De gelijkenis van de grote maaltijd
Alles is gereed, en er is nog plaats
Samenvatting
De gelijkenis van de grote maaltijd (Lukas 14:15-24) gaat over een man die velen nodigt voor een grote maaltijd, maar de genodigden verontschuldigen zich. Jezus vertelt haar aan tafel bij een van de oversten van de Farizeeën. Dan laat de heer armen, verminkten, kreupelen en blinden halen, en daarna mensen langs de wegen en heggen.
Bijbelgedeelte
“Maar Hij zeide tot hem: Een zeker mens bereidde een groot avondmaal, en hij noodde er velen.”
“En hij zond zijn dienstknecht uit ten ure des avondmaals, om den genoden te zeggen: Komt, want alle dingen zijn nu gereed.”
“En dezelve dienstknecht weder gekomen zijnde, boodschapte deze dingen zijn heer. Toen werd de heer des huizes toornig, en zeide tot zijn dienstknecht: Ga haastelijk uit in de straten en wijken der stad, en breng de armen, en verminkten, en kreupelen, en blinden hier in.”
“En de heer zeide tot den dienstknecht: Ga uit in de wegen en heggen; en dwing ze in te komen, opdat mijn huis vol worde;”
Het verhaal
De gelijkenis van de grote maaltijd is een van de gelijkenissen die alleen Lukas heeft opgeschreven, in Lukas 14. Jezus is op een sabbat te gast in het huis van een van de oversten van de Farizeeën, om brood te eten (Lukas 14:1). Daar geneest Hij een zieke man en spreekt Hij over de plaatsen aan tafel en over wie men uitnodigt.
Waarom vertelde Jezus de gelijkenis van de grote maaltijd?
Jezus zei tegen de gastheer dat hij bij een maaltijd niet zijn vrienden en rijke buren moest uitnodigen, maar armen, verminkten, kreupelen en blinden (Lukas 14:12-13). Toen zei een van de gasten: "Zalig is hij, die brood eet in het Koninkrijk Gods" (Lukas 14:15). Jezus antwoordde met een gelijkenis die de vraag openlegt wie daar werkelijk zal aanzitten.
Wie werden er voor de grote maaltijd uitgenodigd?
Een man bereidde een groot avondmaal en nodigde er velen voor (Lukas 14:16). Toen het tijd was, zond hij zijn dienstknecht om de genodigden te zeggen: "Komt, want alle dingen zijn nu gereed" (Lukas 14:17). Maar zij begonnen zich allen eensgezind te verontschuldigen (Lukas 14:18).
Welke verontschuldigingen gaven de genodigden?
De eerste had een akker gekocht en moest die gaan bekijken. De tweede had vijf juk ossen gekocht en wilde ze gaan beproeven. Beiden vroegen om voor verontschuldigd gehouden te worden. De derde zei kortweg dat hij een vrouw had getrouwd en daarom niet kon komen (Lukas 14:18-20). Geen van de drie redenen is op zichzelf zonde. Het verkeerde is dat zij er voorrang aan gaven, terwijl de maaltijd al klaarstond.
Wat deed de heer toen de genodigden niet kwamen?
De dienstknecht vertelde het aan zijn heer. Toen werd de heer des huizes toornig en zei: "Ga haastelijk uit in de straten en wijken der stad, en breng de armen, en verminkten, en kreupelen, en blinden hier in" (Lukas 14:21). Het zijn precies de mensen die Jezus kort daarvoor aan de gastheer noemde. De dienstknecht deed het en meldde dat er nog plaats was (Lukas 14:22). Daarop zond de heer hem verder, de stad uit: "Ga uit in de wegen en heggen; en dwing ze in te komen, opdat mijn huis vol worde" (Lukas 14:23).
De gelijkenis eindigt met een ernstig woord: "dat niemand van die mannen, die genood waren, mijn avondmaal smaken zal" (Lukas 14:24). Direct daarna keert Jezus Zich tot de scharen die met Hem meegaan, en spreekt Hij over wat het kost om Zijn discipel te zijn (Lukas 14:25-33).
Achtergrond
Het woord avondmaal betekent in de Statenvertaling de hoofdmaaltijd aan het eind van de dag. Dat genodigden nog eens werden opgehaald toen alles klaar was, komt ook elders in de Bijbel voor: de kamerlingen van de koning haastten Haman naar de maaltijd die Esther bereid had (Esther 6:14). Vijf juk ossen zijn tien trekdieren, een flink bezit.
