Ga naar hoofdinhoud

Dordtse Leerregels hoofdstuk 1, artikel 14: verkiezing prediken

In het kort

Volgens Dordtse Leerregels 1, artikel 14 moet de kerk de verkiezing ook nu prediken, omdat de Schrift er zelf over spreekt. Zij doet dat op de juiste tijd en plaats, met eerbied en zonder nieuwsgierigheid. Het doel is de eer van God en de troost van Zijn volk.

De tekst van DL I,14

Voorts, gelijk deze leer van de Goddelijke verkiezing, naar Gods wijzen raad, door de profeten, Christus Zelf en de apostelen, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament gepredikt is, en daarna in de Heilige Schriften voorgesteld en nagelaten, alzo moet zij ook ten huidigen dage, te zijner tijd en plaats, in de Kerke Gods (dewelke zij bijzonderlijk is toegeëigend) voorgesteld worden, met den geest des onderscheids en met godvruchtige eerbiedigheid, heiliglijk, zonder nieuwsgierige onderzoeking van de wegen des Allerhoogsten, ter ere van Gods heiligen Naam en tot een levendigen troost van Zijn volk.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

Artikel 14 van hoofdstuk 1 van de Dordtse Leerregels staat op een opvallende plaats. De synode heeft de verkiezing en de zekerheid ervan uitgelegd. Voordat zij over de verwerping spreekt, zegt zij eerst iets over het prediken van de verkiezing. Het artikel noemt drie dingen: waarom deze leer gepredikt wordt, waar en hoe dat moet gebeuren, en met welk doel.

Wat de Schrift zelf leert

Het artikel begint bij de Bijbel. De leer van de verkiezing is 'door de profeten, Christus Zelf en de apostelen' gepredikt. Dat gebeurde 'zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament'. Daarna is zij 'in de Heilige Schriften voorgesteld en nagelaten'. De kerk heeft deze leer dus niet bedacht. Zij geeft door wat God Zelf heeft laten opschrijven.

Dat alles gebeurde 'naar Gods wijzen raad'. God heeft gewild dat Zijn volk dit weet. Daarom mag een prediker er niet over zwijgen. Paulus zei tegen de oudsten van Efeze: "ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al den raad Gods". Wie de verkiezing altijd overslaat, houdt een deel van die raad achter.

Op zijn tijd en plaats

Het artikel zegt dat de leer 'ook ten huidigen dage' gepredikt moet worden. Wat in de tijd van de apostelen nodig was, is dat nog steeds. Wel staan er grenzen bij. Het moet gebeuren 'te zijner tijd en plaats'. Dat betekent niet dat de leer zo min mogelijk ter sprake komt. Zij komt waar de Schrift er zelf over spreekt, in samenhang met het hele Evangelie.

De plaats is 'in de Kerke Gods'. Daarbij staat tussen haakjes: 'dewelke zij bijzonderlijk is toegeëigend'. Toegeëigend betekent hier: als eigendom toegewezen. Bijzonderlijk betekent: in het bijzonder. Deze leer is dus vooral bestemd voor de gemeente die onder het Woord leeft. Daar wordt zij gehoord als onderwijs van God Zelf.

Met eerbied en zonder nieuwsgierigheid

Dan volgt de manier. De leer moet gebracht worden 'met den geest des onderscheids'. De geest des onderscheids is hier de wijsheid om te zien wat de Schrift wel en niet zegt, en wat de hoorders nodig hebben. Daarbij komt 'godvruchtige eerbiedigheid'. Godvruchtig betekent: met ontzag voor God. Het woord 'heiliglijk' wil zeggen dat over deze leer nooit licht of spottend gesproken mag worden.

Het artikel waarschuwt ook tegen 'nieuwsgierige onderzoeking van de wegen des Allerhoogsten'. Wie verder wil gaan dan God geopenbaard heeft, gaat een grens over. Mozes zegt: "De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen". Paulus vermaant dat niemand "wijs zij boven hetgeen men behoort wijs te zijn". En aan het einde van zijn onderwijs over Gods verkiezing roept hij uit: "hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen".

Tot eer van God en troost

Ten slotte noemt het artikel het doel. De leer wordt gepredikt 'ter ere van Gods heiligen Naam'. Zij laat zien dat de zaligheid van begin tot einde Gods werk is. Daarom krijgt Hij alle eer, en niet de mens.

Het tweede doel is 'tot een levendigen troost van Zijn volk'. Levendig betekent hier: krachtig en werkelijk bemoedigend. Wie zijn zaligheid op eigen kracht bouwt, heeft geen vaste grond. Wie in Christus gelooft en hoort dat God van eeuwigheid heeft gekozen en Zijn werk voltooit, mag daarop rusten. Zo gepredikt is deze leer volgens het artikel geen bron van angst, maar van troost voor Gods volk.

Bijbelse onderbouwing

  • Handelingen 20:27

    “Want ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al den raad Gods.”

    Paulus verkondigde de gemeente de hele raad van God en hield niets achter, zoals ook de kerk de verkiezing niet mag verzwijgen.

    Uitleg bij Handelingen 20

  • Romeinen 11:33

    “O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!”

    Na zijn onderwijs over Gods verkiezing eindigt Paulus in aanbidding, omdat Gods oordelen en wegen voor mensen ondoorzoekelijk zijn.

  • Romeinen 12:3

    “Want door de genade, die mij gegeven is, zeg ik een iegelijk, die onder u is, dat hij niet wijs zij boven hetgeen men behoort wijs te zijn; maar dat hij wijs zij tot matigheid, gelijk als God een iegelijk de mate des geloofs gedeeld heeft.”

    Paulus vermaant ieder om niet wijzer te willen zijn dan past, wat aansluit bij de waarschuwing tegen nieuwsgierige onderzoeking.

  • Deuteronomium 29:29

    “De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.”

    De verborgen dingen zijn voor de HEERE en het geopenbaarde is voor ons, en daarom spreekt de kerk zover de Schrift spreekt.

  • Hebreeën 6:18

    “Opdat wij, door twee onveranderlijke dingen, in welke het onmogelijk is dat God liege, een sterke vertroosting zouden hebben, wij namelijk, die de toevlucht genomen hebben, om de voorgestelde hoop vast te houden;”

    Gods onveranderlijke raad geeft de gelovigen een sterke vertroosting, en daarom laat het artikel de verkiezing prediken tot troost van Zijn volk.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

In de strijd die aan de synode voorafging, klonk het verwijt dat de leer van de verkiezing de gemeente schaadde. In het Besluit van de Dordtse Leerregels noemt de synode die beschuldigingen. Deze leer zou mensen tot wanhoop of tot zorgeloosheid brengen, en hen van de godsvrucht afleiden.

Artikel 14 antwoordt daar niet met zwijgen. Omdat de Schrift deze leer zelf predikt, mag de kerk haar niet verbergen. Wel bindt artikel 14 de prediking aan een grens: zij gaat niet verder dan God geopenbaard heeft. Zo staat het artikel tussen de zekerheid van de artikelen 12 en 13 en de ernstige artikelen over de verwerping.

Om over door te praten

  1. Waarom mag de kerk volgens artikel 14 niet zwijgen over de verkiezing, en welke rol speelt de Schrift daarin?
  2. Wat is het verschil tussen eerbiedig nadenken over de verkiezing en nieuwsgierig onderzoeken van Gods wegen?
  3. Wat leert de grens die Deuteronomium 29 trekt tussen verborgen en geopenbaarde dingen over ons spreken over God?
  4. Wanneer heeft de leer van de verkiezing u getroost of juist verontrust, en wat zegt artikel 14 daarover?

Verder lezen