Ga naar hoofdinhoud

Dordtse Leerregels hoofdstuk 1, artikel 12: zeker van verkiezing

In het kort

Volgens Dordtse Leerregels 1, artikel 12 worden de uitverkorenen zeker van hun verkiezing door de vruchten ervan bij zichzelf op te merken. Die zekerheid komt niet uit het doorzoeken van Gods verborgen raad. Ze groeit langs de weg van het geloof in Christus, kinderlijke vreze, droefheid over de zonde en honger naar gerechtigheid.

De tekst van DL I,12

Van deze hun eeuwige en onveranderlijke verkiezing ter zaligheid worden de uitverkorenen te zijner tijd, hoewel bij onderscheiden trappen en met ongelijke mate, verzekerd; niet, als zij de verborgenheden en diepten Gods curieuselijk doorzoeken, maar als zij de onfeilbare vruchten der verkiezing in het Woord Gods aangewezen (als daar zijn: het waar geloof in Christus, kinderlijke vreze Gods, droefheid die naar God is over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid, enz.), in zichzelf met een geestelijke blijdschap en heilige vermaking waarnemen.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

Artikel 12 van hoofdstuk 1 van de Dordtse Leerregels beantwoordt een vraag die veel gelovigen bezighoudt: hoe weet ik of ik uitverkoren ben? De vorige artikelen spraken over Gods eeuwige en onveranderlijke besluit. Hier gaat het erom of een mens zeker van zijn verkiezing kan worden. Het artikel zegt ja, en wijst ook de weg waarlangs die zekerheid komt.

Te zijner tijd en in ongelijke mate

De uitverkorenen worden van hun verkiezing 'te zijner tijd' verzekerd. Dat betekent: op het moment dat God het goedvindt, en niet per se aan het begin van hun geloofsleven. Verzekerd worden is: er zeker van gemaakt worden. God geeft die zekerheid; een mens maakt haar niet zelf.

Daarna staat er 'bij onderscheiden trappen en met ongelijke mate'. Trappen zijn treden of graden. Niet iedere gelovige heeft evenveel zekerheid, en de zekerheid kan groeien. Weinig zekerheid is dus nog geen bewijs dat iemand buiten de verkiezing staat. Tot wie de vruchten nog niet bij zichzelf vindt, spreekt artikel 16. De synode houdt rekening met zwakke en met sterke gelovigen.

Niet door Gods diepten te doorzoeken

Het artikel zegt eerst hoe de zekerheid niet komt: 'als zij de verborgenheden en diepten Gods curieuselijk doorzoeken'. Curieuselijk betekent: uit nieuwsgierigheid, met een speurende geest die verder wil kijken dan God laat zien. Niemand kan in Gods besluit kijken om daar zijn eigen naam te lezen.

Mozes zei al: "De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons". Wie zekerheid zoekt buiten wat God geopenbaard heeft, zoekt op een plaats waar God haar niet belooft.

De vruchten der verkiezing

De zekerheid komt langs een andere weg. De uitverkorenen nemen 'de onfeilbare vruchten der verkiezing' bij zichzelf waar. Een vrucht groeit uit een wortel. De verkiezing is de wortel, en wat God in een mens werkt, is de vrucht. Onfeilbaar betekent: zonder vergissing. Deze vruchten bedriegen niet, omdat God ze Zelf werkt.

Deze vruchten zijn 'in het Woord Gods aangewezen'. De gelovige bedenkt dus zelf geen kenmerken, maar leest in de Schrift welke vruchten bij Gods kinderen horen. Paulus schrijft: "Onderzoekt uzelven, of gij in het geloof zijt". Petrus vermaant: "benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken".

Vier vruchten als voorbeeld

Het artikel noemt vier vruchten. De eerste is 'het waar geloof in Christus'. Zo staat Christus vooraan, in Wie God Zijn volk verkoren heeft. De tweede is 'kinderlijke vreze Gods'. Dat is geen angst voor straf, maar het ontzag van een kind dat zijn vader liefheeft en hem niet wil bedroeven.

