Ga naar hoofdinhoud
Oude TestamentOergeschiedenis (vóór de zondvloed)

Henoch in de Bijbel

Chanoch (חֲנוֹךְ, Hebreeuws) of Enoch (Grieks) - “Waarschijnlijk ingewijd of toegewijd”

Wie was Henoch?

Henoch was de zoon van Jered en de vader van Methusalem (in de Statenvertaling Methusalach), de zevende in de lijn van Adam via Set. Genesis 5:24 zegt dat hij met God wandelde en er niet meer was, want God nam hem weg. Volgens Hebreeën 11:5 zag hij de dood niet.

Henoch komt in het Oude Testament alleen voor in twee geslachtsregisters: Genesis 5:18-24 en 1 Kronieken 1:3. Toch maken die zeven verzen in Genesis hem tot een bekende naam uit de tijd vóór de zondvloed. Genesis 5 is een lange, gelijkmatige lijst van Adam tot Noach. Bij iedere aartsvader van Adam tot Lamech staat hoe oud hij was toen hij een zoon kreeg, hoe lang hij daarna leefde en hoeveel dagen hij in totaal had, gevolgd door de vaste slotwoorden "en hij stierf". Bij Henoch breekt dat patroon. Twee keer staat er dat hij met God wandelde, en zijn verhaal eindigt met "en hij was niet meer; want God nam hem weg" (Genesis 5:24). In het Nieuwe Testament spelt de Statenvertaling de naam Enoch. Lukas noemt hem in het geslachtsregister van Jezus (Lukas 3:37). Hebreeën 11:5 legt uit dat hij door het geloof is weggenomen, "opdat hij den dood niet zou zien". En Judas noemt hem "de zevende van Adam" en haalt een profetie van hem aan over het oordeel dat komt (Judas 1:14-15). Henoch is niet te verwarren met zijn naamgenoot uit Genesis 4:17, de zoon van Kaïn, naar wie Kaïn een stad noemde. In het Hebreeuws is dat dezelfde naam, en de twee lijnen staan vlak na elkaar: de lijn van Kaïn in Genesis 4 en de lijn van Set (in de Statenvertaling Seth) in Genesis 5. Ook een zoon van Midian heet in de Statenvertaling Henoch (Genesis 25:4), en een zoon van Ruben draagt dezelfde Hebreeuwse naam, gespeld als Hanoch (Genesis 46:9). Ten slotte draagt een buitenbijbels geschrift zijn naam: het boek Henoch. Het is eeuwen na de tijd van Genesis geschreven en behoort niet tot de canon van de Schrift; wat wij over Henoch zelf weten, komt uit de Bijbel.