In Mattheüs 22:1-14 staat een verwante gelijkenis over een koning die de bruiloft van zijn zoon bereidt. Jezus vertelt die in de tempel (Mattheüs 21:23), en zij heeft eigen trekken: de dienstknechten worden gedood, de stad wordt verbrand en een gast zonder bruiloftskleed wordt buitengeworpen. Sommige uitleggers behandelen beide als één gelijkenis, anderen zien twee gelijkenissen bij verschillende gelegenheden.
Betekenis
De heer des huizes wijst op God. Hij bereidt de maaltijd, Hij nodigt, en Hij laat zeggen dat alles gereed is. De gast die sprak over brood eten in het Koninkrijk Gods, dacht aan een maaltijd in de toekomst. De profeet had gezegd dat de HEERE der heirscharen "allen volken een vetten maaltijd" zal maken (Jesaja 25:6). Jezus laat zien dat de uitnodiging nu al klinkt, door Hem.
Wie de eerste genodigden zijn, zegt Jezus niet met zoveel woorden. Veel uitleggers zien in hen de mensen die zich dicht bij God waanden, zoals de Farizeeën aan deze tafel. In de armen en kreupelen van de stad zien zij de tollenaars en zondaars, die in het volgende hoofdstuk tot Jezus naderen om Hem te horen (Lukas 15:1). Daar vertelt Hij ook de gelijkenis van het verloren schaap. Bij de wegen en heggen denken velen aan de heidenen, die "van Oosten en Westen" zullen komen (Lukas 13:29). Dat is uitleg, geen woord uit de gelijkenis zelf.
Het zwaartepunt ligt bij God, Die Zijn huis vol wil hebben. "Dwing ze in te komen" gaat niet over geweld of dwang in geloofszaken. De dienstknecht heeft niets dan zijn boodschap. Het is dringend nodigen, zoals Paulus schrijft: "wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen" (2 Korinthe 5:20). Veel uitleggers horen hier ook dat God Zelf door Zijn Woord en Geest krachtig doet komen wie uit zichzelf buiten zou blijven. Tegelijk is de toorn van de heer ernstig: wie de uitnodiging afslaat, blijft buiten. De Bijbel wijst vooruit naar die maaltijd: "zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams" (Openbaring 19:9).
Lessen voor vandaag
God nodigt, en Hij doet het ruim. Alles is gereed, niet omdat wij iets hebben klaargemaakt, maar omdat Hij het heeft bereid. Niemand komt op eigen waardigheid aan tafel. De armen, verminkten, kreupelen en blinden hadden niets om terug te geven (Lukas 14:14), en juist zij werden binnengebracht. Zo is de genade van God. Jezus belooft: "die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen" (Johannes 6:37).
Gods uitnodiging heeft voorrang. Een akker, ossen en een huwelijk zijn goede gaven van God. Toch kunnen juist goede dingen ons ervan weerhouden te komen als Hij roept. Paulus schrijft: "Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid" (2 Korinthe 6:2).
God laat Zijn uitnodiging steeds opnieuw uitgaan. De dienstknecht gaat op bevel van zijn heer op weg, en hij komt terug met de melding "nog is er plaats" (Lukas 14:22). Die woorden klinken nog in de prediking van het Evangelie, omdat God wil dat Zijn huis vol wordt. Wie zelf genood is, mag die uitnodiging doorgeven.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
Het was sabbat. De Heere Jezus was uitgenodigd in het huis van een belangrijke Farizeeër. Hij zat daar aan tafel om te eten, samen met andere gasten. Jezus had ook iets gezegd tegen de man die Hem had uitgenodigd. Hij moest niet zijn vrienden en rijke buren uitnodigen, maar arme mensen, en mensen die niet goed konden lopen of niet konden zien. Die kunnen niets teruggeven.
Toen zei een van de gasten: "Zalig is hij, die brood eet in het Koninkrijk Gods". Zalig betekent: heel gelukkig, omdat God je zegent. Het Koninkrijk Gods is daar waar God Koning is. Brood eten in dat Koninkrijk betekent: aan tafel zitten bij God. De Heere Jezus gaf antwoord met een gelijkenis. Een gelijkenis is een verhaal dat Jezus vertelde om iets duidelijk te maken over God.
