Het Shema: Het Hart van het Geloof (Deuteronomium 6:4-5)
Deuteronomium 6 bevat een van de meest bekende passages uit de hele Bijbel: het Shema. Het woord 'Shema' betekent 'hoor' in het Hebreeuws en vormt het begin van vers 4: 'Hoor, Israël! De HEERE, onze God, is een enig HEERE.' Deze verklaring van Gods eenheid werd het fundament van het joodse geloof en blijft tot vandaag een centrale belijdenis.
Het tweede deel van het Shema, in vers 5, bevat wat Jezus later zou aanduiden als het grootste gebod: 'En gij zult de HEERE, uw God, liefhebben met uw ganse hart en met uw ganse ziel en met uw ganse kracht.' Deze liefde voor God moet totaal en ongedeeld zijn - het betreft ons hele wezen.
Het Onderwijs aan Kinderen (Deuteronomium 6:6-9)
Mozes benadrukt het belang van het overdragen van Gods geboden aan de volgende generatie. De instructies zijn zeer praktisch: ouders moeten Gods woorden op hun hart hebben en ze 'met nadruk inprenten' aan hun kinderen. Dit onderwijs moet niet beperkt blijven tot formele momenten, maar moet doorlopend plaatsvinden - 'als gij in uw huis zit en als gij op de weg gaat, als gij nederligt en als gij opstaat.'
De symbolische handelingen die beschreven worden - het binden van Gods woorden aan de hand en het voorhoofd, en het schrijven op deurposten - illustreren hoe allesomvattend de toewijding aan God moet zijn. Deze praktijken werden later letterlijk uitgevoerd door gelovige joden met tefillin (gebedsdoosjes) en mezoeza's (deurpaalrollen).