Historische context

Henoch hoort bij de oergeschiedenis, de tijd tussen de schepping en de zondvloed. Daar is geen jaartal aan te hangen. Genesis geeft wel leeftijden, en wie de getallen van Genesis 5 aaneensluitend leest, ziet dat Adam nog ruim driehonderd jaar leefde na de geboorte van Henoch, en dat Henoch werd weggenomen bijna zeventig jaar vóór de geboorte van Noach. Sommige uitleggers menen dat het register niet elke generatie noemt; dan kloppen zulke optellingen niet. De tekst zelf rekent geen totaal uit. De familielijn is helder. Set kreeg Enos, en in diens dagen "begon men den naam des HEEREN aan te roepen" (Genesis 4:26). Na Enos volgen Kenan, Mahalal-el en Jered. Jered was honderdtweeënzestig jaar toen Henoch geboren werd (Genesis 5:18). Henoch kreeg op zijn vijfenzestigste Methusalem, en via Methusalem en Lamech loopt de lijn naar Noach (Genesis 5:21-29). 1 Kronieken 1:1-3 herhaalt de rij in het kort: "Adam, Seth, Enos, Kenan, Mahalal-el, Jered, Henoch, Methusalah, Lamech". Daartegenover staat de lijn van Kaïn in Genesis 4. Daar is Henoch de zoon van Kaïn, naar wie een stad genoemd werd (Genesis 4:17). De zevende in die lijn is Lamech, die zijn vrouwen toezong dat hij een man had doodgeslagen en dat hij "zeventigmaal zevenmaal" gewroken zou worden (Genesis 4:23-24). Judas noemt de Henoch uit de lijn van Set uitdrukkelijk "de zevende van Adam" (Judas 1:14). Veel uitleggers zien in die twee zevenden een bewuste tegenstelling: de een roemt in wraak, de ander wandelt met God. De wereld waarin Henoch leefde, werd steeds donkerder. Genesis 6:5 zegt dat God zag "dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde". De profetie die Judas aanhaalt, past bij die tijd: een aankondiging van gericht "tegen allen" en over "al de harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben" (Judas 1:15). Over het boek Henoch: dat is een joods geschrift, grotendeels uit de eeuwen vóór Christus, uit verschillende delen samengesteld. De oudste delen worden doorgaans in de derde eeuw voor Christus gedateerd, het jongste deel (de Gelijkenissen) mogelijk pas rond het begin van onze jaartelling. Aramese fragmenten zijn bij Qumran gevonden; de volledige tekst is alleen in het Ethiopisch (Ge'ez) bewaard gebleven.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Volhardend in de omgang met God: hij wandelde driehonderd jaar met Hem (Genesis 5:22)
  • Gelovig: hij behaagde God door het geloof (Hebreeën 11:5)
  • Trouw in het gewone leven: zijn wandel met God ging samen met het opvoeden van zonen en dochters (Genesis 5:22)
  • Vrijmoedig: hij sprak Gods oordeel uit over de goddelozen van zijn tijd (Judas 1:14-15)

Theologische betekenis

De uitdrukking wandelen met God is in Genesis zeldzaam. Behalve van Henoch wordt zij alleen van Noach gezegd: "Noach wandelde met God" (Genesis 6:9). Het beeld is dat van twee die samen dezelfde weg gaan. Amos vraagt: "Zullen twee te zamen wandelen, tenzij dat zij bijeengekomen zijn?" (Amos 3:3). Wandelen met God veronderstelt dus verzoening en overeenstemming, en het is iets wat dagelijks doorgaat. Micha 6:8 vat later samen wat de HEERE van de mens vraagt: recht doen, weldadigheid liefhebben "en ootmoediglijk te wandelen met uw God". Hebreeën 11:5 zegt dat Henoch voor zijn wegneming getuigenis had "dat hij Gode behaagde". Die woorden sluiten aan bij de Griekse vertaling van Genesis 5:24 (de Septuaginta), die op die plaats niet van wandelen spreekt, maar zegt dat Henoch God behaagde. De schrijver van Hebreeën trekt er direct de les uit: "Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen" (Hebreeën 11:6). Henochs wandel was dus geen eigen verdienste, maar de vrucht van geloof in God, die is en die beloont wie Hem zoeken. Zijn wegneming staat midden in een hoofdstuk waarin acht keer "en hij stierf" klinkt. Na de val was de dood het vaste einde van ieder leven, zoals God had gezegd. Dat God Henoch wegnam, is een vroeg teken in de Schrift dat de dood niet het laatste woord heeft. Bij Elia gebeurt later iets vergelijkbaars (2 Koningen 2:11). Veel uitleggers zien in beide een voorafschaduwing van wat Paulus over de wederkomst schrijft: wie dan nog leeft, zal "opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet" (1 Thessalonicenzen 4:17). Dat is een uitleg die de Schrift toelaat, maar Genesis zelf zegt niet waarheen God Henoch nam. De profetie in Judas 1:14-15 laat zien dat de verwachting van Gods komst tot oordeel oud is. Al vóór de zondvloed werd aangekondigd dat de Heere komt met Zijn heiligen. Judas past dat toe op de dwaalleraars van zijn eigen tijd. Omdat Judas deze woorden in de Schrift opneemt, getuigt de Bijbel zelf dat Henoch zo geprofeteerd heeft. Dat betekent niet dat het boek Henoch als geheel gezag heeft: ook Paulus citeert heidense dichters (Handelingen 17:28, Titus 1:12) zonder hun werken tot Schrift te maken.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Chanoch (חֲנוֹךְ, Hebreeuws) of Enoch (Grieks)