Er was een man die een grote maaltijd klaarmaakte. Hij had veel mensen uitgenodigd. Toen alles klaar was, stuurde hij zijn dienstknecht naar de gasten. Een dienstknecht is iemand die voor zijn heer werkt. Hij moest zeggen: "Komt, want alle dingen zijn nu gereed".
Maar de gasten kwamen niet. Allemaal hadden ze een reden. De eerste zei dat hij een akker had gekocht. Die moest hij gaan bekijken. De tweede had vijf juk ossen gekocht. Een juk ossen zijn twee ossen die samen de ploeg trekken. Hij wilde ze gaan uitproberen. Allebei vroegen ze of de heer het hun niet kwalijk wilde nemen. De derde zei dat hij een vrouw had getrouwd. Daarom kon hij niet komen.
De dienstknecht ging terug en vertelde alles aan zijn heer. Toen werd de heer boos. Hij zei tegen zijn dienstknecht: "Ga haastelijk uit in de straten en wijken der stad, en breng de armen, en verminkten, en kreupelen, en blinden hier in". Verminkt betekent dat iemand een hand of een voet mist, of die niet kan gebruiken. Kreupel is iemand die niet goed kan lopen. Het waren precies de mensen over wie de Heere Jezus net had gesproken: mensen die niets kunnen teruggeven.
De dienstknecht deed wat de heer zei. Daarna kwam hij terug bij zijn heer en zei: "het is geschied, gelijk gij bevolen hebt, en nog is er plaats". Het huis was nog niet vol.
Toen stuurde de heer hem nog verder, de stad uit, naar de wegen en de heggen. Een heg is een rij struiken langs een weg of een akker. Ook de mensen daar moest hij halen. De heer zei: "dwing ze in te komen, opdat mijn huis vol worde". Dat betekent niet dat hij ze moest vastpakken of duwen. Hij moest ze heel dringend vragen om te komen.
De gelijkenis eindigt ermee dat niemand van de mannen die eerst waren uitgenodigd, van de maaltijd zou proeven. Zij hadden de uitnodiging zelf afgeslagen.
Met deze gelijkenis liet de Heere Jezus zien hoe God is. God heeft alles klaargemaakt, en Hij laat mensen roepen om te komen. Hij wil dat Zijn huis vol wordt, ook met mensen die Hem niets kunnen teruggeven.
“Komt, want alle dingen zijn nu gereed.” (Lukas 14:17)
Tips voor de verteller
- Kinderen kunnen vragen of God boos is op mensen die niet komen. Vertel eerlijk dat de heer toornig werd en dat de eerste gasten buiten bleven: Gods uitnodiging afslaan is ernstig. Laat even zwaar wegen dat dezelfde heer meteen zijn huis openzet voor armen en zieken. Maak er geen dreiging van; het gaat om de ruimte van Gods genade.
- Het woord dwingen kan verwarren. Leg uit dat de dienstknecht alleen kon vragen en blijven vragen, niet trekken of duwen. Leg ook zalig, gelijkenis, dienstknecht, juk, verminkt en kreupel kort uit. Voor de jongste kinderen kunt u de maaltijd bij de Farizeeër kort houden en beginnen bij de man die een grote maaltijd klaarmaakt.
- Lees na de vertelling Lukas 14:16-24 uit de Bijbel zelf voor. Daar heet de maaltijd een groot avondmaal. Zeg erbij dat dit de maaltijd aan het eind van de dag was, en niet het Heilig Avondmaal in de kerk.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWat liet de man zeggen toen alles klaar was?
- NavertellenWie mochten er daarna toch komen eten?
- VerwonderenWie wil God allemaal aan Zijn tafel hebben?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenLees Lukas 14:18-20 nog eens. Welke drie redenen gaven de gasten, en waren dat slechte dingen?
- BetekenisWaarom liet de heer juist armen, kreupelen en blinden halen? Wat zegt dat over God?
- ToepassingGod laat ook jou roepen. Wat kan jou tegenhouden om te komen als Hij roept?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Mattheüs 22:1-14. Welke overeenkomsten en verschillen zie je met de grote maaltijd in Lukas 14?
- Moeilijke vraagDe eerste gasten hadden nette redenen en bleven toch buiten. Vind je dat hard? Waarom gaat het in de gelijkenis zo?
- PersoonlijkDe dienstknecht zegt: "nog is er plaats". Wat betekent het voor jou dat God nog steeds mensen nodigt?
Gebedspunt: Dank God dat Hij alles heeft bereid en nog steeds nodigt, ook wie Hem niets kan teruggeven. Bid dat wij Zijn uitnodiging niet afslaan en dat Zijn huis vol wordt.
