Uzzia: betekenis van de naam
עֻזִּיָּה (ʻUzzîyâh) = “sterkte van de HEERE”
Wat betekent de naam Uzzia?
De naam Uzzia betekent 'sterkte van de HEERE' of 'de HEERE is mijn sterkte'. Hij bestaat uit het Hebreeuwse woord oz, kracht of sterkte, en Jah, de korte vorm van de Godsnaam. Koning Uzzia van Juda heet in 2 Koningen ook Azaria. In het jaar van zijn dood zag Jesaja de Heere op Zijn troon.
Herkomst en betekenis van Uzzia
- Grondwoord (Hebreeuws)
- עֻזִּיָּה ʻUzzîyâh
- Strong's-nummer
- H5818
- Afgeleid van (H5797)
- עֹז ʻôz: kracht, sterkte; ook: macht, veiligheid, majesteit
- Betekenis
- sterkte van de HEERE
Uzzia bestaat uit twee delen: het Hebreeuwse woord oz, dat kracht of sterkte betekent, en Jah, de korte vorm van de Naam HEERE. Strong's woordenboek vertaalt de naam met: sterkte van Jah. De naamduiding zegt: mijn sterkte is de HEERE. Beide delen staan samen in het lied van Mozes bij de Rode Zee: "De HEERE is mijn Kracht en Lied" (Exodus 15:2). In het Hebreeuws staat daar Jah voor HEERE en oz voor Kracht.
Dezelfde koning heet in 2 Koningen meestal Azaria, een naam die zegt dat de HEERE geholpen heeft. De kanttekening bij 2 Koningen 15:13 bevestigt dat het om één persoon gaat. In één vers klinkt de naam Azaria door: Uzzia "werd wonderlijk geholpen, totdat hij sterk was" (2 Kronieken 26:15). Het woord voor geholpen is in het Hebreeuws het werkwoord van Azaria; voor sterk staat er een ander woord dan oz.
Juist daar keert zijn geschiedenis: "Maar als hij sterk geworden was, verhief zich zijn hart tot verdervens toe" (2 Kronieken 26:16). De koning die naar de sterkte van God genoemd was, ging zelf in de tempel roken en werd melaats. In het geslachtsregister van Mattheüs 1 heet hij Ozias.
Bron van de betekenis: Strong's: 'strength of Jah' (sterkte van Jah), afgeleid van H5797 ʻôz, 'strength in various applications (force, security, majesty, praise)' (sterkte in allerlei toepassingen: kracht, veiligheid, majesteit, lof), en H3050 Yâhh, de korte vorm van de Godsnaam; naamduiding Open Scriptures: 'my strength is Jehovah' (mijn sterkte is de HEERE).
Uitspraak en spelling
- Uitspraak in het Nederlands
- uz-ZI-a
- In de grondtaal
- oe-zi-JA
- Spelling in de Statenvertaling
- Uzzia; Uzia in Ezra 10:21; Ozias in Mattheüs 1:9
- Als voornaam
- Uzzia
- In andere talen
- Uzziah (Engels)
De Hebreeuwse u klinkt als oe, en de klemtoon ligt op de laatste lettergreep.
Wie heette Uzzia in de Bijbel?
Uzzia, ook Azaria genoemd, de zoon van Amazia, koning van Juda
Hij werd op zestienjarige leeftijd koning en regeerde twee en vijftig jaar te Jeruzalem. Zolang hij de HEERE zocht, maakte de HEERE het hem voorspoedig; toen hij in de tempel wilde roken op het reukaltaar, werd hij melaats tot de dag van zijn dood. In het jaar dat hij stierf, zag Jesaja de Heere op een hogen en verheven troon.
2 Kronieken 26:3-5, 2 Kronieken 26:16-21, 2 Koningen 15:1-5, Jesaja 6:1
Uzzia, een Leviet uit de kinderen van Kahath
Hij staat in het geslachtsregister van de Levieten, tussen Uriël en Saul. Verder vertelt de Bijbel niets over hem.
Uzia, een priester uit de kinderen van Harim
Hij was een van de priesters die in de tijd van Ezra een vreemde vrouw bij zich had doen wonen. De Statenvertaling schrijft zijn naam met één z.
Uzzia, de vader van Athaja, uit de kinderen van Juda
Zijn zoon Athaja behoorde tot de kinderen van Juda die na de ballingschap te Jeruzalem woonden.
Uzzia, de vader van Jonathan, een opzichter van David
Zijn zoon Jonathan was onder David gesteld over de schatten op het land, in de steden, de dorpen en de torens.
Kernvers
“De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest”
Exodus 15:2 (Statenvertaling)
Wat de naam Uzzia ons leert
Uzzia droeg een naam die alle sterkte bij de HEERE legde, en zolang hij God zocht, werd hij wonderlijk geholpen. Hij bouwde torens, God hielp hem tegen de Filistijnen en zijn naam ging tot de ingang van Egypte. Juist toen keerde het. De sterkte die hij als gave ontvangen had, gebruikte hij om een plaats in de tempel in te nemen die aan de priesters toekwam. De rest van zijn leven woonde hij melaats in een afgezonderd huis. Zijn geschiedenis eindigt met een vers dat de blik verlegt: "In het jaar, toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere, zittende op een hogen en verheven troon" (Jesaja 6:1). Een aardse koning was gevallen; de Koning boven alle koningen zat op Zijn troon.
Veelgestelde vragen over de naam Uzzia
Wat betekent de naam Uzzia?
Uzzia betekent 'sterkte van de HEERE' of 'de HEERE is mijn sterkte'. De naam is gemaakt van het Hebreeuwse woord oz, kracht of sterkte, en Jah, de korte vorm van de Godsnaam. Strong's woordenboek vertaalt hem met: sterkte van Jah. Dezelfde twee woorden staan samen in Exodus 15:2, waar de Statenvertaling zegt: De HEERE is mijn Kracht en Lied.
Wat is het verschil tussen de namen Uzzia en Azaria?
Uzzia betekent sterkte van de HEERE, Azaria dat de HEERE geholpen heeft. Toch gaat het om dezelfde koning, volgens de kanttekeningen bij 2 Koningen 14:21 en 15:13. In 2 Koningen 14:21 en 15:1-8 en in 1 Kronieken 3:12 heet hij Azaria; in 2 Koningen 15:13 en 15:30-34, in 2 Kronieken 26 en bij de profeten Uzzia. In 2 Kronieken 26:15 staat dat hij "wonderlijk geholpen" werd, met het werkwoord van Azaria.
Is Uzzia een bijbelse jongensnaam?
Ja. Behalve koning Uzzia van Juda, die ook Azaria heette, noemt de Bijbel vier mannen Uzzia of Uzia: een Leviet uit de kinderen van Kahath, een priester uit de kinderen van Harim in de tijd van Ezra, de vader van Athaja uit Juda en de vader van Jonathan, een opzichter over de schatten van koning David.
Hoe spreekt u Uzzia uit?
In het Nederlands zegt u uz-ZI-a, met de klemtoon op de tweede lettergreep. In het Hebreeuws klinkt de u als oe en valt de klemtoon op de laatste lettergreep: oe-zi-JA. Die laatste lettergreep is de korte vorm van de Godsnaam. Het Engels schrijft de naam als Uzziah.
Waarom wordt Uzzia in Jesaja 6 genoemd?
Jesaja 6:1 begint met de woorden: In het jaar, toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere. Met de dood van Uzzia geeft Jesaja de tijd aan waarin hij zijn roeping ontving. Jesaja profeteerde volgens Jesaja 1:1 in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia.