Jeremia 31 in het kort: Jeremia 31 belooft herstel na de ballingschap en bevat drie veelgelezen gedeelten: de eeuwige liefde van vers 3, de klacht van Rachel in vers 15 en de aankondiging van het nieuwe verbond in vers 31 tot 34. Het hoofdstuk telt veertig verzen en vormt met de hoofdstukken 30 tot 33 het zogenoemde boek der vertroosting.
Jeremia 31:3 en het nieuwe verbond in de Statenvertaling
Vers 3 De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.
Vers 33 Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Vers 3 wordt aangehaald als Jeremia 31:3, Jeremia 31 3 of Jeremia 31 vers 3. In de Statenvertaling is het geen belofte aan een enkeling maar aan het volk in ballingschap; dat maakt haar niet kleiner, wel anders gericht. Alle veertig verzen leest u op Jeremia 31; over de Herziene Statenvertaling leest u meer op de pagina over de HSV. In oudere en Latijnse uitgaven heet het boek Jeremias, vandaar ook de schrijfwijze Jeremias 31.
Inleiding op Jeremia 31
Jeremia 31 vormt het hoogtepunt van troost in het boek Jeremia. Na vele hoofdstukken van oordeel en waarschuwing, opent God hier zijn hart en toont zijn onveranderlijke liefde voor zijn volk. Dit hoofdstuk bevat enkele van de meest geliefde verzen uit het Oude Testament en de beroemde belofte van het nieuwe verbond.