Dordtse Leerregels hoofdstuk 1, artikel 13: vrucht van zekerheid
In het kort
De vrucht van zekerheid is volgens Dordtse Leerregels 1, artikel 13 een ootmoedig, dankbaar en heilig leven, en geen zorgeloosheid. Wie van zijn verkiezing verzekerd wordt, leert zich verootmoedigen, Gods barmhartigheid aanbidden, zich reinigen en God wederliefhebben. Wie lichtvaardig met deze leer omgaat, toont dat hij de weg der uitverkorenen niet wil gaan.
De tekst van DL I,13
Uit het gevoel en de verzekerdheid van deze verkiezing, nemen de kinderen Gods dagelijks meerder oorzaak om zichzelf voor God te verootmoedigen, de diepte van Zijn barmhartigheden te aanbidden, zichzelf te reinigen, en Hem, Die hen eerst zo uitnemend heeft liefgehad, wederom vuriglijk te beminnen. Zo verre is het vandaar, dat zij door deze leer van de verkiezing en door de overdenking daarvan, in het onderhouden van Gods geboden vertragen, of vleselijk zorgeloos zouden worden. Hetwelk door Gods rechtvaardig oordeel dengenen pleegt te gebeuren, die, óf zichzelf van de genade der verkiezing lichtvaardiglijk vermetende, óf ijdellijk en dartellijk daarvan klappende, in de wegen der uitverkorenen niet begeren te wandelen.
Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.
Artikel 12 zei dat Gods kinderen te zijner tijd van hun verkiezing verzekerd worden, als zij de vruchten ervan in zichzelf opmerken. Dordtse Leerregels 1, artikel 13 vraagt wat die zekerheid vervolgens in hen uitwerkt. Wie denkt dat zekerheid lui maakt, hoort hier een ander antwoord. De vrucht van zekerheid is een leven van ootmoed, aanbidding, heiliging en liefde. Het artikel begint met 'Uit het gevoel en de verzekerdheid van deze verkiezing'. Gevoel betekent hier: het bemerken in het eigen hart.
Dagelijks meer oorzaak
Wie zijn verkiezing leert zien, krijgt volgens het artikel 'dagelijks meerder oorzaak' tot vier dingen. Het eerste is 'zichzelf voor God te verootmoedigen'. Verootmoedigen is: zich klein maken, ootmoedig worden. Wie weet dat hij niets bijdroeg aan Gods keuze, kan zich niet boven anderen verheffen. Paulus houdt de gemeente voor: "wat hebt gij, dat gij niet hebt ontvangen"?
Het tweede is 'de diepte van Zijn barmhartigheden te aanbidden'. De gelovige komt hier niet uit bij een sluitende verklaring, maar bij verwondering. Ook Paulus eindigt zijn onderwijs over Gods verkiezing in Romeinen 11 met aanbidding: "O diepte des rijkdoms".
Reinigen en wederliefhebben
Het derde is 'zichzelf te reinigen'. Johannes schrijft over ieder die de hoop op Christus heeft: "die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is". De zekerheid van de verkiezing wordt dus geen rustbank, maar een drijfveer tot heiliging. God heeft de Zijnen immers uitverkoren "opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn".
Het vierde is God 'wederom vuriglijk te beminnen'. Vuriglijk betekent: vurig, met heel het hart. Het artikel noemt God hier 'Die hen eerst zo uitnemend heeft liefgehad'. Dat sluit aan bij de woorden van Johannes: "Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft". De liefde van de gelovige is antwoord, nooit oorzaak.
Geen reden tot zorgeloosheid
Daarna weerlegt het artikel een bekend bezwaar. Wie zeker is van zijn zaligheid, zou toch kunnen leven zoals hij wil? Het artikel antwoordt: 'Zo verre is het vandaar'. Gods kinderen gaan niet 'in het onderhouden van Gods geboden vertragen'. Vertragen betekent hier: verslappen, trager worden. Zij worden ook niet vleselijk zorgeloos. Dat is de zorgeloosheid van het vlees, de oude natuur, die zich om God en Zijn geboden niet bekommert.