Betekenis

Waarschijnlijk ingewijd of toegewijd

Betekenis van de naam Henoch: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Geboren als zoon van Jered

Jered was honderdtweeënzestig jaar toen hij Henoch kreeg. Henoch is daarmee de zevende in de lijn van Adam via Set, zoals Judas later ook zegt.

Genesis 5:18

2

Vader van Methusalem

Op zijn vijfenzestigste kreeg Henoch zijn zoon Methusalem, die later de hoogste leeftijd van het hele register zou bereiken.

Genesis 5:21

3

Driehonderd jaar wandelen met God

Na de geboorte van Methusalem wandelde Henoch driehonderd jaar met God. In dezelfde zin staat dat hij zonen en dochters kreeg: zijn omgang met God speelde zich af midden in het gewone leven.

Genesis 5:22

4

Profetie over het oordeel

Judas haalt aan dat Henoch profeteerde dat de Heere komt met Zijn vele duizenden heiligen om gericht te houden over de goddelozen. Genesis zelf vermeldt deze profetie niet.

Judas 1:14-15

5

Driehonderdvijfenzestig jaar

Al de dagen van Henoch waren driehonderdvijfenzestig jaar. Waar bij de anderen volgt dat zij stierven, ontbreken die woorden hier.

Genesis 5:23

6

God nam hem weg

Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg. Hij is samen met Elia de enige van wie de Bijbel zegt dat hij werd weggenomen zonder te sterven.

Genesis 5:24

7

Getuige van het geloof

Hebreeën 11 zegt dat hij door het geloof werd weggenomen; God nam hem weg. Vóór zijn wegneming had hij getuigenis dat hij God behaagde. Het volgende vers legt uit dat dit zonder geloof onmogelijk is.

Hebreeën 11:5

8

In het geslachtsregister van Jezus

Lukas loopt de lijn van Jezus terug tot Adam en noemt onderweg Enoch, tussen Mathusala en Jared.

Lukas 3:37

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Henoch beter te begrijpen.

Genesis 5:21

“En Henoch leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Methusalach.”

Henoch wordt ingevoerd met de vaste formule van het register. Zijn zoon heet in de Statenvertaling Methusalach; de gangbare spelling is Methusalem.

Genesis 5:22

“En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach gewonnen had, driehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.”

Waar bij de anderen staat dat zij leefden, staat bij Henoch dat hij met God wandelde, driehonderd jaar lang en midden in zijn gezin.

Genesis 5:23

“Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijf en zestig jaren.”

De optelling van zijn jaren, zonder de woorden "en hij stierf" die bij de anderen van Adam tot Lamech volgen.

Genesis 5:24

“Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer; want God nam hem weg.”

Het kernvers over Henoch: zijn leven eindigt niet met de dood maar met Gods wegnemen.

Hebreeën 11:5

“Door het geloof is Enoch weggenomen geweest, opdat hij den dood niet zou zien; en hij werd niet gevonden, daarom dat hem God weggenomen had; want voor zijn wegneming heeft hij getuigenis gehad, dat hij Gode behaagde.”

Het Nieuwe Testament bevestigt dat Henoch de dood niet zag en noemt het geloof als de bron van zijn wandel.

Hebreeën 11:6

“Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.”

De les die Hebreeën uit Henoch trekt: God behagen kan alleen door het geloof.

Judas 1:14

“En van dezen heeft ook Enoch, de zevende van Adam, geprofeteerd, zeggende: Ziet, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen;”

Judas noemt Henoch de zevende van Adam en haalt een profetie van hem aan. Deze woorden lijken sterk op een zin uit het buitenbijbelse boek Henoch.

