Ga naar hoofdinhoud

Het besluit van de Dordtse Leerregels

In het kort

In het besluit van de Dordtse Leerregels wijst de synode lasteringen tegen de gereformeerde leer af. Zij vraagt iedereen die leer te beoordelen naar de openbare belijdenis zelf en vermaant de predikers om haar stichtelijk en tot troost te verkondigen.

De tekst van DL, besluit

En dit is de naakte, eenvoudige en oprechte verklaring van de rechtzinnige leer der vijf artikelen, die in Nederland in verschil zijn, en meteen de verwerping der dolingen, waardoor de Nederlandse Kerken een tijdlang zijn beroerd geweest, welke verklaring en verwerping de Synode oordeelt uit het Woord Gods te zijn genomen, en met de belijdenis der Gereformeerde Kerken overeen te stemmen; waaruit klaarlijk blijkt, dat degenen, denwelken zulks het minst betaamde, tegen alle waarheid, billijkheid en liefde hebben gehandeld, die het volk hebben willen wijsmaken:

dat de leer der Gereformeerde Kerken van de predestinatie en de aanklevende hoofdstukken, door haren eigen aard en drijving de harten der mensen van alle godvruchtigheid en godsdienst afleidt;

dat zij een oorkussen is voor het vlees en den duivel, en een burcht des satans, waaruit hij allen mensen lagen legt, het merendeel van hen verwondt en velen van hen met de pijlen óf der wanhoop óf der zorgeloosheid dodelijk doorschiet.

Dat die leer God maakt een auteur der zonde, onrechtvaardig, een tiran en huichelaar, en dat zij niets anders is dan een vernieuwd Stoicisme, Manicheïsme, Libertijnschap en Turkendom;

dat zij de mensen vleselijk-zorgeloos maakt, als zichzelf daardoor wijs makende, dat het den uitverkorenen niet kan hinderen aan hun zaligheid, hoe zij ook leven, en zij daarom allerlei gruwelijke schelmstukken onbekommerd mogen bedrijven;

dat het dengenen, die verworpen zijn, ter zaligheid niet kan baten, al ware het, dat, zij ook al de werken der heiligen waarlijk mochten gedaan hebben;

dat daarmede geleerd wordt, dat God door het blote en loutere goeddunken van Zijn wil, zonder enig opzicht of aanmerking van enige zonde, het grootste deel der wereld tot de eeuwige verdoemenis voorbeschikt en geschapen heeft;

dat de verwerping op gelijke wijze de oorzaak is der ongelovigheid en goddeloosheid, gelijk de verkiezing is de fontein en oorzaak des geloofs en der goede werken;

dat vele onnozele kinderkens der gelovigen van de borsten der moeders worden afgerukt en tiranniglijk in het helse vuur geworpen, alzo dat hun noch het bloed van Christus baten kan, noch de Doop, noch het gebed der Kerken bij hun Doop,

en wat dergelijke andere dingen nog veel meer zijn, die de Gereformeerde Kerken niet alleen niet bekennen, maar ook van ganser harte met verfoeiing verwerpen.

Daarom, zo velen als er den naam onzes Zaligmakers Jezus Christus godvruchtiglijk aanroepen, dien betuigt deze Synode van Dordrecht door den naam des Heeren, dat zij van het geloof der Gereformeerde Kerken willen oordelen, niet uit lasteringen, die hier en daar uit samengeraapt zijn, ook niet uit private of bijzondere uitspraken van sommige, zo oude als nieuwe Leraren, die dikwijls ook te kwader trouw aangehaald, of verdorven en in een verkeerden zin verdraaid worden; maar uit de openbare belijdenis der Kerken zelf, en uit deze verklaring der rechtzinnige leer, die met eendrachtige overeenstemming van allen en een ieder lid der gehele Synode bevestigd is. Daarna vermaant dezelve Synode ook ernstiglijk de lasteraars, dat zij toezien, wat zwaar oordeel Gods zij op zich laden, die tegen zo vele Kerken en zo veler Kerken belijdenissen vals getuigenis spreken, de consciëntiën der zwakken beroeren, en bij velen de gemeenschap der ware gelovigen zoeken verdacht te maken. Ten laatste vermaant deze Synode alle mededienaars in het Evangelie van Christus, dat zij zich in het verhandelen van deze leer, beide in scholen en kerken, godvruchtiglijk en godsdienstiglijk gedragen: dezelve zowel met de tong als met de pen tot Gods eer, heiligheid des levens en vertroosting der verslagene gemoederen richten; dat zij met de Schrift naar de regelmaat des geloofs niet alleen gevoelen, maar ook spreken; en eindelijk van alle zulke wijzen van spreken zich onthouden, die de palen van den rechten zin der Heilige Schrift, ons voorgesteld, te buiten gaan, en die den dartelen sophisten rechtvaardige oorzaak geven mochten, om de leer der Gereformeerde Kerken te beschimpen of ook te lasteren. De Zoon Gods, Jezus Christus, Die, ter rechterhand Zijns Vaders zittende, den mensen gaven geeft, heilige ons in de waarheid; brenge diegenen, die verdwaald zijn, tot de waarheid; stoppe den lasteraars van de gezonde leer hun monden; en begave de getrouwe dienaars Zijns Woords met den Geest der wijsheid en des onderscheids, opdat alle hunne redenen mogen gedijen ter eer Gods en tot stichting der toehoorderen. Amen.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

