Dordtse Leerregels hoofdstuk 5, artikel 1: blijvende zonde
In het kort
Volgens Dordtse Leerregels 5, artikel 1 verlost God de wedergeborenen van de heerschappij van de zonde, maar in dit leven niet geheel van het vlees. De zonde heerst niet meer, maar zij blijft wel in de gelovige wonen. Daarom duurt de strijd tussen vlees en Geest zolang dit leven duurt.
De tekst van DL V,1
Die God naar Zijn voornemen tot de gemeenschap van Zijn Zoon, onzen Heere Jezus Christus, roept, en door den Heiligen Geest wederbaart, die verlost Hij wel van de heerschappij en slavernij der zonde, doch Hij verlost hen in dit leven niet ganselijk van het vlees en het lichaam der zonde.
Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.
Met dit artikel begint het hoofdstuk over de volharding der heiligen. Het eerste wat dit hoofdstuk zegt, gaat over de blijvende zonde in de gelovige. Dat lijkt een vreemd begin. Wie over de volharding spreekt, moet eerst eerlijk zijn over de zwakheid van hen die volharden. Het artikel zegt daarom twee dingen tegelijk. God verlost van de heerschappij van de zonde, maar in dit leven niet geheel van het vlees.
Geroepen en wedergeboren
Het artikel begint bij de mensen om wie het gaat. Het zijn zij 'Die God naar Zijn voornemen tot de gemeenschap van Zijn Zoon' roept. Voornemen betekent hier: het eeuwige besluit van God, waarover hoofdstuk 1 spreekt. De roeping is dus geen toeval. Paulus schrijft dat alle dingen ten goede medewerken voor hen die "naar Zijn voornemen geroepen zijn". Zij worden geroepen tot gemeenschap met Christus: zij delen in Hem en in wat Hij verworven heeft.
Daarbij komt het werk van de Heilige Geest. God roept hen niet alleen, maar Hij wederbaart hen ook. Wederbaren betekent: opnieuw doen geboren worden. Hoofdstuk 3/4 heeft uitgelegd hoe God dat werk doet. Dit artikel gaat dus over mensen in wie God werkelijk nieuw leven heeft gewekt.
Vrij van heerschappij en slavernij
Over hen zegt het artikel: 'die verlost Hij wel van de heerschappij en slavernij der zonde'. Heerschappij is het gezag waaronder iemand leeft. Slavernij betekent dat de zonde de mens als haar eigendom gebruikt. De Heere Jezus zei: "Een iegelijk, die de zonde doet, is een dienstknecht der zonde". Van die macht maakt God vrij. Paulus schrijft aan de gemeente in Rome: "de zonde zal over u niet heersen". De reden ligt niet in de kracht van de gelovige zelf. Zij zijn "niet onder de wet, maar onder de genade".
Niet ganselijk in dit leven
Dan volgt het woordje 'doch'. God verlost hen 'in dit leven niet ganselijk van het vlees en het lichaam der zonde'. Ganselijk betekent: geheel, volkomen. Met het vlees bedoelt het artikel niet het lichaam als zodanig, maar de zondige aard die in de gelovige overblijft. Die aard is er nog, ook al heerst hij niet meer. Ook het lichaam der zonde is een woord van Paulus. Het betekent niet het lichaam van vlees en bloed, maar de zonde als een geheel dat nog in de gelovige woont.
Johannes schrijft daarom zonder omwegen: "Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons zelven". Paulus kende die strijd uit zijn eigen leven. Hij had vermaak in de wet Gods, maar zag een andere wet in zijn leden. Zo roept hij uit: "Ik ellendig mens", en vraagt wie hem zal verlossen uit "het lichaam dezes doods". Direct daarna dankt hij God door Jezus Christus.
Eerlijk over zonde, rustend in genade
Zondag 44 van de Heidelbergse Catechismus zegt iets vergelijkbaars. Ook de heiligsten hebben in dit leven maar een klein beginsel van de nieuwe gehoorzaamheid. Toch beginnen zij met een ernstig voornemen naar alle geboden van God te leven. Waar de Geest werkt, ontstaat strijd: "het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees".
Dit artikel beschermt zo tegen twee verkeerde gedachten. Wie meent dat een wedergeborene geen zonde meer heeft, bedriegt zichzelf. Wie om de blijvende zonde meent dat God nooit iemand werkelijk vernieuwt, vergeet wat het artikel eerst zegt. De zonde wordt daarmee niet klein gemaakt. Zij blijft reden om met uw schuld naar Christus te gaan. De volgende artikelen laten zien hoe God de Zijnen in die strijd bewaart.
Bijbelse onderbouwing
“Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?”
Paulus klaagt als gelovige over het lichaam dezes doods, wat laat zien dat de zonde in de wedergeborene nog aanwezig is.
“Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons zelven, en de waarheid is in ons niet.”
Wie zegt geen zonde te hebben, verleidt zichzelf, en zo bevestigt Johannes dat de gelovigen in dit leven niet zonder zonde zijn.
“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
De zonde zal over de gelovigen niet heersen, omdat zij onder de genade zijn, en dat is de verlossing van de heerschappij der zonde.
“Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wildet.”
Het vlees begeert tegen de Geest en de Geest tegen het vlees, zodat de blijvende zonde een voortdurende strijd geeft.
“God is getrouw, door Welken gij geroepen zijt tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onzen Heere.”
God is getrouw en roept tot de gemeenschap van Zijn Zoon, met bijna dezelfde woorden als het begin van het artikel.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
Het vijfde hoofdstuk antwoordt op de remonstrantse leer dat een ware gelovige geheel van het geloof kan afvallen. Artikel 1 legt daarvoor de grond. Het begint niet met de kracht van de gelovige, maar met de zonde die in hem blijft. Zo wordt meteen duidelijk waarop de volharding niet rust.
Artikel 3 zegt daarna dat de bekeerden aan hun eigen krachten overgelaten niet in de genade zouden blijven. De volharding rust dus niet op de mens, maar op de trouw van God.
Om over door te praten
- Waarom noemt het artikel eerst Gods roeping en wedergeboorte, voordat het over de blijvende zonde spreekt?
- Wat is het verschil tussen verlost zijn van de heerschappij van de zonde en verlost zijn van het vlees?
- Hoe helpen Romeinen 7 en zondag 44 u om de woorden 'niet ganselijk' in dit artikel te verstaan?
- Welke twee verkeerde gedachten over zonde en genade worden door dit artikel tegengesproken?
- Hoe gaat u om met zonden die u steeds weer bij uzelf ziet, en wat betekent het voor u dat de zonde niet meer mag heersen?