Ga naar hoofdinhoud

Geloofsbelijdenis van Athanasius, vers 1-2: het algemeen geloof

In het kort

Vers 1 en 2 van de Geloofsbelijdenis van Athanasius zeggen dat het ware geloof vóór alles nodig is. Wie zalig wil worden, moet het algemeen christelijk geloof vasthouden en geheel bewaren. Het gaat daarbij om het belijden van de ware God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

De tekst van Athanasius, vers 1-2

1. Zo wie wil zalig zijn, dien is vóór alle dingen nodig, dat hij het algemeen geloof houde;

2. en zo wie dit niet geheel en ongeschonden bewaart, die zal zonder twijfel eeuwiglijk verloren gaan.

Tekst: traditionele Nederlandse kerkboektekst, naar de uitgave van de Gereformeerde Bijbelstichting. Publiek domein.

De Geloofsbelijdenis van Athanasius opent met een ernstige waarschuwing. Wie zalig wil worden, heeft volgens deze verzen eerst en vooral het ware geloof nodig. De belijdenis noemt dat geloof het algemeen geloof. Wie het vasthoudt en ongeschonden bewaart, wordt behouden. Wie het loslaat, gaat verloren. Pas vanaf vers 3 zegt de belijdenis wat dat geloof inhoudt: de ene God in drie Personen.

Wie zalig wil zijn

De belijdenis begint met 'Zo wie wil zalig zijn'. Zo wie betekent: wie dan ook, niemand uitgezonderd. Zalig zijn is hier meer dan gelukkig zijn. Het betekent behouden worden van de zonde en de toorn van God, en eeuwig bij Hem leven. Petrus zegt van Christus dat er geen andere Naam is, "door Welken wij moeten zalig worden".

Dan volgt: 'dien is vóór alle dingen nodig'. Dien is een oude vorm van voor hem. Vóór alle dingen betekent: allereerst, boven alles. Het geloof is dus geen bijzaak naast een net leven of een kerkelijke gewoonte. De brief aan de Hebreeën zegt het even stellig: "zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen".

Het algemeen geloof

Wat bedoelt de belijdenis met het algemeen geloof? Algemeen is de oude vertaling van het Latijnse woord catholica. Het gaat om het geloof van de hele kerk, op alle plaatsen en in alle tijden. Het woord wijst dus niet op de Rooms-Katholieke Kerk. Het wijst op het geloof dat de apostelen hebben doorgegeven en dat de kerk sindsdien beleden heeft.

Hetzelfde woord staat in de Heidelbergse Catechismus. In zondag 7 noemt die de artikelen van het geloof "ons algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof". Judas schrijft over "het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is". Dat geloof hoeft niet meer bedacht te worden. Het is gegeven en gaat van geslacht op geslacht over.

De belijdenis zegt dat iemand 'het algemeen geloof houde'. Houde is een oude vorm van houden, de aanvoegende wijs. Die vorm zegt hier wat nodig is. Houden betekent hier vasthouden, zoals u iets kostbaars vasthoudt. De catechismus leert in dezelfde zondag dat een waar geloof meer is dan kennis alleen. Het is ook een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest in het hart werkt.

Geheel en ongeschonden bewaren

Vers 2 zegt dat dit geloof 'geheel en ongeschonden' bewaard moet worden. Geheel betekent: niet maar een deel ervan. Ongeschonden betekent: niet beschadigd of afgebrokkeld. Het geloof hangt samen als één geheel. Wie de Godheid van de Zoon wegneemt, houdt geen half geloof over, maar een ander geloof. Johannes schrijft: "Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet".

Bewaren is ook een bijbels woord. Paulus schrijft aan Timotheüs: "bewaar het pand u toebetrouwd". Een pand is iets wat u in bewaring krijgt en ongeschonden moet teruggeven. Zo heeft de kerk het geloof niet in eigendom. Zij heeft het ontvangen om het trouw door te geven.