Het besluit van de Dordtse Leerregels staat aan het einde van de vijf hoofdstukken. Het is geen zesde leerstuk, maar een slotwoord van de synode. Zij noemt haar werk 'de naakte, eenvoudige en oprechte verklaring van de rechtzinnige leer'. Naakt betekent hier: onopgesmukt. Rechtzinnig is zuiver in de leer. Deze verklaring is volgens de synode 'uit het Woord Gods te zijn genomen' en stemt overeen 'met de belijdenis der Gereformeerde Kerken'. De Voorrede, die vóór de leerregels staat, vindt u op de overzichtspagina.

Wat de lasteraars beweerden

Volgens de synode hebben sommigen 'tegen alle waarheid, billijkheid en liefde' gehandeld. Billijkheid is redelijkheid en eerlijkheid. Zij hielden het volk voor dat de leer van de predestinatie, Gods voorbeschikking, de mensen van alle godsvrucht afleidt. Deze leer zou volgens hen 'een oorkussen' zijn 'voor het vlees en den duivel'. Een oorkussen is een hoofdkussen, iets waarop de zondaar gerust kan gaan liggen.

Ook zou deze leer God 'een auteur der zonde' maken, onrechtvaardig en een tiran. Zij zou een vernieuwd Stoïcisme, Manicheïsme, Libertijnschap en Turkendom zijn: de stoïcijnen leerden een onontkoombaar noodlot, de manicheeërs een kwade macht naast God. Libertijnschap was een leer die vrijheid gaf om naar eigen lust te leven, Turkendom het fatalisme dat men toen aan de islam toeschreef.

Verder zou zij de mensen 'vleselijk-zorgeloos' maken, alsof een uitverkorene kan leven zoals hij wil. Het schrijnendst is de bewering dat 'vele onnozele kinderkens der gelovigen' in de hel geworpen zouden worden. Onnozel betekent hier: onschuldig en klein.

De synode antwoordt kort. De Gereformeerde Kerken erkennen dit alles niet, maar verwerpen het 'van ganser harte met verfoeiing'. Verfoeiing is diepe afschuw.

Wat de hoofdstukken zelf zeggen

Wie de hoofdstukken leest, ziet dat zij deze verwijten al beantwoord hebben. Hoofdstuk 1, artikel 5 belijdt dat de oorzaak van het ongeloof niet in God ligt, maar in de mens. Artikel 15 noemt God uitdrukkelijk niet de auteur van de zonde, en zegt dat Hij verdoemt om het ongeloof en alle andere zonden. Artikel 17 troost godvrezende ouders over hun jong gestorven kinderen.

Hoofdstuk 5 weerlegt dat de zekerheid van de volharding zorgeloos zou maken. Een vergelijkbaar verwijt beantwoordt de Heidelbergse Catechismus in zondag 24, bij de leer dat goede werken niets verdienen. Die leer maakt geen "zorgeloze en goddeloze mensen".

Oordelen naar de belijdenis zelf

Dan richt de synode zich tot allen die 'den naam onzes Zaligmakers Jezus Christus' aanroepen. Zij vraagt hun het geloof van de kerken niet te beoordelen naar 'lasteringen, die hier en daar uit samengeraapt zijn'. Ook losse uitspraken van leraren, die vaak 'te kwader trouw aangehaald' worden, zijn geen goede maatstaf. De juiste maatstaf is 'de openbare belijdenis der Kerken zelf' en deze verklaring van de synode. Wie een kerk wil beoordelen, moet dus lezen wat zij zelf belijdt.

De lasteraars worden ernstig vermaand. Mensen die tegen zoveel kerken 'vals getuigenis spreken', laden Gods zware oordeel op zich. Dat raakt het negende gebod; in zondag 43 belijdt de gelovige dat hij "niemand zijn woorden verdraaie". Zulke laster kan bovendien 'de consciëntiën der zwakken beroeren': onzekere gelovigen verontrusten.

