Artikel 16 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Van de eeuwige verkiezing Gods
In het kort
Artikel 16 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt de verkiezing als een daad van de barmhartige en rechtvaardige God. Uit de gevallen mensheid verlost Hij in Christus degenen die Hij uit genade verkoren heeft, zonder te letten op hun werken. De anderen laat Hij in het verderf waarin zij zichzelf gestort hebben.
De tekst van NGB 16
Wij geloven, dat, het gehele geslacht van Adam door de zonde des eersten mensen in verderfenis en ondergang zijnde, God Zichzelf zodanig bewezen heeft als Hij is, te weten: barmhartig en rechtvaardig.
Barmhartig: doordien Hij uit deze verderfenis trekt en verlost degenen, die Hij in Zijn eeuwigen en onveranderlijken raad, uit enkel goedertierenheid, uitverkoren heeft in Jezus Christus, onzen Heere, zonder enige aanmerking hunner werken.
Rechtvaardig: doordien Hij de anderen laat in hun val en verderf, waar zij zichzelf in geworpen hebben.
Tekst: Nederlandse Geloofsbelijdenis, zoals overzien door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl.
Het artikel over de verkiezing is kort: drie zinnen, dicht bij de Schrift. Het begint niet bij een verborgen besluit in de eeuwigheid, maar bij de toestand van de mens. Het artikel noemt 'het gehele geslacht van Adam' en zegt dat het 'in verderfenis en ondergang' ligt. Verderfenis betekent verlorenheid: een toestand waarin de mens te gronde gaat.
Dat uitgangspunt is belangrijk. Niemand heeft recht op Gods genade. Paulus schrijft: "Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods". Wie over de verkiezing nadenkt, moet eerst weten dat God te maken heeft met schuldige mensen. Hij kiest niet tussen onschuldigen, maar ontfermt Zich over verlorenen.
Zoals God is: barmhartig en rechtvaardig
Het hart van het artikel staat in de eerste zin. In de verkiezing heeft 'God Zichzelf zodanig bewezen' als Hij is. Bewezen betekent hier: getoond, laten zien. God laat zien wie Hij is, namelijk 'barmhartig en rechtvaardig'.
Die twee horen bij elkaar. God is niet soms barmhartig en soms rechtvaardig, alsof Hij van karakter wisselt. Hij is altijd beide. In het verlossen van verloren mensen komt Zijn barmhartigheid uit. In het laten van anderen in hun schuld komt Zijn gerechtigheid uit. Het artikel vraagt niet dat wij dat in een sluitend systeem passen. Het vraagt dat wij God eren zoals Hij Zich bekendmaakt.
Barmhartig: verkoren in Christus
De tweede zin legt uit wat barmhartig betekent. God 'uit deze verderfenis trekt en verlost' wie Hij verkoren heeft. Dat besluit ligt vast 'in Zijn eeuwigen en onveranderlijken raad'. Raad betekent hier: Gods besluit, Zijn plan. Paulus zegt dat God Zijn volk "uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld".
Waarom kiest God? Het artikel antwoordt: 'uit enkel goedertierenheid'. Goedertierenheid is Gods goedheid tegenover wie die niet verdient, en enkel betekent hier: alleen. De reden ligt dus niet in de mens. Dat onderstrepen de woorden 'zonder enige aanmerking hunner werken'. Aanmerking betekent: het letten op. God koos niet op grond van wat mensen zouden doen. "Zo is het dan niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods".
Opvallend is dat de verkiezing plaatsvindt 'in Jezus Christus, onzen Heere'. Zij staat niet los van Christus. God heeft Zijn volk in Hem gekozen, om het door Hem te verlossen. Zo wijst de verkiezing ons naar Christus, en niet naar Gods verborgen raad om daarin te gaan zoeken.
