Dordtse Leerregels hoofdstuk 5, artikel 2: dagelijkse zwakheden
In het kort
Dagelijkse zwakheden blijven, maar zij drijven de gelovige naar Christus, belijdt artikel 2 van hoofdstuk 5 van de Dordtse Leerregels. Ook aan de beste werken kleven gebreken. Dat is reden om zich voor God te verootmoedigen, het vlees te doden en te verlangen naar de volmaaktheid bij het Lam.
De tekst van DL V,2
Hieruit spruiten de dagelijkse zonden der zwakheid, en ook aan de allerbeste werken der heiligen kleven gebreken. Hetwelk hun gestadig oorzaak geeft om zich voor God te verootmoedigen, hun toevlucht tot den gekruisigden Christus te nemen, het vlees hoe langer hoe meer door den Geest des gebeds en heilige oefeningen der godvruchtigheid te doden, en naar het eindperk der volmaaktheid te zuchten, totdat zij, van dit lichaam des doods ontbonden zijnde, met het Lam Gods in de hemelen zullen regeren.
Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.
Artikel 1 zei dat God de Zijnen in dit leven niet geheel van het vlees verlost. Artikel 2 van hoofdstuk 5 van de Dordtse Leerregels laat zien wat dat betekent voor het leven van elke dag. Het noemt de dagelijkse zwakheden van de gelovige eerlijk bij naam. Maar het blijft daar niet staan. In één lange zin noemt het vier dingen waartoe die zonden de gelovige brengen.
Dagelijkse zonden der zwakheid
Het artikel begint met het woord 'Hieruit'. Dat wijst terug naar het vlees dat in de gelovige overblijft. Daaruit 'spruiten de dagelijkse zonden der zwakheid'. Spruiten betekent: opkomen, voortkomen, zoals een plant uit de grond. Het gaat om zonden die telkens weer opkomen, zoals een verkeerd woord of een liefdeloze gedachte. Het artikel noemt ze zonden van zwakheid, maar daarmee zijn ze niet onschuldig. Jakobus zegt het eenvoudig: "Want wij struikelen allen in vele".
Het hoofdstuk onderscheidt deze zonden van de zware zonden waarover artikel 4 spreekt. Hier gaat het niet om een diepe val, maar om de zwakheid die elke dag meegaat.
Gebreken aan de beste werken
Dan gaat het artikel nog een stap verder. Ook 'aan de allerbeste werken der heiligen kleven gebreken'. Met heiligen bedoelt het alle ware gelovigen. Kleven betekent: eraan vastzitten. Zelfs wat een gelovige uit liefde tot God doet, is niet zuiver. Paulus schreef: "in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont". Daarom kan niemand voor God op zijn beste werken rusten.
Reden tot ootmoed en toevlucht
Wat doen deze zonden met de gelovige? Volgens het artikel geven zij hun 'gestadig oorzaak' tot een aantal dingen. Gestadig betekent: steeds weer, voortdurend. Het eerste is 'zich voor God te verootmoedigen'. Verootmoedigen betekent: zich klein maken en de eigen schuld erkennen voor Gods aangezicht.
Het tweede is 'hun toevlucht tot den gekruisigden Christus te nemen'. Een toevlucht is een schuilplaats. De gelovige vlucht niet naar zijn eigen goede voornemens, maar naar Christus en Zijn offer aan het kruis. Johannes schrijft: "indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige".
Het vlees hoe langer hoe meer doden
Het derde is 'het vlees hoe langer hoe meer' te doden. Het vlees doden betekent: de zondige aard bestrijden en zijn begeerten niet volgen. Dat gebeurt niet in eigen kracht, maar 'door den Geest des gebeds en heilige oefeningen der godvruchtigheid'. De Geest des gebeds is de Heilige Geest, Die leert bidden. Bij de oefeningen der godvruchtigheid kunt u denken aan het lezen en overdenken van de Schrift. Paulus schrijft: "indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven".
Zondag 44 van de Heidelbergse Catechismus spreekt in dezelfde lijn. Wij moeten God bidden om de genade van de Heilige Geest, opdat wij "hoe langer hoe meer naar het evenbeeld Gods vernieuwd worden".
Zuchten naar de volmaaktheid
Ten slotte zuchten de gelovigen 'naar het eindperk der volmaaktheid'. Het eindperk is het einddoel. Zuchten is verlangen met een gevoel van gemis. Paulus zegt: "Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben". Alrede betekent: al. Toch jaagt hij ernaar. Dat verlangen wordt vervuld als zij 'van dit lichaam des doods ontbonden' zijn. Dat gebeurt bij het sterven. Paulus had zelf "begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn".
Het artikel eindigt niet bij de dood, maar bij de heerlijkheid. De gelovigen 'met het Lam Gods in de hemelen zullen regeren'. Het Lam is Christus, Die voor hen geslacht is. Wie hier dagelijks zijn zwakheid ervaart, mag weten dat de strijd niet eindeloos duurt. Die troost rust niet op de vorderingen van de gelovige, maar op het Lam.
Bijbelse onderbouwing
“Want wij struikelen allen in vele. Indien iemand in woorden niet struikelt, die is een volmaakt man, machtig om ook het gehele lichaam in den toom te houden.”
Jakobus belijdt dat wij allen in vele struikelen, en zo spreekt het artikel van dagelijkse zonden die geen gelovige ontloopt.
“Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet.”
Paulus erkent dat in zijn vlees geen goed woont, en daarom kleven er volgens het artikel gebreken aan de beste werken van de heiligen.
“Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben; maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben.”
Paulus is nog niet volmaakt maar jaagt ernaar, zoals de gelovigen volgens het artikel naar het eindperk der volmaaktheid zuchten.
“Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige;”
Wie gezondigd heeft, heeft een Voorspraak bij de Vader, en daarom neemt de gelovige met zijn zonden de toevlucht tot de gekruisigde Christus.
“Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.”
Door de Geest worden de werkingen van het lichaam gedood, wat het artikel het doden van het vlees door de Geest des gebeds noemt.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
Dit artikel sluit aan bij de Reformatie. Die leerde tegen Rome dat ook de beste werken van gelovigen onvolkomen zijn en bij God niets verdienen. Artikel 2 neemt dat over: ook aan 'de allerbeste werken der heiligen kleven gebreken'. Toch nam de synode de dagelijkse zonden niet licht, en zij trok er ook geen moedeloze conclusie uit. Deze zonden zijn voor de gelovige een reden om zich te verootmoedigen en bij de gekruisigde Christus te schuilen.
Om over door te praten
- Wat bedoelt artikel 2 met de dagelijkse zonden der zwakheid, en waarin verschillen zij van de zware zonden uit artikel 4?
- Waarom zegt het artikel dat zelfs aan de allerbeste werken van gelovigen gebreken kleven?
- Welke vier dingen noemt het artikel waartoe de dagelijkse zonden de gelovige brengen?
- Wat betekent het voor u om met uw dagelijkse zonden telkens de toevlucht te nemen tot de gekruisigde Christus?
- Hoe kunnen gebed en het lezen van de Schrift u helpen in de strijd tegen het vlees?