Paulus kende dezelfde vraag. Op de gedachte om in de zonde te blijven antwoordt hij: "Dat zij verre". Elders vraagt hij de gemeente om "door de ontfermingen Gods" haar leven als offerande aan God te geven. Gods barmhartigheid is zo de beweegreden tot dienst.
Een ernstige waarschuwing
Het slot van het artikel is ernstig. Bij sommigen gaat het wel mis, en dat gebeurt 'door Gods rechtvaardig oordeel'. Het artikel noemt twee soorten mensen. De eersten zijn 'zichzelf van de genade der verkiezing lichtvaardiglijk vermetende'. Zij matigen zich lichtzinnig aan dat zij uitverkoren zijn. De anderen zijn 'ijdellijk en dartellijk daarvan klappende'. Klappen is een oud woord voor praten: zij praten er leeg en lichtzinnig over.
Beide groepen hebben iets gemeen. Zij zijn mensen die 'in de wegen der uitverkorenen niet begeren te wandelen'. Wie de leer van de verkiezing gebruikt als dekmantel voor een zorgeloos leven, laat zien dat hij haar vrucht mist.
Dankbaarheid als vrucht
Dit artikel sluit aan bij wat de Heidelbergse Catechismus in zondag 32 over goede werken zegt. Christus vernieuwt de Zijnen, opdat zij zich met heel hun leven "Gode dankbaar voor Zijn weldaden bewijzen". Zekerheid en heiliging gaan daar samen. Er staat dat wij "bij onszelven van ons geloof uit de vruchten verzekerd" zijn. Ware zekerheid brengt dus geen onverschilligheid voort, maar een ootmoedig en dankbaar hart.
Bijbelse onderbouwing
“Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.”
De liefde van de gelovigen tot God is een antwoord op Zijn liefde, die er eerst was en hun liefde voortbrengt.
“En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is.”
Wie de hoop op Christus heeft, reinigt zichzelf naar Zijn voorbeeld, zodat zekerheid tot heiliging leidt en niet tot zorgeloosheid.
“Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.”
Gods ontfermingen maken niet traag, maar worden juist de beweegreden om het leven als offerande aan God te geven.
“O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!”
Na zijn onderwijs over Gods verkiezing eindigt Paulus met aanbidding van de diepte van Gods rijkdom, wijsheid en kennis.
“Dat zij verre. Wij, die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelve leven?”
Paulus wijst de gedachte af dat wie onder de genade staat, in de zonde zou blijven leven.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
De tegenstanders van de gereformeerde leer, onder wie de remonstranten, verweten haar dat zij de mensen zorgeloos maakte. Als God de uitverkorenen toch zalig maakt, zo luidde het bezwaar, dan doet het er niet toe hoe zij leven. De synode noemt die beschuldiging uitdrukkelijk in het Besluit van de Dordtse Leerregels en wijst haar daar af.
Artikel 13 beantwoordt het bezwaar al in het eerste hoofdstuk. Het laat zien dat de leer bij Gods kinderen juist het tegenovergestelde uitwerkt. In hoofdstuk 5, artikel 12 zegt de synode hetzelfde van de zekerheid van de volharding.
Om over door te praten
- Welke vier vruchten van de zekerheid noemt dit artikel, en hoe hangen zij met elkaar samen?
- Waarom zou de leer van de verkiezing volgens haar tegenstanders zorgeloos maken, en hoe weerlegt het artikel dat bezwaar?
- Wat is het verschil tussen ware zekerheid van de verkiezing en een lichtzinnige aanmatiging ervan?
- Wat betekent het voor uw dagelijks leven dat uw liefde tot God een antwoord is op Zijn liefde?