“En tot de ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot de grijsheid toe zal Ik ulieden dragen; Ik heb het gedaan, en Ik zal u opnemen, en Ik zal dragen en redden.”
Bij dementie verandert de mens, maar de Heere zegt: Ik zal Dezelfde zijn. Telkens staat er wat God doet: dragen, opnemen, redden; de oudere hoeft niets bij te dragen. Lees vers 3 erbij: dezelfde God droeg al "van den buik aan". Een tekst voor een kaart, voor het ziekenbezoek en voor de familie zelf.
“Verwerp mij niet in den tijd des ouderdoms; verlaat mij niet, terwijl mijn kracht vergaat.”
Een gebed van iemand die oud is en voelt dat de krachten afnemen. Bij beginnende dementie, als de persoon zelf nog merkt dat het geheugen achteruitgaat, kan dit vers een eigen gebed worden. Familie kan het ook namens hem of haar bidden.
“Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontferme over den zoon haars buiks? Ofschoon deze vergate, zo zal Ik toch u niet vergeten.”
De Heere noemt het ondenkbare: dat een moeder haar kind vergeet. Kinderen van een dementerende moeder maken precies dat mee, en dat doet veel pijn. Deze tekst belooft niet dat het geheugen blijft, wel dat God Zelf niet vergeet. Vers 16 voegt toe: "Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd."
“HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.”
Wie zichzelf niet meer goed kent en anderen niet meer herkent, wordt door God nog volkomen gekend. Psalm 139 gaat verder over Gods kennis van zitten en opstaan, van gedachten en wegen. Een korte tekst om bij iemand met dementie voor te lezen, met de hand op de schouder.
“Evenwel het vaste fondament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn;”
Een zorg die gelovige families vaak hebben: wat als vader zijn geloof niet meer kan uitspreken? Deze tekst legt de zekerheid niet bij wat de mens nog weet, maar bij wat God kent. Het fondament staat, ook als het geheugen niet meer staat.
“Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij. En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.”
Niemand zal ze uit Mijn hand rukken: ook geen ziekte die het verstand aantast. De Goede Herder houdt vast, ook als het schaap de weg niet meer weet. Een tekst voor de familie die zich afvraagt wat er van het geloof overblijft.
“Gedenk niet der zonden mijner jonkheid, noch mijner overtredingen; gedenk mijner naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o HEERE!”
Een gebed om gedachtenis: gedenk mijner, Heere. Bij dementie is het de mens die vergeet; dit gebed vraagt dat God gedenkt. Een tekst voor familie om te bidden aan het bed, en voor de persoon zelf zolang die het nog kan meebidden.
“Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde, dat wij stof zijn.”
God weet hoe kwetsbaar een mens is, ook in zijn denken. Hij verwacht van iemand met dementie geen kerkgang, geen gesprek over de preek, geen gebed in volzinnen. Een tekst die ook de familie mag geruststellen als vader of moeder niet meer kan wat vroeger vanzelf ging.
“Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen.”
Bij dementie kan iemand dingen zeggen of doen die niet bij hem passen, ook in geloofszaken. Wat door de ziekte gezegd wordt, is geen ontrouw in de zin van deze tekst; maar de tekst laat wel zien dat Gods trouw niet afhangt van wat de mens vasthoudt. Deze tekst helpt de familie om het oordeel aan God te laten en zelf te rusten in Zijn trouw.
“Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat;”
Een beeld dat bij dementie letterlijk wordt: iemand bij de hand nemen omdat hij de weg niet meer weet. God vat de rechterhand. Lees vers 24 erbij: "Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen."
“Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus;”
Het werk van God in een mens loopt niet vast als het verstand afneemt. Hij Die begon, zal het voleindigen. Een tekst voor de kinderen van een vader of moeder die vroeger veel over het geloof sprak en nu stil is geworden.
“Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.”
Familieleden beschrijven dementie soms als een duisternis die langzaam groter wordt. Voor God is die duisternis niet donker. Een tekst om te overdenken voor wie zich zorgen maakt over wat er in het hoofd van de geliefde omgaat.
“Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben.”
Nu ten dele, straks volkomen: dat geldt voor elke gelovige, en bij dementie wordt het "ten dele" heel zichtbaar. De belofte is dat wie gekend is, eens zal kennen. Een tekst die ook geschikt is voor de rouwkaart na een lange periode van dementie.