Ga naar hoofdinhoud

Dordtse Leerregels hoofdstuk 5, artikel 12: zeker en ijverig

In het kort

Volgens Dordtse Leerregels 5, artikel 12 maakt de zekerheid van de volharding een gelovige niet hoogmoedig of zorgeloos, maar nederig, dankbaar en ijverig. Zij is een wortel van kinderlijke vreze, gebed, geduld en blijdschap in God. Het overdenken van deze weldaad spoort aan tot dankbaarheid en goede werken.

De tekst van DL V,12

Doch zó ver is het vandaar, dat deze verzekerdheid der volharding de ware gelovigen hovaardig en vleselijk-zorgeloos zou maken, dat zij daarentegen een ware wortel is van nederigheid, kinderlijke vreze, ware godzaligheid, lijdzaamheid in allen strijd, vurige gebeden, standvastigheid in het kruis en in de belijdenis der waarheid, mitsgaders van vaste blijdschap in God; en dat de overdenking van die weldaad hun een prikkel is tot ernstige en gedurige beoefening van dankbaarheid en goede werken; gelijk uit de getuigenissen der Schrift en de voorbeelden der heiligen blijkt.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

Artikel 12 van hoofdstuk 5 van de Dordtse Leerregels beantwoordt een bezwaar. Wie zeker weet dat hij tot het einde bewaard wordt, zou toch zorgeloos kunnen gaan leven? De vorige artikelen beleden dat ware gelovigen van hun volharding verzekerd kunnen zijn. Dit artikel laat zien wat die zekerheid in het leven uitwerkt. Het artikel begint met een sterke ontkenning: het is er ver vandaan, het tegendeel is waar. De zekerheid maakt een gelovige niet lui, maar zeker en ijverig tegelijk.

Niet hoogmoedig en niet zorgeloos

Het bezwaar was dat deze zekerheid de gelovigen 'hovaardig en vleselijk-zorgeloos' zou maken. Hovaardig betekent: hoogmoedig, trots. Vleselijk-zorgeloos is de onverschilligheid van de oude mens, die denkt dat het er niet meer toe doet hoe hij leeft. Het artikel ontkent niet dat het hart zo kan redeneren. Het zegt wel dat de ware zekerheid zo niet werkt. Want zij komt van God, en wat God geeft, leidt niet van Hem af.

Een wortel van nieuw leven

De zekerheid is volgens het artikel 'een ware wortel' van een hele rij vruchten. Een wortel is de grond waaruit een plant groeit en voedsel haalt. Als eerste noemt het artikel 'nederigheid'. Wie weet dat hij alleen door genade bewaard wordt, heeft niets om zich op te beroemen.

Daarna volgt 'kinderlijke vreze'. Dat is geen slaafse angst voor straf, maar de eerbied van een kind dat zijn vader liefheeft en niet wil bedroeven. Psalm 130 zegt: "Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt". Juist de vergeving leert de vreze des Heeren.

Het artikel noemt verder 'ware godzaligheid', dat is een leven dat op God gericht is. Ook noemt het 'lijdzaamheid in allen strijd'. Lijdzaamheid is geduld, het volhouden onder druk. Dan volgen 'vurige gebeden': de zekerheid maakt het gebed niet overbodig, maar warm en vrijmoedig. Ook noemt het 'standvastigheid in het kruis en in de belijdenis der waarheid'. Wie weet dat hij in Gods hand veilig is, kan lijden dragen en voor de waarheid uitkomen. Ten slotte noemt het artikel 'vaste blijdschap in God'.

Een prikkel tot dankbaarheid

Het artikel gaat nog een stap verder. 'De overdenking van die weldaad' is hun 'een prikkel' tot dankbaarheid en goede werken. Overdenken is er rustig bij stilstaan. Een prikkel is een aansporing die in beweging zet. Het woord 'gedurige' betekent: voortdurend, niet af en toe.

Johannes schrijft over wie op Christus hoopt: "die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is". Paulus redeneert vanuit de beloften: "Dewijl wij dan deze beloften hebben, geliefden, laat ons onszelven reinigen". De zekerheid is dus geen rustbank, maar een drijfveer. De Heidelbergse Catechismus wijst in zondag 32 dezelfde weg. Goede werken verdienen niets, maar wie door Christus verlost is, wil zich met heel zijn leven dankbaar tonen.

Getuigenissen en voorbeelden

Het artikel sluit af met een beroep op 'de getuigenissen der Schrift en de voorbeelden der heiligen'. Het betoog rust dus niet op een redenering alleen. De Bijbel laat gelovigen zien die zeker waren van Gods trouw en juist daarom ijverig, nederig en biddend leefden. Wie aan de eigen ijver twijfelt, mag daarom terug naar de bron. Niet de ijver draagt de zekerheid, maar Gods trouw draagt beide.

Bijbelse onderbouwing

  • 1 Johannes 3:3

    “En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is.”

    Wie de hoop op Christus heeft, reinigt zichzelf, zodat de zekerheid van de hoop leidt tot heiliging en niet tot zorgeloosheid.

    Uitleg bij 1 Johannes 3

  • 2 Korinthe 7:1

    “Dewijl wij dan deze beloften hebben, geliefden, laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleses en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreze Gods.”

    Paulus maakt Gods beloften tot reden om zich te reinigen, zoals het artikel de zekerheid een prikkel noemt tot dankbaarheid en goede werken.

  • Psalm 130:4

    “Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.”

    Bij God is vergeving opdat Hij gevreesd wordt, en zo wekt de genade de kinderlijke vreze waarover het artikel spreekt.

  • Romeinen 5:3

    “En niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid werkt;”

    Paulus roemt in de verdrukkingen omdat de verdrukking lijdzaamheid werkt, zoals het artikel lijdzaamheid in allen strijd noemt.

  • Titus 2:12

    “En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld;”

    De genade van God onderwijst de gelovigen om godzalig te leven, wat aansluit bij de ware godzaligheid die het artikel noemt.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De remonstranten vreesden dat de leer van de zekere volharding de mensen lui en zorgeloos zou maken. Volgens hen was het beter om aan de eigen volharding te twijfelen, omdat twijfel waakzaam houdt. De synode wees die gedachte af in de zesde verwerping bij dit hoofdstuk. Daar noemt zij 1 Johannes 3 als tegenbewijs. Artikel 12 geeft het positieve antwoord: niet de twijfel, maar de zekerheid van Gods trouw is de bron van een heilig en dankbaar leven.

Om over door te praten

  1. Welk bezwaar tegen de zekerheid van de volharding beantwoordt artikel 12, en waarom ligt dat bezwaar voor de hand?
  2. Wat is het verschil tussen kinderlijke vreze en slaafse angst, en wat leert Psalm 130 daarover?
  3. Waarom noemt het artikel de zekerheid een wortel van nederigheid en vurige gebeden in plaats van een rustplaats?
  4. Hoe kan het overdenken van Gods trouw u aansporen tot dankbaarheid in uw dagelijks leven?
  5. Op welke manier kan zekerheid u helpen standvastig te blijven in het kruis of bij het belijden van de waarheid?