Een opdracht aan de predikers

Ten slotte spreekt de synode 'alle mededienaars in het Evangelie van Christus' aan. Hun prediking en geschriften moeten dienen tot Gods eer, een heilig leven en 'vertroosting der verslagene gemoederen'. Een verslagen gemoed is een bedroefd en aangevochten hart. De prediking van deze leer moet dus troosten en geen onnodige angst aanjagen.

De predikers moeten spreken 'naar de regelmaat des geloofs', in overeenstemming met het geheel van de Schrift. Zij moeten woorden vermijden die 'de palen van den rechten zin der Heilige Schrift' te buiten gaan. Palen zijn grenzen. Zulke woorden geven 'den dartelen sophisten', lichtzinnige redetwisters, een reden tot spot. Paulus schreef aan Titus: "spreek hetgeen der gezonde leer betaamt".

Het gebed aan het slot

Het Besluit eindigt met een gebed tot Christus, Die 'ter rechterhand Zijns Vaders zittende' de mensen gaven geeft. De synode bidt dat Hij ons heiligt in de waarheid en de verdwaalden tot de waarheid brengt. Ook bidt zij dat Hij de lasteraars doet zwijgen en de dienaars van het Woord wijsheid geeft. Opvallend is dat zij dus ook bidt voor wie verdwaald zijn. Zo leert het Besluit hoe u met deze leer omgaat: eerlijk, eerbiedig en biddend. Petrus zegt het zo: "met zachtmoedigheid en vreze".

Bijbelse onderbouwing

  • 2 Timotheüs 1:13

    “Houd het voorbeeld der gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus is.”

    Paulus vraagt Timotheüs het voorbeeld van de gezonde woorden vast te houden in geloof en liefde, zoals de synode vraagt om bij de zuivere leer te blijven.

    Uitleg bij 2 Timotheüs 1

  • Titus 2:1

    “Doch gij, spreek hetgeen der gezonde leer betaamt.”

    De dienaar van het Woord moet spreken wat de gezonde leer betaamt, en daarom vermaant de synode de predikers tot stichtelijke prediking.

  • 1 Petrus 3:15

    “Maar heiligt God, den Heere, in uw harten; en zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk, die u rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze.”

    Gelovigen moeten bereid zijn rekenschap te geven van hun hoop, met zachtmoedigheid en vreze, zoals de synode haar leer openlijk verantwoordt.

  • Judas 1:3

    “Geliefden, alzo ik alle naarstigheid doe om u te schrijven van de gemene zaligheid, zo heb ik noodzaak gehad aan u te schrijven en u te vermanen, dat gij strijdt voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is.”

    Judas vermaant te strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd, zoals de synode de rechtzinnige leer verdedigt tegen wie haar lastert.

  • Romeinen 3:8

    “En zeggen wij niet liever (gelijk wij gelasterd worden, en gelijk sommigen zeggen, dat wij zeggen): Laat ons het kwade doen, opdat het goede daaruit kome? Welker verdoemenis rechtvaardig is.”

    Ook Paulus werd gelasterd met de bewering dat hij leerde het kwade te doen opdat het goede daaruit zou komen.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

In de jaren voor de synode was in Nederland fel gestreden over de predestinatie, in preken, pamfletten en geschriften. De verwijten die het Besluit opsomt, waren in die strijd tegen de gereformeerde leer ingebracht. Zij schetsten God als een willekeurige tiran en de gelovigen als zorgeloze mensen. De synode wilde dat beeld niet onweersproken laten en sloot haar uitspraken daarom af met dit Besluit.

Daarom richt het Besluit zich niet alleen tot de kerken, maar ook tot de lasteraars en tot de predikanten. Hoe de synode zelf verliep, leest u op de pagina over de Synode van Dordrecht.

Om over door te praten

  1. Welke van de beschuldigingen uit het Besluit hoort u vandaag nog weleens, en hoe zou u daarop antwoorden vanuit de Dordtse Leerregels?
  2. Waarom vraagt de synode om een leer te beoordelen naar de openbare belijdenis en niet naar losse uitspraken van leraren?
  3. Wat betekent het voor de prediking dat deze leer moet dienen tot Gods eer, een heilig leven en de troost van bedroefde harten?
  4. Hoe kunt u in een gesprek over de verkiezing eerlijk blijven tegenover iemand die anders denkt, zonder zijn woorden te verdraaien?
  5. Waarom eindigt de synode met een gebed, ook voor hen die verdwaald zijn, en wat leert dat u over uw eigen houding?