Judas 1:15

“Om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen, vanwege al hun goddeloze werken, die zij goddelooslijk gedaan hebben, en vanwege al de harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.”

Het vervolg van de profetie: de Heere komt om te oordelen over goddeloze daden en woorden.

Tijdperiode

Oergeschiedenis (vóór de zondvloed)

Henoch leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Henoch leert ons dat geloof een weg is en geen moment. Er staat niet dat hij één keer iets groots voor God deed, maar dat hij driehonderd jaar met Hem wandelde. Dat is de vorm van het christelijke leven: dag na dag, stap na stap, met God rekenen in het gewone. Paulus schrijft het zo: "Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem" (Kolossenzen 2:6). Hij laat ook zien dat een leven met God niet buiten het gewone leven om gaat. In dezelfde zin waarin staat dat Henoch met God wandelde, staat dat hij zonen en dochters kreeg (Genesis 5:22). Opvoeden, werken en zorgen voor een gezin zijn geen hindernis voor de omgang met God, maar de plek waar die zich afspeelt. Henoch leefde in een tijd die steeds verder van God afdreef, en hij zweeg daar niet over. Volgens Judas sprak hij over het oordeel dat komt (Judas 1:14-15). Wandelen met God betekent soms tegen de stroom in gaan, ook met woorden. Ten slotte geeft Henoch hoop. In een hoofdstuk waarin de dood telkens terugkeert, staat één leven dat anders eindigt. Wij zullen, tenzij Christus eerder terugkomt, wel sterven. Maar wie in Hem gelooft, weet dat de dood niet het laatste woord heeft. Jezus zegt: "die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven" (Johannes 11:25).

Veelgestelde vragen over Henoch

Wie was Henoch in de Bijbel?
Henoch was de zoon van Jered en de vader van Methusalem (in de Statenvertaling Methusalach), de zevende in de lijn van Adam via Set. Genesis 5:22-24 zegt dat hij driehonderd jaar met God wandelde en dat hij er niet meer was, want God nam hem weg. Hebreeën 11:5 voegt toe dat hij door het geloof werd weggenomen, zodat hij de dood niet zag. Judas 1:14-15 haalt een profetie van hem aan over het oordeel.
Wat betekent de naam Henoch?
De Hebreeuwse naam Chanoch wordt meestal verbonden met een werkwoord voor inwijden of toewijden. Hetzelfde werkwoord staat in Deuteronomium 20:5 bij het inwijden van een nieuw huis. De naam betekent dan waarschijnlijk ingewijd of toegewijd. Omdat de Bijbel de naam zelf niet uitlegt, blijft dat een voorzichtige verklaring.
Waar staat Henoch in de Bijbel?
In het Oude Testament staat Henoch in het geslachtsregister van Genesis 5:18-24 en in de korte lijst van 1 Kronieken 1:3. In het Nieuwe Testament komt hij drie keer voor, onder de naam Enoch: in het geslachtsregister van Jezus (Lukas 3:37), in de rij van geloofsgetuigen (Hebreeën 11:5) en in de brief van Judas (Judas 1:14-15).
Is Henoch dezelfde als Enoch?
Ja. De Statenvertaling schrijft Henoch in Genesis 5 en 1 Kronieken 1, en Enoch in Lukas 3:37, Hebreeën 11:5 en Judas 1:14. Het verschil komt van de Griekse vorm van de naam in het Nieuwe Testament. Op dezelfde manier heet zijn zoon Methusalach in Genesis, Methusalah in 1 Kronieken en Mathusala in Lukas; de gangbare spelling is Methusalem.
Wat betekent "Henoch wandelde met God"?
Wandelen met God betekent een vertrouwelijke, blijvende omgang met Hem: samen dezelfde weg gaan. Genesis zegt het alleen van Henoch en Noach (Genesis 6:9). Bij Henoch duurde het driehonderd jaar en ging het samen met een gewoon gezinsleven (Genesis 5:22). Hebreeën 11:5-6 laat zien dat de bron ervan het geloof was: hij behaagde God door te geloven dat Hij is en beloont wie Hem zoeken.
Is Henoch gestorven?
Volgens de Bijbel niet. Genesis 5:24 zegt: "en hij was niet meer; want God nam hem weg". Hebreeën 11:5 zegt dat hij werd weggenomen "opdat hij den dood niet zou zien". Samen met Elia, die in een storm naar de hemel werd opgenomen (2 Koningen 2:11), is hij de enige van wie de Bijbel dat zegt. Waarheen God hem nam en hoe dat ging, vertelt de tekst niet.
Hoe oud werd Henoch?
Genesis 5:23 zegt: "Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijf en zestig jaren." Hij was vijfenzestig toen Methusalem geboren werd en wandelde daarna nog driehonderd jaar met God. Vergeleken met de anderen in Genesis 5 was dat kort; zijn zoon Methusalem werd 969 jaar (Genesis 5:27). Bij Henoch gaat het niet om een sterfdatum: God nam hem weg.
Wat is het boek Henoch?
Het boek Henoch (ook 1 Henoch of Ethiopische Henoch genoemd) is een joods geschrift, grotendeels uit de eeuwen vóór Christus, dat op naam van Henoch staat. Het bestaat uit verschillende delen; de oudste worden doorgaans in de derde eeuw voor Christus gedateerd, het jongste mogelijk pas rond het begin van onze jaartelling. Het bevat visioenen over engelen, de zondvloed en het oordeel. Aramese fragmenten zijn bij Qumran gevonden; de volledige tekst is in het Ethiopisch bewaard. Het is niet door Henoch zelf geschreven en hoort niet bij de Bijbel. Ook de latere geschriften 2 en 3 Henoch horen er niet bij.
Staat het boek Henoch in de Bijbel?
Nee. Het boek Henoch staat niet in de Hebreeuwse Bijbel en niet in de canon van de kerken van de Reformatie. Het hoort zelfs niet bij de apocriefe boeken die de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 6 noemt, maar bij de zogeheten pseudepigrafen: geschriften die op naam staan van een bekende figuur zonder van hem te komen. Alleen de Ethiopische en Eritrese orthodoxe kerken rekenen het tot hun canon.
Waarom citeert Judas het boek Henoch?
De profetie in Judas 1:14-15 lijkt sterk op een zin uit het begin van het boek Henoch. Of Judas die woorden uit dat boek haalde of uit een gemeenschappelijke overlevering, wordt verschillend uitgelegd. Wel is duidelijk dat de Schrift via Judas bevestigt dat Henoch deze profetie uitsprak. Dat maakt het hele boek nog geen Schrift: Paulus citeert ook heidense dichters (Handelingen 17:28, Titus 1:12) zonder hun werken gezag te geven.
Is Henoch dezelfde als de zoon van Kaïn?
Nee. Genesis 4:17 noemt een andere Henoch, de zoon van Kaïn, naar wie Kaïn een stad noemde. De Henoch die met God wandelde, stamt uit de lijn van Set (Genesis 5:18). Judas noemt hem daarom "de zevende van Adam". Ook Henoch de zoon van Midian (Genesis 25:4) en Hanoch de zoon van Ruben (Genesis 46:9) zijn andere personen met dezelfde Hebreeuwse naam.
Wat kunnen wij leren van Henoch?
Henoch leert ons dat geloof een dagelijkse wandel is: driehonderd jaar, stap voor stap, midden in het gewone gezinsleven. Hij laat zien dat God behagen alleen kan door het geloof (Hebreeën 11:6). Hij sprak in een goddeloze tijd over het komende oordeel (Judas 1:14-15). En zijn wegneming is een teken dat de dood niet het laatste woord heeft voor wie God toebehoort.

Stel een vraag over Henoch

Wilt u meer weten over Henoch? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Henoch

Verdiep u verder