Dordtse Leerregels hoofdstuk 5, artikel 15: een schat voor de kerk
In het kort
Dordtse Leerregels 5, artikel 15 belijdt dat de leer van de volharding een schat voor de kerk is. Het vlees begrijpt haar niet, satan haat haar en de wereld bespot haar. Maar de kerk, de bruid van Christus, heeft deze leer altijd liefgehad en verdedigd, en God zal zorgen dat dit zo blijft.
De tekst van DL V,15
Deze leer van de volharding der ware gelovigen en heiligen, mitsgaders van de verzekerdheid dezer volharding, welke God, tot Zijns Naams eer en tot troost der godvruchtige zielen, in Zijn Woord zeer overvloediglijk geopenbaard heeft, en in de harten der gelovigen indrukt, wordt wel van het vlees niet begrepen, en wordt van den satan gehaat, van de wereld bespot, van de onervarenen en schijnheiligen misbruikt, en van de dwaalgeesten bestreden; maar de bruid van Christus heeft haar altijd, als een schat van onwaardeerbaren prijs, zeer tederlijk bemind, en standvastiglijk verdedigd. En dat zij dit ook voortaan doe, zal God bezorgen; tegen Denwelken geen raad geldt, noch enig geweld iets vermag. Welken enigen God, Vader, Zoon en Heiligen Geest, zij eer en heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.
Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.
Artikel 15 is het slotstuk van hoofdstuk 5 van de Dordtse Leerregels. Het brengt geen nieuwe leerstelling, maar kijkt terug: God bewaart Zijn kinderen tot het einde, en zij mogen daarvan zeker zijn. Daarna laat het zien hoe verschillend mensen op die leer reageren. Voor de één is zij dwaasheid of ergernis, voor de kerk een schat. Het artikel eindigt met een lofprijzing van de drieënige God.
Een leer die God Zelf openbaarde
Het artikel noemt twee dingen samen: de volharding 'der ware gelovigen en heiligen' en 'de verzekerdheid dezer volharding'. Het oude woord 'mitsgaders' betekent: en ook. Deze leer is geen menselijke vondst. God heeft haar 'in Zijn Woord zeer overvloediglijk geopenbaard', dat wil zeggen: rijk en op veel plaatsen.
Bovendien drukt God haar in 'de harten der gelovigen' in. De Heilige Geest prent haar diep in het hart, zodat zij niet alleen gelezen, maar ook beleefd wordt. Ook noemt het artikel het doel. God openbaarde deze leer 'tot Zijns Naams eer en tot troost der godvruchtige zielen'. Godvruchtig betekent: God vrezend en liefhebbend. Deze leer is dus geen koele stelling, maar bedoeld om God te eren en bange gelovigen te troosten.
Van vele kanten bestreden
Dan somt het artikel op wie deze leer niet verstaan of niet willen. Zij wordt 'van het vlees niet begrepen'. Het vlees is hier de natuurlijke mens zonder de Geest. Paulus zegt dat "de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn". Zij wordt 'van den satan gehaat', omdat hij de gelovigen juist hun troost wil afnemen. En zij wordt 'van de wereld bespot', alsof zij een vrijbrief voor zorgeloosheid zou zijn.
Ook wordt zij 'van de onervarenen en schijnheiligen misbruikt'. Onervarenen kennen de strijd van het geloof niet van binnenuit. Schijnheiligen lijken vroom, maar zijn het niet. Zij maken van de zekerheid een rustbank, en redeneren zoals Paulus in Romeinen 6 al afwees: blijven in de zonde, opdat de genade groter wordt. Ten slotte wordt deze leer 'van de dwaalgeesten bestreden'. Daarbij moet u denken aan dwaalleraars, ook aan hen die in die tijd de volharding onzeker maakten.
