zwaar is. Die macht staat niet los van Zijn Vaderschap. De God Die alles kan, is dezelfde God Die als Vader over de Zijnen waakt.

Schepper van zienlijke en onzienlijke dingen

Daarna noemt de belijdenis Hem 'Schepper des hemels en der aarde'. De Bijbel begint daar ook mee: "In den beginne schiep God den hemel en de aarde". God gebruikte geen materiaal dat er al was. Hij heeft alles door Zijn woord voortgebracht.

Nicea voegt eraan toe: 'aller zienlijke en onzienlijke dingen'. Aller betekent van alle. Zienlijk is een oud woord voor zichtbaar, onzienlijk voor onzichtbaar. Zichtbaar zijn de sterren, de zee, de dieren en de mensen. Onzichtbaar zijn onder meer de engelen. Paulus noemt die machten bij naam: "hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten". Ook zij zijn schepselen en geen goden naast God.

Nicea zegt: alles komt van de ene God. Daarom is de geschapen wereld goed, en daarom mag geen engel of geest aanbeden worden. Paulus schrijft bovendien dat alle dingen door de Zoon geschapen zijn. Zo wijst dit deel al vooruit naar het volgende.

Hetzelfde geloof als het Apostolicum

Wie de Apostolische Geloofsbelijdenis kent, herkent dit deel meteen. Ook daar staat het geloof in God de Vader, de Almachtige, de Schepper van hemel en aarde. Nicea zegt hetzelfde, met twee toevoegingen. Het woord één legt de nadruk op de enigheid van God. De woorden over zienlijke en onzienlijke dingen maken duidelijk dat werkelijk niets buiten Zijn scheppen valt.

De catechismus deelt de artikelen van het geloof in drie delen. Ze gaan over de Vader en onze schepping, de Zoon en onze verlossing, de Geest en onze heiligmaking. Nicea volgt dezelfde lijn. Zondag 9 legt het eerste deel uit. Het loopt erop uit dat deze Schepper om Christus' wil ook de Vader is van wie in Hem gelooft.

Wat dit deel u leert

Ook nu kent de wereld vele goden, al heten ze anders. Bezit, gezondheid, succes of de mening van anderen kunnen het hart gaan beheersen. Wie belijdt 'Ik geloof in één God', zegt dat geen van die dingen God is. Dat maakt vrij, want u hoeft niet vele heren te dienen.

Bovendien weet u Wie de onzichtbare dingen regeert. Er is geen macht die buiten de Schepper om bestaat. Daarom kan de gelovige met Paulus zeggen dat hij voor God leeft en naar Hem op weg is. Hij is het begin en het doel van ons leven.

Bijbelse onderbouwing

  • Deuteronomium 6:4

    “Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!”

    Israël hoort dat de HEERE, zijn God, de enige HEERE is, en daarmee is elke andere god afgewezen.

    Uitleg bij Deuteronomium 6

  • 1 Korinthe 8:6

    “Nochtans hebben wij maar een God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar een Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem.”

    Paulus stelt tegenover de vele zogenaamde goden in Korinthe de ene God, de Vader, uit Wie alle dingen zijn.

  • Kolossenzen 1:16

    “Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;”

    Paulus noemt alles in de hemel en op de aarde, zichtbaar en onzichtbaar, schepselen die door de Zoon gemaakt zijn.

  • Genesis 1:1

    “In den beginne schiep God den hemel en de aarde.”

    De Bijbel opent met God als de Schepper van hemel en aarde, zoals ook dit deel van de belijdenis doet.

  • Psalm 96:5

    “Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt.”

    De psalmist noemt de goden der volken afgoden en de HEERE de Maker der hemelen; zo verbindt ook dit deel de ene God met de schepping.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De oudste vorm van deze belijdenis werd in 325 vastgesteld op het concilie van Nicea. Ook die eerste versie begon met het geloof in één God, de almachtige Vader, Maker van alle zichtbare en onzichtbare dingen. Het grote twistpunt van dat concilie lag niet bij dit deel, maar bij de Zoon. Toch was dit begin belangrijk in een heidense omgeving, waar ook leraren de schepping aan een lagere macht toeschreven.

Het concilie van Constantinopel in 381 bevestigde de belijdenis en breidde haar uit. In dit eerste deel kwamen toen de woorden over hemel en aarde erbij. De tekst die in de kerk gelezen wordt, is deze uitgebreide vorm. De tekst van de concilies begint met: wij geloven. In de eredienst werd dat: ik geloof.

Om over door te praten

  1. Waarom zou de belijdenis het woord één zo nadrukkelijk vooraan zetten?
  2. Hoe kan de kerk één God belijden en toch de Vader, de Zoon en de Heilige Geest aanbidden?
  3. Wat zegt het u dat ook de onzichtbare dingen, zoals de engelen, schepselen van God zijn?
  4. Welke dingen dreigen in uw eigen leven de plaats van God in te nemen?
  5. Wat voegt Nicea toe aan wat u uit de Apostolische Geloofsbelijdenis al kende?

Verder lezen