De derde is 'droefheid die naar God is over de zonde'. Paulus spreekt over "de droefheid naar God", die tot bekering leidt. Het gaat om verdriet omdat de zonde God onteert, niet alleen om de gevolgen ervan. De vierde is 'honger en dorst naar de gerechtigheid'. De Heere Jezus noemt hen zalig "die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid". Het woordje enz. laat zien dat deze lijst niet volledig is.

Met geestelijke blijdschap

Het artikel eindigt met de manier waarop de gelovige deze vruchten opmerkt: 'met een geestelijke blijdschap en heilige vermaking'. Vermaking betekent: vreugde, verkwikking. Dit is geen trotse zelfbeschouwing. Wie bij zichzelf geloof en droefheid over de zonde vindt, verblijdt zich in wat God gegeven heeft.

In zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus belijdt de gelovige over de uitverkoren gemeente dat hij "daarvan een levend lidmaat" is. Dit artikel wijst de weg waarlangs een mens zo mag spreken. Zondag 23 voegt eraan toe dat niemand om de waardigheid van zijn geloof voor God aangenaam is. De zekerheid rust dus niet op de vruchten als verdienste, maar op God, Die ze werkt. Hoofdstuk 5, artikel 10 noemt naast de vruchten ook de beloften Gods en het getuigenis van de Heilige Geest.

Bijbelse onderbouwing

  • 2 Petrus 1:10

    “Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult gij nimmermeer struikelen.”

    Petrus vermaant de gelovigen om met naarstigheid hun roeping en verkiezing vast te maken, en belooft dat zij dan nimmermeer zullen struikelen.

    Uitleg bij 2 Petrus 1

  • 2 Korinthe 13:5

    “Onderzoekt uzelven, of gij in het geloof zijt, beproeft uzelven. Of kent gij uzelven niet, dat Jezus Christus in u is? tenzij dat gij enigszins verwerpelijk zijt.”

    Paulus roept de gemeente op zichzelf te beproeven of zij in het geloof is, zoals het artikel de vruchten in zichzelf laat waarnemen.

  • Galaten 5:22

    “Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.”

    Paulus noemt de vrucht die de Geest werkt, en zulke door God gewerkte vrucht bedoelt het artikel met de vruchten der verkiezing.

  • Deuteronomium 29:29

    “De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.”

    Mozes scheidt de verborgen dingen van de geopenbaarde, en zo zoekt de gelovige volgens het artikel zekerheid niet in Gods verborgen raad, maar in Zijn Woord.

  • Mattheüs 5:6

    “Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.”

    De Heere Jezus noemt hen zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, een van de vruchten die het artikel uitdrukkelijk noemt.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De remonstranten leerden dat er in dit leven geen vrucht, geen gevoel en geen zekerheid is van de onveranderlijke verkiezing ter heerlijkheid. Een zekerheid die er wel was, hing af van een veranderlijke voorwaarde. In de zevende verwerping van hoofdstuk 1 wijst de synode dat af. Een onzekere zekerheid noemt zij ongerijmd. Ook strijdt die leer met de bevinding van de heiligen, die zich verblijden dat hun namen in de hemel staan geschreven. Artikel 12 geeft daartegenover de positieve leer: zekerheid is mogelijk, langs de weg van de vruchten.

Om over door te praten

  1. Waarom wijst artikel 12 het doorzoeken van Gods verborgen raad af als weg naar zekerheid van de verkiezing?
  2. Waarom is het belangrijk dat de vruchten der verkiezing in Gods eigen Woord worden aangewezen?
  3. Welke van de genoemde vruchten herkent u in uw eigen leven, en hoe gaat u om met wat u mist?
  4. Hoe kan de zin over onderscheiden trappen en ongelijke mate een gelovige troosten die weinig zekerheid ervaart?