Ga naar hoofdinhoud

Dordtse Leerregels hoofdstuk 1, artikel 11: onveranderlijk

In het kort

Omdat God Zelf onveranderlijk, alwetend en almachtig is, kan Zijn verkiezing volgens Dordtse Leerregels 1, artikel 11 niet worden herroepen of veranderd. Geen uitverkorene gaat verloren en hun getal wordt niet kleiner. Het artikel leert geen fatalisme, maar geeft gelovigen vaste troost in Gods trouw.

De tekst van DL I,11

En gelijk God Zelf op het hoogste wijs, onveranderlijk, alwetend en almachtig is, alzo kan de verkiezing, door Hem gedaan, niet ontdaan en wedergedaan, noch veranderd, noch herroepen, noch afgebroken worden, noch de uitverkorenen verworpen, noch hun getal verminderd worden.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

Kan Gods verkiezing ooit veranderen? Artikel 11 van hoofdstuk 1 van de Dordtse Leerregels antwoordt met een duidelijk nee. De verkiezing is onveranderlijk, omdat ze rust in God Zelf. Het artikel is maar één zin, die bijna geheel uit ontkenningen bestaat.

Zoals God is, zo is Zijn besluit

Het artikel begint niet bij de mens, maar bij God. Hij is 'op het hoogste wijs, onveranderlijk, alwetend en almachtig'. Het woordje gelijk aan het begin betekent hier: zoals. Op het hoogste wijs wil zeggen: in de hoogste mate, volmaakt. De synode redeneert dus vanuit wie God is naar wat Hij besloten heeft. Zoals Hij is, zo is ook Zijn verkiezing.

Elk van de drie woorden draagt een deel van het bewijs. Onveranderlijk: God wordt niet anders, en Zijn plannen dus ook niet. Alwetend: God weet alles vooraf, zodat niets Hem later kan verrassen. Almachtig: niemand is sterker dan Hij, zodat niemand Zijn besluit kan tegenhouden. Bij mensen veranderen plannen door wankelmoedigheid, nieuwe kennis of tegenwerking. Bij God is geen van die drie mogelijk.

De Schrift zegt het met Gods eigen woorden. Door Maleachi spreekt Hij: "Ik, de HEERE, word niet veranderd". En door Jesaja: "Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen".

Niet ontdaan en niet herroepen

Dan volgt de kern. De verkiezing kan 'niet ontdaan en wedergedaan, noch veranderd, noch herroepen, noch afgebroken worden'. Ontdaan en wedergedaan betekent zoveel als: ongedaan gemaakt en teruggedraaid. Herroepen is terugnemen wat eerder besloten was. Afgebroken is halverwege gestopt. Met die rij woorden sluit de synode elke uitweg af. Wat God besloten heeft, wordt niet teruggedraaid, niet ingetrokken en niet onvoltooid gelaten.

Geen uitverkorene gaat verloren

Het artikel eindigt bij de mensen om wie het gaat: 'noch de uitverkorenen verworpen, noch hun getal verminderd worden'. Verworpen betekent hier: alsnog afgewezen en weggezet. Wie God verkoren heeft, valt later niet buiten Zijn gunst. En het getal van de uitverkorenen wordt niet kleiner, ook niet als een gelovige diep valt of zwaar beproefd wordt. Daarover spreekt hoofdstuk 5.

Christus zegt hetzelfde over Zijn schapen: "zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken". Ook Paulus noemt in Romeinen 8 een keten waarin geen schakel ontbreekt. Wie God verordineerd heeft, roept Hij, en wie Hij roept, brengt Hij tot de heerlijkheid.

Troost, geen fatalisme

Sommigen horen in deze leer een koud noodlot: alles ligt toch vast, dus wat maakt het uit? Dat bedoelt het artikel niet. Fatalisme rekent met een blinde macht zonder gezicht. De Dordtse Leerregels spreken over een God Die alwetend en almachtig is en in Christus verkiest. Zijn vaste besluit werkt door het Woord en de Geest, en het maakt het zoeken van Hem niet overbodig.

Daarom geeft dit artikel troost. Het behoud van een gelovige rust niet op de kracht van zijn geloof, dat soms zwak is, maar op God, Die niet verandert. In zondag 21 belijdt de gelovige dat hij een levend lidmaat van de gemeente is "en eeuwig zal blijven". Wie zijn toevlucht bij Christus zoekt, mag weten dat Zijn hand vaster houdt dan de eigen hand. Hoe een gelovige van zijn verkiezing verzekerd wordt, behandelt artikel 12.

Bijbelse onderbouwing

  • Jesaja 46:10

    “Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die zegt: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.”

    De HEERE zegt dat Zijn raad zal bestaan, en daarom kan de verkiezing die uit die raad voortkomt, niet ontdaan of afgebroken worden.

    Uitleg bij Jesaja 46

  • Maleachi 3:6

    “Want Ik, de HEERE, word niet veranderd; daarom zijt gij, o kinderen Jakobs! niet verteerd.”

    Omdat de HEERE niet verandert, kan volgens het artikel ook Zijn verkiezing niet veranderd worden.

  • Romeinen 8:30

    “En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.”

    Paulus noemt een keten van verordineren tot verheerlijken zonder ontbrekende schakel, zodat niemand die God verordineerd heeft onderweg verloren gaat.

  • Johannes 10:28

    “En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.”

    Christus belooft dat niemand Zijn schapen uit Zijn hand zal rukken, zoals het artikel zegt dat geen uitverkorene verworpen wordt.

  • Johannes 6:39

    “En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage.”

    De synode noemt dit vers in de zesde verwerping tegen de leer dat uitverkorenen verloren kunnen gaan.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De remonstranten leerden dat niet elke verkiezing tot de zaligheid onveranderlijk is. Volgens hen konden sommige uitverkorenen toch verloren gaan. Dat paste bij hun gedachte dat de verkiezing afhangt van het geloof en de volharding van de mens. Valt het geloof weg, dan vervalt ook de verkiezing.

Artikel 11 stelt daar Gods onveranderlijkheid tegenover. In de zesde verwerping van dit hoofdstuk zegt de synode dat deze dwaling God veranderlijk maakt. Ze neemt bovendien de troost weg die de godzaligen, de gelovigen die God vrezen, uit de vastheid van hun verkiezing putten. Als bewijs noemt de synode daar onder meer Johannes 6:39 en Romeinen 8:30.

Om over door te praten

  1. Waarom begint artikel 11 bij wie God is, voordat het iets zegt over de verkiezing zelf?
  2. Welke van de drie eigenschappen onveranderlijk, alwetend en almachtig zegt u het meest over de vastheid van de verkiezing, en waarom?
  3. Wat is het verschil tussen geloven in een blind noodlot en vertrouwen op de raad van God, Die in Christus verkiest?
  4. Hoe kan dit artikel u troosten op momenten dat uw eigen geloof zwak of wankel voelt?

Verder lezen