Scherpe woorden, eerlijk gelezen

Het slot van vers 2 is scherp: wie dit geloof niet bewaart, 'die zal zonder twijfel eeuwiglijk verloren gaan'. Eeuwiglijk betekent voor altijd. Deze woorden zijn niet bedacht om mensen bang te maken. Ze zeggen wat de Bijbel ook zegt. In het Johannesevangelie staat het even ernstig: "die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien".

Toch vraagt de belijdenis geen examen in theologische begrippen. Ze vraagt dat u de ware God belijdt en aanbidt: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Christus zegt in Zijn gebed dat het eeuwige leven is "dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God". Kennen is daar meer dan weten. Het is God kennen als uw God, in vertrouwen op Christus.

Het woord bewaren laat zien waar de scherpte op gericht is: op het belijden van de ware God Zelf. Wie de Drie-enige God loochent of het geloof vervalst, houdt het niet geheel. Over een zwak geloof of een gebrekkig begrip spreekt de belijdenis hier niet.

Wat deze verzen u leren

Deze opening vraagt om een persoonlijk antwoord. Het is niet genoeg dat de kerk het goede belijdt, als u er zelf buiten blijft. De vraag is of u Christus kent als de enige Naam tot zaligheid. Wie dat geloof ontvangen heeft, mag het bewaren. Dat doet u niet in eigen kracht, maar door te blijven bij het Woord en bij de gemeente. Zo wordt het algemeen geloof ook uw geloof.

Bijbelse onderbouwing

  • Hebreeën 11:6

    “Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.”

    Zonder geloof kan niemand God behagen, en daarom noemt vers 1 het geloof vóór alle dingen nodig.

    Uitleg bij Hebreeën 11

  • Johannes 3:36

    “Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.”

    Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; de ernst van vers 2 sluit aan bij wat hier over ongehoorzaamheid aan de Zoon staat.

  • Judas 1:3

    “Geliefden, alzo ik alle naarstigheid doe om u te schrijven van de gemene zaligheid, zo heb ik noodzaak gehad aan u te schrijven en u te vermanen, dat gij strijdt voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is.”

    Judas spoort de gelovigen aan te strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd en dus niet veranderd mag worden.

  • Handelingen 4:12

    “En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”

    Petrus zegt dat de zaligheid alleen in Christus is, en daarom begint de belijdenis bij het geloof als de weg om zalig te zijn.

  • Johannes 17:3

    “En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.”

    Het eeuwige leven ligt in het kennen van de enige waarachtige God en van Christus; daarom zet de belijdenis het ware geloof voorop.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De belijdenis draagt de naam van Athanasius, de bisschop van Alexandrië die in de vierde eeuw de Godheid van de Zoon verdedigde. Hij heeft haar echter niet geschreven. Athanasius schreef in het Grieks, terwijl deze belijdenis in het Latijn is opgesteld. Ze ontstond waarschijnlijk in het zuiden van Gallië, aan het eind van de vijfde of het begin van de zesde eeuw. Naar haar Latijnse beginwoorden heet ze ook Quicumque vult.

De eerste twee verzen en het slotvers 44 vormen samen een omlijsting. Ze zeggen wat er op het spel staat bij de leer over de Drie-eenheid en over Christus. In die tijd woonden in Gallië ook christenen, zoals de Goten, die de Zoon niet beleden als van hetzelfde wezen met de Vader. Artikel 9 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis neemt deze belijdenis later uitdrukkelijk aan.

Om over door te praten

  1. Waarom zou de belijdenis beginnen met de noodzaak van het geloof en niet meteen met de leer over God?
  2. Wat bedoelt de belijdenis met het algemeen geloof, en waarom wijst dat woord niet op de Rooms-Katholieke Kerk?
  3. Hoe kunt u een geloof dat u ontvangen hebt geheel en ongeschonden bewaren?
  4. Hoe verhouden de scherpe woorden van vers 2 zich tot wat Johannes 3:36 zegt?
  5. Wat betekent het voor uw eigen leven dat het eeuwige leven ligt in het kennen van de ware God?

Heidelbergse Catechismus

Verder lezen