Personen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over De gelijkenis van de grote maaltijd
Waar staat het verhaal van de grote maaltijd in de Bijbel?
De gelijkenis van de grote maaltijd staat in Lukas 14:15-24. Jezus vertelt haar op een sabbat aan tafel in het huis van een van de oversten van de Farizeeën (Lukas 14:1). Aanleiding is de uitroep van een medegast: "Zalig is hij, die brood eet in het Koninkrijk Gods" (Lukas 14:15). Een verwante gelijkenis, over de bruiloft van een koningszoon, staat in Mattheüs 22:1-14.
Wat is de betekenis van de gelijkenis van de grote maaltijd?
God bereidt Zijn maaltijd en nodigt ruim. Wie zich genood weet maar andere dingen laat voorgaan, blijft buiten. Het slot luidt: "dat niemand van die mannen, die genood waren, mijn avondmaal smaken zal" (Lukas 14:24). Tegelijk opent de heer zijn huis voor armen, verminkten, kreupelen en blinden, en zelfs voor mensen langs de wegen en heggen. Het Koninkrijk van God is genade voor wie niets kan teruggeven.
Is de grote maaltijd hetzelfde als de bruiloft in Mattheüs 22?
Niet zonder meer. Lukas 14:15-24 en Mattheüs 22:1-14 lijken op elkaar, maar verschillen duidelijk. In Lukas gaat het om een man met een groot avondmaal, verteld aan tafel bij een Farizeeër. In Mattheüs bereidt een koning de bruiloft van zijn zoon, en Jezus vertelt het in de tempel. Daar worden de dienstknechten gedood, de stad wordt verbrand en een gast zonder bruiloftskleed wordt buitengeworpen. Uitleggers verschillen over de vraag of het één of twee gelijkenissen zijn.
Wat betekent "dwing ze in te komen"?
Het is een opdracht om dringend te nodigen, geen dwang tot geloof. De dienstknecht heeft geen macht over de mensen langs de wegen en heggen, alleen een boodschap. Waarschijnlijk zouden zij niet snel geloven dat zij welkom waren aan de tafel van een heer, en daarom moet hij aanhouden. Zo nodigen ook de apostelen: "wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen" (2 Korinthe 5:20). Het doel staat erbij: "opdat mijn huis vol worde" (Lukas 14:23).
Waarom werd de heer des huizes toornig?
Omdat zijn genodigden de uitnodiging afsloegen terwijl alles gereed was. Hun redenen klonken netjes: een akker, vijf juk ossen, een huwelijk. Maar zij lieten die dingen voorgaan op de maaltijd die voor hen was klaargemaakt. De toorn is in de gelijkenis geen willekeur, maar de ernst van een afgewezen uitnodiging. Toch sluit de heer zijn huis niet: hij stuurt zijn dienstknecht direct uit om anderen te halen.
Wie zijn de armen en kreupelen in de gelijkenis?
Jezus legt het niet uit, maar de lijst valt op: armen, verminkten, kreupelen en blinden zijn precies de mensen die Hij even eerder aan de gastheer noemde (Lukas 14:13). Veel uitleggers denken bij hen aan de tollenaars en zondaars die tot Jezus kwamen (Lukas 15:1), en bij de wegen en heggen aan de heidenen. Het gaat in elk geval om mensen die niets hadden om terug te geven.
Waarom heet het in de Statenvertaling een groot avondmaal?
Avondmaal was de gewone naam voor de hoofdmaaltijd aan het eind van de dag. De Statenvertaling zegt: "Een zeker mens bereidde een groot avondmaal, en hij noodde er velen" (Lukas 14:16). Daarom spreken sommigen van de gelijkenis van het grote avondmaal. Het gaat hier niet over het Heilig Avondmaal dat de kerk viert, maar over een feestmaaltijd waarmee Jezus spreekt over het Koninkrijk van God.
Hoe vertelt u de gelijkenis van de grote maaltijd aan kinderen?
Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Volg de Bijbel: de maaltijd bij de Farizeeër, de uitnodiging, de drie verontschuldigingen, de toorn van de heer, de armen en kreupelen die wel komen, en de dienstknecht die nog verder moet gaan omdat er plaats is. Leg uit dat dwingen hier dringend vragen betekent. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.
Stel een vraag over De gelijkenis van de grote maaltijd
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.