Rechtvaardig: de anderen gelaten
De derde zin is de kortste. God is rechtvaardig doordien Hij 'de anderen laat in hun val en verderf'. Het woord laat is met zorg gekozen. God drijft niemand tot de zonde. Het artikel voegt eraan toe: 'waar zij zichzelf in geworpen hebben'. De oorzaak van het verloren gaan ligt bij de mens zelf, niet bij God.
Dit is een zwaar punt, en de belijdenis spreekt er met ontzag over. Zij legt niet uit waarom God de een verkiest en de ander niet. Ook Paulus geeft daarvoor geen verklaring die ons verstand bevredigt; hij eindigt in aanbidding. Wel staat vast dat God niemand onrecht doet. Wie verloren gaat, ontvangt wat hij verdiend heeft. Wie behouden wordt, ontvangt wat hij niet verdiend heeft.
Troost zonder te speculeren
Dit artikel is niet geschreven om mensen angstig te maken. De verkiezing is in de belijdenis een bron van troost. Wat God in Zijn eeuwige raad besloten heeft, verandert niet. Romeinen 8 laat zien dat God Zijn werk afmaakt: wie Hij te voren verordineerd heeft, roept, rechtvaardigt en verheerlijkt Hij ook. Zo spreekt ook de Heidelbergse Catechismus in zondag 21 over een gemeente "tot het eeuwige leven uitverkoren".
Het is niet de bedoeling dat iemand in Gods verborgen raad gaat zoeken of hij verkoren is. Dat leidt tot wanhoop of tot zorgeloosheid. De Schrift wijst naar Christus, Die Zelf zegt: "die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen". Die belofte geldt ieder die tot Hem komt. Hoofdstuk 1 van de Dordtse Leerregels werkt de verkiezing verder uit, ook met een woord voor wie erover tobt.
Bijbelse onderbouwing
“Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;”
Paulus zegt dat God Zijn volk in Christus verkoren heeft voor de grondlegging der wereld, met het doel dat zij heilig zouden leven.
“Zo is het dan niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods.”
De verkiezing hangt niet af van het willen of lopen van de mens, maar alleen van de ontferming van God.
“Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”
Christus belooft dat Hij niemand die tot Hem komt zal uitwerpen, en daarin ligt de troost van de verkiezing voor de zoekende zondaar.
“Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden der eeuwen;”
God heeft Zijn kinderen geroepen op grond van Zijn eigen voornemen en genade in Christus, en niet op grond van hun werken.
“En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.”
Wat God in Zijn eeuwige en onveranderlijke raad besloten heeft, voert Hij ten einde: wie Hij verordineerd heeft, roept, rechtvaardigt en verheerlijkt Hij ook.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
Voor artikel 16 sloot Guido de Bres nauw aan bij de Franse geloofsbelijdenis van 1559, die ook kort en sober over de verkiezing spreekt. Rome leerde in die tijd dat de mens met de genade meewerkt en zo verdiensten kan verwerven. Daartegenover belijdt dit artikel dat de verkiezing alleen uit genade is, zonder te letten op werken.
Aan het begin van de zeventiende eeuw kwam de verkiezing opnieuw ter discussie. De remonstranten leerden dat God verkiest wie Hij vooruitziet als gelovig en volhardend. De Synode van Dordrecht wees dat af en werkte de leer van de verkiezing uit in hoofdstuk 1 van de Dordtse Leerregels. Artikel 16 bleef de korte kern, de Leerregels gaven de uitwerking.
Om over door te praten
- Waarom begint artikel 16 bij de val van het hele geslacht van Adam, en wat verandert dat aan uw kijk op de verkiezing?
- Hoe laten de woorden barmhartig en rechtvaardig samen zien wie God is?
- Wat betekent het voor uw eigen geloofsleven dat God verkiest in Jezus Christus en niet los van Hem?
- Waarom zegt het artikel dat God 'de anderen laat in hun val en verderf', en niet dat Hij hen erin brengt?
- Hoe zou u met Johannes 6:37 iemand helpen die tobt over de vraag of hij verkoren is?