Ga naar hoofdinhoud

Geloofsbelijdenis van Nicea: kerk, doop en het toekomende leven

In het kort

Het slot van de Geloofsbelijdenis van Nicea gaat over de kerk, de doop en het eeuwige leven. De kerk is één, heilig, algemeen en apostolisch. Er is één doop tot vergeving der zonden. De gelovige ziet uit naar de opstanding der doden en het leven van de wereld die komt.

De tekst van Nicea, deel 5

En één, heilige, algemene en apostolische Kerk.

Ik belijd één Doop tot vergeving der zonden, en ik verwacht de opstanding der doden, en het leven der toekomende eeuw.

Amen.

Tekst: traditionele Nederlandse kerkboektekst, naar de uitgave van de Gereformeerde Bijbelstichting. Publiek domein.

Met de kerk, de doop en het eeuwige leven eindigt de Geloofsbelijdenis van Nicea. Dit slot volgt direct op het deel over de Heilige Geest. Dat is geen toeval. Christus vergadert Zijn kerk door Zijn Geest en Woord, Hij sterkt het geloof door de doop, en de Geest zal ook de doden levend maken. Wie deze regels belijdt, spreekt dus niet over menselijke instellingen, maar over het werk van God. Het deel eindigt met een kort Amen.

Eén kerk onder één Herder

De belijdenis spreekt van 'één, heilige, algemene en apostolische Kerk'. Dat zijn vier kenmerken. Het Apostolicum noemt de kerk heilig en algemeen. Nicea zegt er ook één en apostolisch bij. Het eerste kenmerk is dus dat de kerk één is. De Heere Jezus sprak over schapen uit een andere stal, die Hij ook zou toebrengen. Dan zal het worden "een kudde, en een Herder".

De kerk is één, omdat zij maar één Herder heeft. Die eenheid hangt niet aan één gebouw of één bestuur, maar aan Zijn stem. Wie die stem hoort en Hem volgt, hoort bij de ene kudde, op welke plaats ook. De Heere Jezus bad Zelf voor de Zijnen, "opdat zij allen een zijn". Daarom zoekt de kerk ook de eenheid in de waarheid.

Algemeen en apostolisch

Heilig is de kerk omdat zij aan Christus toebehoort, niet omdat haar leden zonder zonde zijn. Algemeen betekent: over de hele wereld en door alle tijden heen. Wie in de kerk van zijn eigen plaats Christus belijdt, hoort bij dezelfde kerk als de gelovigen van Nicea.

Apostolisch is de kerk omdat ze rust op het woord van de apostelen. Ze is "gebouwd op het fondament der apostelen en profeten", met Christus als de uiterste Hoeksteen. Rome verbindt dit kenmerk sterk aan de rij bisschoppen die tot de apostelen teruggaat. De Reformatie zocht het in de leer: een kerk is apostolisch als ze leert wat de apostelen geleerd hebben.

Eén doop tot vergeving der zonden

Daarna zegt de belijdenis: 'Ik belijd één Doop tot vergeving der zonden'. Ook dit woord één komt uit de brief aan de Efeziërs: "Een Heere, een geloof, een doop". De doop wordt niet herhaald. Hij is het teken dat iemand bij de ene Heere hoort. Op de Pinksterdag riep Petrus op tot bekering en doop "tot vergeving der zonden".

Het water zelf wast de zonden niet af. Zondag 26 van de catechismus legt uit dat het uitwendige water wijst op het bloed en de Geest van Christus. Zo zeker als het water het lichaam reinigt, zo zeker wast Christus de zonden af. De doop is dus een teken en zegel van wat Hij aan het kruis volbracht heeft.

De opstanding der doden

Dan volgt: 'ik verwacht de opstanding der doden'. Verwachten betekent hier: met zekerheid uitzien naar iets wat komen zal. Het graf is niet het laatste woord. De Heere Jezus zei dat "allen, die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen". Het lichaam wordt opgewekt en weer met de ziel verenigd. Zondag 22 van de catechismus noemt dat een troost voor de gelovige.

Het leven der toekomende eeuw

Het laatste wat de belijdenis noemt, is 'het leven der toekomende eeuw'. Een eeuw is hier een tijdperk. De toekomende eeuw is de nieuwe wereld die God na het laatste oordeel geeft. Van de aartsvaders zegt de Hebreeënbrief dat zij begerig waren "naar een beter, dat is, naar het hemelse". God had voor hen een stad bereid.

Dat leven begint niet pas na de dood. De catechismus zegt dat de gelovige het beginsel van de eeuwige vreugde nu al in zijn hart gevoelt. Tegelijk geldt: "wij hebben hier geen blijvende stad". Wie dat leven nog mist, mag het bij Christus zoeken. Het Amen aan het slot betekent: zo is het, dit is waar en zeker.

Bijbelse onderbouwing

  • Efeze 4:5

    “Een Heere, een geloof, een doop,”

    Paulus noemt één Heere, één geloof en één doop, en daaruit komt de belijdenis van de ene doop en de ene kerk.

    Uitleg bij Efeze 4

  • Efeze 2:20

    “Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;”

    De gemeente is gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, en dat maakt haar apostolisch.

  • Handelingen 2:38

    “En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.”

    Petrus roept op tot bekering en doop tot vergeving der zonden, de woorden die de belijdenis bij de ene doop overneemt.

  • Johannes 5:28

    “Verwondert u daar niet over, want de ure komt, in dewelke allen, die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen;”

    De Heere Jezus zegt dat allen die in de graven zijn Zijn stem zullen horen, en dat is de opstanding der doden.

  • Hebreeën 11:16

    “Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is, naar het hemelse. Daarom schaamt Zich God hunner niet, om hun God genaamd te worden; want Hij had hun een stad bereid.”

    De aartsvaders zagen uit naar een beter, hemels vaderland; die verwachting noemt de belijdenis het leven der toekomende eeuw.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

Over de kerk, de doop en het toekomende leven zei de tekst van 325 nog niets. Daar volgden na de Heilige Geest alleen veroordelingen van wat Arius en zijn aanhangers over de Zoon leerden. De slotregels over kerk, doop en verwachting kwamen erbij op het concilie van Constantinopel in 381.

Nieuw waren ze niet. Doopbelijdenissen die toen in de kerken van het Oosten werden gebruikt, kenden al zulke slotregels. Wie gedoopt werd, beleed daarin ook de kerk, de vergeving der zonden en het eeuwige leven. In de Latijnse tekst heet de kerk katholiek. De kerken van de Reformatie vertaalden dat met algemeen, zoals ook de catechismus doet.

Om over door te praten

  1. Waarom staat de belijdenis van de kerk direct na de belijdenis van de Heilige Geest?
  2. Wat betekent het voor u dat de kerk één Herder heeft, ook waar zij verdeeld lijkt?
  3. Wat zegt het woord algemeen over de plaats van uw eigen gemeente in de wereldwijde kerk?
  4. Wat betekent uw doop voor u, en waartoe roept hij u in uw eigen leven?
  5. Hoe verandert de verwachting van de opstanding uw kijk op ziekte, ouderdom en sterven?

Verder lezen