Verwerping 1: Volharding is een gave, geen voorwaarde
Die leren: Dat de volharding der ware gelovigen niet is een vrucht der verkiezing, of een gave Gods, door den dood van Christus verworven; maar een voorwaarde des nieuwen verbonds, die de mens vóór zijn beslissende (gelijk zij spreken) verkiezing en rechtvaardigmaking door zijn vrijen wil moet volbrengen.
Want de Heilige Schrift getuigt, dat zij uit de verkiezing volgt, en door de kracht des doods, der verrijzenis en der voorbidding van Christus den uitverkorenen gegeven wordt: De uitverkorenen hebben het verkregen, en de anderen zijn verhard geworden (Rom. 11:7). Insgelijks: Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken? Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? (Rom. 8:32-35).
De eerste dwaling zegt dat de volharding geen vrucht van de verkiezing is en geen gave van God. Zij zou 'een voorwaarde des nieuwen verbonds' zijn, die de mens door zijn vrije wil moet vervullen. Pas daarna zou de mens beslissend verkozen en gerechtvaardigd worden. De synode antwoordt dat de volharding uit de verkiezing volgt. Christus heeft haar verworven door Zijn dood, opstanding en voorbede. Paulus zegt: "de uitverkorenen hebben het verkregen". In Romeinen 8 vraagt hij wie hen van de liefde van Christus zal scheiden.