Ga naar hoofdinhoud

Uit de bijbelse wereld

Zalving

zelfstandig naamwoord

In het kort

Zalving betekent het bestrijken of overgieten met olie. In de Statenvertaling worden koningen, priesters en heilige voorwerpen zo aan God gewijd, en de beloofde Verlosser heet de Gezalfde: in het Hebreeuws Messias, in het Grieks Christus.

In hedendaags Nederlands: inwijding met olie, het zalven, wijding

Wat betekent zalving?

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal omschrijft zalving eigenlijk als het bestrijken of overgieten met olie, vooral olijfolie, al dan niet met welriekende stoffen erdoor. Het WNT onderscheidt het gewone gebruik, zoals het verzorgen van het lichaam, het eren van een gast, het verzachten van een wond en het balsemen van een dode, van de bijbelse wijding van koningen, priesters, profeten en voorwerpen voor de eredienst. Bij het werkwoord zalven noemt het WNT ook Christus, Die door God gezalfd werd tot profeet, priester en koning. Een derde betekenis is geestelijk: de zalving des Heiligen Geestes, Zijn genadige werking waardoor iemand wedergeboren, versterkt en verlicht wordt. Dat sluit aan bij de kanttekening bij 1 Johannes 2:20.

Zalving in de Statenvertaling

131 keer, in 118 verzen en 28 bijbelboeken (zalven 23, zalfde 11, gezalfd 41, gezalfde 28, zalving 10, zalfolie 18).

De vormen zalven, zalfde, gezalfd, gezalfde, zalving en zalfolie staan samen 131 keer in de Statenvertaling, in 118 verzen en 28 bijbelboeken. In Exodus geeft God het recept voor 'een olie der heilige zalving' (Exodus 30:25), waarmee de tabernakel, het gereedschap en Aäron en zijn zonen gezalfd werden. Psalm 133 denkt terug aan die olie op het hoofd, 'nederdalende op den baard, den baard van Aaron'.

Ook koningen werden gezalfd. Samuel zalfde Saul en later David, en vanaf die dag kwam de Geest des HEEREN over David. David noemt Saul daarna steeds de gezalfde des HEEREN, aan wie hij zijn hand niet wil slaan, ook niet wanneer Saul hem achtervolgt.

Zo wordt het woord in de Psalmen en de profeten een naam voor de beloofde Koning. In Psalm 2 beraadslagen de vorsten 'tegen den HEERE, en tegen Zijn Gezalfde', en de kanttekening zegt: Messias, dat is de Heere Christus. In de synagoge van Nazareth leest de Heere Jezus Jesaja 61 en zegt dat het vandaag vervuld is: 'daarom heeft Hij Mij gezalfd' (Lukas 4:18). De Heidelbergse Catechismus legt in vraag 31 uit waarom Hij Christus, dat is Gezalfde, genoemd wordt.

Daarnaast kent het Nieuwe Testament het gewone zalven: een gast het hoofd met olie zalven, of een lichaam zalven voor de begrafenis, zoals de vrouw in Bethanië deed. En Johannes schrijft de gelovigen dat zij 'de zalving van den Heilige' hebben (1 Johannes 2:20).

Verzen met zalving

  • 1 Samuel 16:13

    “Toen nam Samuel den oliehoorn, en hij zalfde hem in het midden zijner broederen. En de Geest des HEEREN werd vaardig over David van dien dag af en voortaan. Daarna stond Samuel op, en hij ging naar Rama.”

    Samuel zalft de jonge David te midden van zijn broers. De zalving gaat samen met de gave van de Geest: van die dag af kwam de Geest des HEEREN over hem.

  • Psalm 2:2

    “De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE, en tegen Zijn Gezalfde, zeggende:”

    De koningen der aarde verzetten zich tegen de HEERE en Zijn Gezalfde. De kanttekening verklaart Gezalfde als Messias, de Heere Christus, van Wie David met zijn zalving een voorbeeld was.

  • Lukas 4:18

    “De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart;”

    Christus past de woorden van Jesaja op Zichzelf toe. Hij is gezalfd met de Geest om de armen het Evangelie te verkondigen en de gebrokenen van hart te genezen.

  • 1 Johannes 2:27

    “En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven.”

    De zalving die de gelovigen ontvangen hebben, blijft in hen en leert hen. De kanttekening noemt het de genade van de Heilige Geest, Die hen verlicht met de kennis der waarheid.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Jesaja 61:1

    gezalfd heeft,. Door deze zalving wordt verstaan dat Christus naar zijn menselijke natuur met de gaven van den Heiligen Geest zonder mate begaafd en versierd is geworden; en naar den gansen persoon tot onzen Koning, Priester en Profeet van den Vader is verordineerd geworden; zie Heb 1:9 .

    De vertalers lezen deze woorden als spraak van Christus. De zalving betekent dat Hij naar Zijn menselijke natuur zonder mate met de gaven van de Geest begiftigd is, en door de Vader aangesteld tot Koning, Priester en Profeet.

  • Bij 1 Johannes 2:20

    de zalving. Of de zalf; waardoor hij verstaat de genadige werking van den Heiligen Geest, waardoor zij wedergeboren en met de zaligmakende kennis van Christus verlicht en versterkt zijn, die bij de uitstorting van een kostelijke zalf wordt vergeleken. Zie Zie Psa 45:8, en Psa 133:2.

    Hier is de zalving geestelijk. De kanttekening verklaart haar als de genadige werking van de Heilige Geest, Die de gelovigen doet wedergeboren worden, verlicht en versterkt, en die vergeleken wordt met het uitgieten van kostbare zalf.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • מָשַׁח mashach (Hebreeuws, H4886)

    Het Hebreeuwse werkwoord mashach betekent volgens het Strong's-lexicon met olie bestrijken of zalven, en vandaar wijden. Het staat bij de zalving van Aäron en bij de zalving van David door Samuel.

    Onder meer in Exodus 29:7 en 1 Samuel 16:13. Woordstudie bij H4886 (na inloggen).

  • מָשִׁיחַ mashiach (Hebreeuws, H4899)

    Van mashach komt mashiach, gezalfde. Het lexicon noemt het gebruik voor de koning en de hogepriester van Israël en in het bijzonder voor de Messias. Het Nederlandse woord Messias is van dit Hebreeuwse woord afgeleid.

    Onder meer in Psalm 2:2. Woordstudie bij H4899 (na inloggen).

  • χρῖσμα chrisma (Grieks, G5545)

    Het Griekse chrisma komt volgens het lexicon van chrio, zalven, waarvan ook Christus, Gezalfde, is afgeleid. Het betekent zalf of zalving, en figuurlijk de bijzondere gave van de Heilige Geest.

    Onder meer in 1 Johannes 2:20 en 1 Johannes 2:27. Woordstudie bij G5545 (na inloggen).

Verwante woorden

  • Messias: Het Hebreeuwse woord voor Gezalfde; Johannes 1:42 zegt dat het overgezet de Christus is.
  • Christus: Het Griekse woord voor Gezalfde, de ambtsnaam van de Heere Jezus.
  • zalf: De welriekende olie zelf, zoals de zalf waarmee Maria de voeten van de Heere zalfde.
  • hogepriester: Aäron en zijn opvolgers werden met de heilige zalfolie gezalfd.
  • mirre: Een van de specerijen in de olie der heilige zalving (Exodus 30:23).

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M087869. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M087867. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Psalm 2:2, Jesaja 61:1, 1 Johannes 2:20 en 1 Johannes 2:27
  • Heidelbergse Catechismus, vraag 31
  • Strong's-lexicon: H4886, H4899, G5545 en G5548
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.