Inleiding tot 2 Petrus 1
2 Petrus hoofdstuk 1 vormt een krachtig fundament voor het christelijke geloof. In dit hoofdstuk benadrukt de apostel Petrus de kostbare beloften van God, het belang van geestelijke groei, en de betrouwbaarheid van Gods Woord. Deze brief, waarschijnlijk Petrus' laatste geschrift voor zijn martyrschap, bevat tijdloze waarheden die ook vandaag van groot belang zijn voor gelovigen.
Gods kostbare beloften (vers 1-4)
Petrus begint zijn brief met de groet aan hen die 'hetzelfde kostbare geloof hebben ontvangen' (vers 1). Dit geloof is niet het resultaat van menselijke inspanning, maar een geschenk van God. De apostel benadrukt dat genade en vrede vermenigvuldigd worden 'door de kennis van God en van Jezus, onze Heer' (vers 2).
Het hoogtepunt van deze opening vindt we in vers 3-4, waar Petrus schrijft over Gods 'kostbare en grootste beloften'. Door deze beloften kunnen gelovigen 'deelgenoten worden van de goddelijke natuur'. Dit betekent niet dat we goden worden, maar dat we door Gods genade kunnen delen in Zijn karakter en heiligheid. We ontvluchten de 'verdorvenheid die in de wereld is door de begeerte'.