Een schat voor de bruid
Tegenover al deze stemmen staat 'de bruid van Christus'. Zo noemt de Schrift de gemeente. Paulus schrijft dat "Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven". Deze bruid heeft de leer van de volharding 'altijd, als een schat van onwaardeerbaren prijs' bemind. Onwaardeerbaar betekent: zo kostbaar dat niemand de waarde kan schatten. Zij heeft haar 'zeer tederlijk bemind', met innige liefde, en zonder te wijken verdedigd.
Waarom is deze leer zo kostbaar? Omdat zij niet over de kracht van de gelovige gaat, maar over de trouw van God. Paulus vraagt wie ons zal scheiden "van de liefde van Christus", en hij antwoordt in Romeinen 8 dat niets dat kan. Wie zijn eigen zwakheid kent, heeft juist die zekerheid nodig.
God zal het bezorgen
Het artikel eindigt niet bij de kerk, maar bij God. Het zegt: 'dat zij dit ook voortaan doe, zal God bezorgen'. Bezorgen betekent hier: ervoor zorgen, het tot stand brengen. Dat de kerk deze leer blijft liefhebben en verdedigen, hangt dus niet aan haar eigen trouw. Het hangt aan God, 'tegen Denwelken geen raad geldt, noch enig geweld iets vermag'. Spreuken zegt het zo: "er is geen raad tegen den HEERE".
Zo bewaart God niet alleen de gelovige, maar ook de belijdenis van die bewaring in Zijn kerk. Dat is een troost in tijden waarin deze leer weinig gehoord of zelfs bespot wordt.
Een lofprijzing als slot
Het hoofdstuk eindigt met aanbidding: 'Welken enigen God, Vader, Zoon en Heiligen Geest, zij eer en heerlijkheid in eeuwigheid'. De ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest, krijgt alle eer, want de bewaring is van begin tot eind Zijn werk. Ook Judas eindigt zijn brief met lof op God, "Die machtig is u van struikelen te bewaren". Wie deze leer goed verstaat, wordt niet trots of zorgeloos, maar gaat God danken.
Bijbelse onderbouwing
“Evenwel het vaste fondament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn; en: Een iegelijk, die den Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid.”
Paulus wijst bij de opkomst van dwaalleraars op het vaste fondament van God, Die de Zijnen kent, zodat hun bewaring niet van mensen afhangt.
“Hem nu, Die machtig is u van struikelen te bewaren, en onstraffelijk te stellen voor Zijn heerlijkheid, in vreugde,”
Judas prijst God als Degene Die machtig is de gelovigen van struikelen te bewaren, en zo eindigt ook dit artikel met lof op God.
“Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of zwaard?”
Paulus vraagt wie ons van de liefde van Christus zal scheiden, en die vraag maakt duidelijk waarom de bruid deze leer als een schat bewaart.
“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;”
Christus heeft de Gemeente liefgehad en Zich voor haar overgegeven, en die Gemeente noemt het artikel de bruid van Christus.
“Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen den HEERE.”
Geen wijsheid, verstand of raad kan iets tegen de HEERE beginnen, zoals het artikel belijdt dat tegen God geen raad geldt.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
In de tijd van de synode was de leer van de volharding fel omstreden. De remonstranten bestreden haar, zoals de verwerpingen bij dit hoofdstuk laten zien. Artikel 15 noemt de tegenstand bij naam, maar eindigt niet in strijd. Het is het laatste artikel van de leerregels; daarna volgen nog de verwerping der dwalingen bij dit hoofdstuk en het Besluit. Zo eindigt de belijdenis van de volharding zelf met een lofprijzing van de drieënige God.
Om over door te praten
- Welke tegenstand tegen de leer van de volharding noemt artikel 15, en hoe verschillen vlees, satan, wereld, schijnheiligen en dwaalgeesten van elkaar?
- Waarom noemt het artikel deze leer een schat van onwaardeerbare prijs voor de bruid van Christus?
- Wat betekent het voor u dat niet de kerk, maar God ervoor zorgt dat deze leer bewaard blijft?
- Hoe gaat u om met mensen die deze leer bespotten of misbruiken, en wat leert dit artikel u daarover?
- Waarom eindigt een hoofdstuk over volharding met een lofprijzing van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest?