Het concilie van Nicea (325): wat gebeurde er?
In het kort
Het concilie van Nicea kwam in 325 bijeen op uitnodiging van keizer Constantijn. Het wees de leer van Arius af, die de Zoon van God een schepsel noemde. Met het woord homoousios beleed het dat Christus van hetzelfde wezen is als de Vader. In 381 kreeg de geloofsbelijdenis te Constantinopel haar huidige vorm.
Waarom Constantijn het concilie bijeenriep
Het concilie van Nicea was de eerste kerkvergadering waarvoor bisschoppen uit het hele Romeinse rijk werden uitgenodigd. Het kwam in 325 bijeen in Nicea, een stad in Klein-Azië die nu Iznik heet en in Turkije ligt. Daarom telt de kerk het als het eerste algemene of oecumenische concilie.
De aanleiding lag in Alexandrië, in Egypte. Daar was rond 318 een conflict ontstaan tussen bisschop Alexander en Arius, een presbyter in die stad. Het ging om de vraag wie de Zoon van God is. Alexander en een synode van Egyptische bisschoppen veroordeelden Arius. Maar Arius vond steun bij bisschoppen elders, onder wie Eusebius van Nicomedië. Zo verspreidde de strijd zich over de kerken in het oosten van het rijk.
Keizer Constantijn had in 324 het hele rijk onder zijn gezag gebracht. Hij had de christenen vrijheid gegeven en wilde dat de kerk één bleef. Een verdeelde kerk zag hij ook als een gevaar voor de eenheid van zijn rijk. Eerst stuurde hij bisschop Hosius van Cordoba naar Alexandrië om te bemiddelen. Toen dat niet lukte, riep hij de bisschoppen bijeen in Nicea. Hij zorgde voor hun reis en verblijf en opende de vergadering zelf.
Volgens de overlevering waren er 318 bisschoppen. De meesten kwamen uit het oostelijke deel van het rijk, uit het westen waren er maar enkelen. De bisschop van Rome kwam niet zelf, maar liet zich door twee presbyters vertegenwoordigen. Ook Athanasius was erbij, toen nog diaken en secretaris van bisschop Alexander. Hij zou later de bekendste verdediger van Nicea worden.
Wat Arius leerde
Arius wilde de eenheid van God bewaren. Volgens hem kon alleen de Vader zonder begin zijn. De Zoon was daarom door de Vader voortgebracht, vóór alle andere dingen. Hij was het hoogste schepsel, door Wie God daarna de wereld maakte. Volgens Arius was de Zoon er niet altijd geweest: er was toen Hij er nog niet was.
Arius wilde de Zoon wel God noemen, maar dan als eretitel en niet van nature. Hij gebruikte bijbelse woorden en verwerkte zijn leer zelfs in liederen, die onder het volk bekend werden. Daardoor leek zijn leer voor velen eerbiedig en schriftuurlijk. Toch raakte zij het hart van het Evangelie. Als de Zoon een schepsel is, dan is God in Christus niet Zelf tot ons gekomen.
Daartegenover stonden Alexander en Athanasius. Zij wezen op het begin van het Johannesevangelie: "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God". Wat in het begin al was, heeft zelf geen begin gehad. Ook Thomas beleed de opgestane Christus als "Mijn Heere en mijn God". De kerk aanbad Christus al lang vóór Nicea. Het concilie moest uitspreken wat zij altijd had geloofd.
Het woord homoousios
Het concilie zocht eerst naar woorden uit de Schrift om het geloof van de kerk vast te leggen. Maar elk bijbels woord bleek de aanhangers van Arius een uitweg te bieden. Zei men dat de Zoon uit God is, dan antwoordden zij dat alle dingen uit God zijn. Zo bleef de vraag open of de Zoon Schepper is of schepsel.
Daarom koos het concilie het Griekse woord homoousios. Het is samengesteld uit homos, hetzelfde, en ousia, wezen. De Zoon is dus geen tweede God naast de Vader, en ook geen deel van God. Hij is met de Vader de ene God, in niets minder dan de Vader. Paulus schrijft van Christus: "in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk".
Het woord staat zelf niet in de Bijbel, en dat werd het concilie later verweten. Maar het zegt niets anders dan wat de Schrift leert. Jezus zei: "Ik en de Vader zijn een". Het nieuwe woord diende alleen om die belijdenis te beschermen tegen een uitleg die haar uitholde.
Aan de belijdenis van 325 werden veroordelingen toegevoegd. Wie leerde dat de Zoon uit het niets geschapen was of een begin had, werd buiten de kerk gesloten. Op twee na ondertekenden alle bisschoppen. Arius en die twee werden door de keizer verbannen. Het concilie stelde ook kerkelijke regels op en sprak zich uit over de datum van het Paasfeest.
