Inleiding op Jeremia 31
Jeremia 31 vormt het hoogtepunt van troost in het boek Jeremia. Na vele hoofdstukken van oordeel en waarschuwing, opent God hier zijn hart en toont zijn onveranderlijke liefde voor zijn volk. Dit hoofdstuk bevat enkele van de meest geliefde verzen uit het Oude Testament en de beroemde belofte van het nieuwe verbond.
Gods Eeuwige Liefde (vers 1-6)
Het hoofdstuk begint met Gods verzekering dat Hij de God zal zijn van alle families van Israël. In vers 3 vinden we de prachtige woorden: "Van verre is de HEERE mij verschenen: Met een eeuwige liefde heb Ik u liefgehad, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid." Deze verklaring van Gods onveranderlijke liefde vormt de basis voor alle beloften die volgen.
God belooft het herstel van de maagd Israël. Ze zal weer met tamboerijn dansen en uitgaan in vrolijke reidansen. De wijngaarden op de bergen van Samaria zullen weer beplant worden en de planters zullen van de vruchten genieten.
Het Herstel van Efraïm (vers 7-14)
God roept op tot vreugde om Jakob en tot gejuich om het hoofd der volken. Hij belooft zijn volk te verzamelen uit alle hoeken van de aarde - blinden, kreupelen, zwangere vrouwen en barende vrouwen. Allen zullen terugkeren. Vers 9 toont Gods tedere zorg: "Wenende zullen zij komen en onder smekingen zal Ik hen geleiden."