Dordtse Leerregels hoofdstuk 5, artikel 7: het onverderfelijk zaad
In het kort
Volgens artikel 7 van hoofdstuk 5 van de Dordtse Leerregels bewaart God in een gevallen gelovige het onverderfelijk zaad van de wedergeboorte. Daarna brengt Hij hem door Woord en Geest zeker terug tot bekering. Hij geeft droefheid naar God, vergeving door het geloof en opnieuw het gevoel van Gods genade, zoals bij Petrus.
De tekst van DL V,7
Want eerstelijk, in zulk vallen bewaart Hij nog in hen dit Zijn onverderfelijk zaad, waaruit zij wedergeboren zijn, opdat het niet verga, noch uitgeworpen worde. Ten andere vernieuwt Hij hen zekerlijk en krachtiglijk door Zijn Woord en Geest tot bekering, opdat zij over de bedreven zonden van harte, en naar God bedroefd zijn; vergeving in het bloed des Middelaars, door het geloof, met een verbroken hart, begeren, en verkrijgen; de genade van God, Die nu met hen verzoend is, wederom gevoelen; Zijn ontfermingen en trouw aanbidden; en voortaan hun zaligheid met vrezen en beven des te naarstiger werken.
Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.
Artikel 7 van hoofdstuk 5 van de Dordtse Leerregels sluit direct aan bij artikel 6. Het woord 'Want' aan het begin verbindt dit artikel met het vorige. In artikel 6 staat dat God de Heilige Geest van de Zijnen niet geheel wegneemt, ook niet in hun droevig vallen. Hoe doet God dat dan? Dit artikel noemt twee dingen. In de eerste plaats bewaart Hij het onverderfelijk zaad in hen. Ten tweede brengt Hij hen zeker terug tot bekering. Dat bedoelen de oude woorden 'eerstelijk' en 'ten andere'.
Het zaad dat niet vergaat
Het eerste deel zegt: 'in zulk vallen bewaart Hij nog in hen dit Zijn onverderfelijk zaad'. Onverderfelijk betekent: wat niet kan vergaan of bederven. Het is het zaad 'waaruit zij wedergeboren zijn'. Met dat beeld spreekt de Schrift over het nieuwe leven dat God door Zijn Woord in een mens legt. Petrus schrijft dat gelovigen wedergeboren zijn "niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad". Johannes zegt van wie uit God geboren is: "Zijn zaad blijft in hem".
Het artikel maakt de val niet klein. Artikel 5 zei al dat een gelovige die zwaar zondigt God vertoornt en het gevoel van de genade voor een tijd kan verliezen. Toch blijft het zaad. God bewaart het, 'opdat het niet verga, noch uitgeworpen worde'. Uitgeworpen worden is: eruit gegooid worden. Het nieuwe leven kan zwak en verborgen zijn, maar het sterft niet. Dat ligt niet aan de kracht van de gelovige, maar aan God, Die het bewaart.
God vernieuwt tot bekering
Het tweede deel zegt dat God hen 'zekerlijk en krachtiglijk door Zijn Woord en Geest tot bekering' vernieuwt. Zekerlijk betekent: zeker, zonder dat het mislukt. Krachtiglijk betekent: met kracht. God wacht dus niet af of de gevallen gelovige uit zichzelf terugkomt. Hij gebruikt Zijn Woord en Zijn Geest om hem terug te brengen.
Daarna beschrijft het artikel hoe die bekering eruitziet. De gelovigen worden over hun zonden 'van harte, en naar God bedroefd'. Dat is droefheid die op God gericht is, niet alleen spijt over de gevolgen. Paulus zegt dat "de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid". Zij begeren en verkrijgen 'vergeving in het bloed des Middelaars'. Dat gebeurt 'door het geloof, met een verbroken hart'.
Ook keert terug wat in de val verloren leek. Zij mogen 'de genade van God, Die nu met hen verzoend is, wederom gevoelen'. Wederom betekent: opnieuw. Zij gaan 'Zijn ontfermingen en trouw aanbidden'. Ontfermingen zijn Gods barmhartigheden. Ten slotte willen zij 'voortaan hun zaligheid met vrezen en beven des te naarstiger werken'. Naarstig betekent: ijverig. Die woorden sluiten aan bij Filippenzen 2.
De Heidelbergse Catechismus noemt in zondag 33 twee kanten van de ware bekering: het afsterven van de oude mens en het opstaan van de nieuwe. Beide herkent u in dit artikel. Er is hartelijk leed over de zonde, en er is nieuwe blijdschap in God door Christus.
Petrus als voorbeeld
Petrus laat zien wat dit artikel bedoelt. Hij verloochende de Heere Jezus driemaal. Toch had Christus vooraf voor hem gebeden, "dat uw geloof niet ophoude". Na de val keerde de Heere Zich om en zag Petrus aan. Toen dacht Petrus aan Zijn woord. "En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk". Dat waren tranen van droefheid naar God, geen wanhoop. Christus had er al bij gezegd: "als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders".
Zo spreekt dit artikel tot wie gevallen is en bang is dat alles voorbij is. Het belooft geen gemak en noemt de zonde niet onschuldig. Het wijst de gevallen gelovige niet naar zijn eigen kracht, maar naar God, Die het zaad bewaart en tot bekering vernieuwt. Wie zo gevallen is, wordt geroepen om vergeving te zoeken in het bloed van de Middelaar, door het geloof.
Bijbelse onderbouwing
“Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.”
Petrus noemt het zaad waaruit gelovigen wedergeboren zijn onvergankelijk, en daarop rust de belijdenis dat dit zaad in de val niet vergaat.
“Een iegelijk, die uit God geboren is, die doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.”
Johannes zegt dat Gods zaad blijft in wie uit God geboren is, wat het artikel uitwerkt voor de gelovige die gevallen is.
“Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders.”
Christus bad dat het geloof van Petrus niet zou ophouden en sprak al van zijn bekering, zoals het artikel belijdt dat God de gevallen gelovige zeker tot bekering vernieuwt.
“En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk.”
De bittere tranen van Petrus na zijn verloochening laten de droefheid naar God zien waartoe God de gevallen gelovige terugbrengt.
“Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood.”
Paulus onderscheidt de droefheid naar God van de droefheid der wereld, zoals het artikel spreekt over gelovigen die naar God bedroefd zijn.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
Dit artikel staat tegenover wat de remonstranten over de volharding leerden. Volgens hen konden ware gelovigen het geloof en de genade geheel en voorgoed verliezen. Ook vonden zij het niet ongerijmd dat iemand die zijn wedergeboorte verloren had, opnieuw wedergeboren werd. De synode wees beide af in de verwerpingen bij dit hoofdstuk, onder meer met een beroep op het onvergankelijke zaad uit 1 Petrus 1. Artikel 7 zegt positief wat er met een gevallen gelovige gebeurt: het zaad blijft, en God brengt hem terug.
Om over door te praten
- Welke twee dingen doet God volgens artikel 7 in een gelovige die zwaar gevallen is?
- Wat is het verschil tussen droefheid naar God en spijt over de gevolgen van een zonde?
- Wat leert de geschiedenis van Petrus over de manier waarop Christus een gevallen discipel terugbrengt?
- Waarom noemt het artikel Gods werk in de bekering zeker en krachtig, en wat zegt dat over Zijn trouw?
- Hoe kan dit artikel u troosten of waarschuwen als u merkt dat u in een zonde gevallen bent?