Van Nicea naar Constantinopel
Met Nicea was de strijd niet voorbij. Al na enkele jaren kregen vrienden van Arius weer invloed aan het keizerlijk hof. Arius zelf mocht terugkeren uit de ballingschap. Athanasius, die in 328 bisschop van Alexandrië werd, moest juist meer dan eens in ballingschap gaan. Lange tijd leek het erop dat de leer van Arius zou winnen.
Sommigen zochten een middenweg en noemden de Zoon alleen van gelijk wezen als de Vader. Geleidelijk zagen velen in dat alleen het woord van Nicea de Godheid van Christus echt veiligstelde. Daar hebben vooral Basilius de Grote, Gregorius van Nazianze en Gregorius van Nyssa aan bijgedragen.
In 381 riep keizer Theodosius een nieuw concilie bijeen in Constantinopel, volgens de overlevering met 150 bisschoppen. Dit concilie bevestigde het geloof van Nicea. Het sprak ook uitvoeriger over de Heilige Geest, van Wie sommigen toen ontkenden dat Hij God is. De geloofsbelijdenis die de kerk nu kent als die van Nicea, gaat op dit concilie terug. Daarom heet zij ook wel de belijdenis van Nicea-Constantinopel.
De tekst van 325 eindigde kort met het geloof in de Heilige Geest. In de vorm van 381 wordt de Geest Heere genoemd, Die levend maakt en met de Vader en de Zoon wordt aangebeden. Ook de regels over de kerk, de doop en het eeuwige leven kwamen erbij, en de veroordelingen van 325 vielen weg. Later voegde de westerse kerk nog het filioque toe: dat de Geest ook van de Zoon uitgaat.
Werd in Nicea de Bijbel samengesteld?
Een hardnekkig misverstand is dat het concilie van Nicea zou hebben bepaald welke boeken in de Bijbel horen. Dat is niet zo. Over de canon, de lijst van boeken die tot de Heilige Schrift behoren, heeft het concilie niets besloten. In de belijdenis, de twintig kerkelijke regels en de brief die het concilie naliet, komt dit onderwerp niet voor.
De kerken lazen de evangeliën en de brieven van de apostelen toen al lang in de eredienst. Die boeken zijn niet door een vergadering aangewezen, maar door de kerk als Gods Woord ontvangen en erkend. Een bekende lijst met precies de 27 boeken van het Nieuwe Testament staat in een paasbrief van Athanasius uit 367. Die brief verscheen ruim veertig jaar na Nicea, en ook hij legde geen nieuwe Bijbel vast.
Wat Nicea de kerk nalaat
De Nederlandse Geloofsbelijdenis noemt in artikel 9 Arius onder de ketters die met recht door de oude kerkvaders zijn veroordeeld. In hetzelfde artikel neemt zij de belijdenis van Nicea gaarne aan, samen met die van de apostelen en van Athanasius. Zo staat de gereformeerde kerk bewust in de lijn van Nicea. Zij doet dat niet omdat een keizer of een concilie het besliste, maar omdat deze belijdenis met de Schrift overeenstemt.
Was het in Nicea dan alleen een strijd om één woord? Wie Christus aanbidt, aanbidt God Zelf, of hij aanbidt een schepsel. Wie op Hem vertrouwt voor de verlossing, rust op God, of op iemand die zelf ook maar geschapen is. Om die vraag ging het. Daarom belijdt de kerk tot op vandaag met Thomas en met Nicea dat Jezus Christus waarachtig God is.
Bijbelse onderbouwing
“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”
Johannes noemt het Woord, Dat al in het begin bij God was, Zelf God; daarop beriep de kerk zich tegen Arius.
“Ik en de Vader zijn een.”
Jezus zegt dat Hij en de Vader één zijn, en die eenheid wilde het concilie met het woord homoousios beschermen tegen elke afzwakking.
“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk;”
Paulus zegt dat in Christus de volle Godheid woont, niet een afgeleide of mindere Godheid, zoals ook de belijdenis van Nicea het verwoordt.
“En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God!”
Thomas belijdt de opgestane Christus als zijn Heere en God, wat laat zien dat de kerk Christus al lang vóór Nicea als God aanbad.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Om over door te praten
- Waarom was het voor de kerk niet genoeg om alleen bijbelse woorden te gebruiken, en wat zegt dat over de taak van een belijdenis?
- Hoe zou u iemand antwoorden die zegt dat de Bijbel op het concilie van Nicea is samengesteld?
- Wat betekent het voor uw eigen aanbidding dat de kerk Christus al vóór Nicea als God aanbad?