Ga naar hoofdinhoud

Dordtse Leerregels hoofdstuk 5, artikel 14: de middelen

In het kort

Artikel 14 van hoofdstuk 5 van de Dordtse Leerregels leert dat God Zijn genadewerk bewaart door de middelen die Hij gegeven heeft. Hij begint het door de prediking van het Evangelie. Hij bewaart en voltooit het door het horen, lezen en overdenken van het Woord, door vermaningen en beloften, en door de sacramenten.

De tekst van DL V,14

Gelijk het God nu beliefd heeft dit Zijn werk der genade door de prediking des Evangelies in ons te beginnen, alzo bewaart, achtervolgt en volbrengt Hij het door het horen, lezen en overleggen daarvan, mitsgaders door vermaningen, bedreigingen, beloften en het gebruik der Heilige Sacramenten.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

Artikel 14 van hoofdstuk 5 van de Dordtse Leerregels gaat over de middelen die God gebruikt om de Zijnen te bewaren. De voorgaande artikelen beleden dat God ware gelovigen niet laat afvallen. Dan rijst de vraag of de gelovige zelf nog iets hoeft te doen. Dit artikel geeft daarop antwoord. God bewaart Zijn kinderen niet buiten de middelen om, maar juist door die middelen. Hij werkt door wat Hij Zelf aan Zijn gemeente gegeven heeft.

Begonnen door de prediking

Het artikel opent met 'Gelijk het God nu beliefd heeft'. Gelijk betekent: zoals, en beliefd betekent: goedgevonden. Het gaat dus om Gods vrije keuze. Het heeft Hem behaagd 'dit Zijn werk der genade door de prediking des Evangelies in ons te beginnen'. Het is Zijn werk, niet het onze. Paulus schrijft: "Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods". Het geloof begint doordat God spreekt en de mens hoort.

Hoofdstuk 3/4, artikel 17 zegt iets vergelijkbaars over de wedergeboorte. Daar belijdt de synode dat Gods almachtige werking het gebruik van het Evangelie niet uitsluit. Artikel 14 trekt die lijn door naar het hele verdere leven van de gelovige.

Bewaren, achtervolgen en volbrengen

Zoals God begint, zo gaat Hij verder: 'alzo bewaart, achtervolgt en volbrengt Hij het'. Alzo betekent: zo. Bewaren is beschermen wat er al is. Achtervolgen betekent hier niet najagen, maar voortzetten. Volbrengen is voltooien. Bij alle drie de werkwoorden is God het onderwerp. Paulus was daarvan overtuigd. Hij schreef dat "Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus". Wat God begint, laat Hij niet half liggen.

Horen, lezen en overleggen

Het eerste middel is het Woord zelf: 'het horen, lezen en overleggen daarvan'. Daarvan slaat op het Evangelie. Horen gebeurt vooral onder de prediking in de kerkdienst. Lezen doet u ook thuis, alleen of met het gezin. Overleggen is een oud woord voor overdenken: het gelezene in het hart bewaren en erover nadenken. Van de rechtvaardige zegt Psalm 1: "hij overdenkt Zijn wet dag en nacht".

Petrus vergelijkt het Woord met melk voor pasgeboren kinderen. Hij schrijft: "zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat gij door dezelve moogt opwassen". Opwassen is opgroeien. Zoals een kind door melk groeit, zo voedt God het geloof door Zijn Woord.

Vermaningen, bedreigingen en beloften

Het artikel noemt ook 'vermaningen, bedreigingen, beloften'. Een vermaning is een ernstige oproep. Een bedreiging is een waarschuwing voor Gods oordeel over de zonde. Een belofte wijst op wat God in Christus toezegt. Iemand zou kunnen denken dat waarschuwingen overbodig zijn als de volharding toch zeker is. Dit artikel zegt het omgekeerde. God gebruikt juist de waarschuwingen om de Zijnen op de weg te houden. De brief aan de Hebreeën zegt het zo: "vermaant elkander te allen dage, zolang als het heden genaamd wordt".

Het gebruik der Heilige Sacramenten

Ten slotte noemt het artikel 'het gebruik der Heilige Sacramenten'. Dat zijn de heilige doop en het heilig avondmaal. De Heidelbergse Catechismus leert in zondag 25 iets vergelijkbaars. De Heilige Geest werkt het geloof door de verkondiging van het Evangelie en sterkt het door het gebruik van de sacramenten. De eerste gemeente in Jeruzalem leefde zo. Lukas schrijft: "zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden".

Wie dit artikel leest, mag de middelen dus niet verachten. Tegelijk mag hij er niet op steunen alsof zij uit zichzelf kracht hebben. De kracht is van God, maar het heeft Hem behaagd door deze middelen te werken. Wie zich zwak voelt in het geloof, hoeft zich daarom niet terug te trekken. Hij mag God juist zoeken in de middelen die Hij gaf: de prediking, het lezen van de Schrift en de sacramenten.

Bijbelse onderbouwing

  • 1 Petrus 2:2

    “En, als nieuwgeborene kinderkens, zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat gij door dezelve moogt opwassen;”

    Petrus roept op begerig te zijn naar de onvervalste melk van het Woord, zoals het artikel het horen, lezen en overleggen van het Woord noemt.

    Uitleg bij 1 Petrus 2

  • Handelingen 2:42

    “En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.”

    De eerste gemeente volhardde in de leer, de breking des broods en de gebeden, de middelen waardoor God volgens het artikel Zijn werk voortzet.

  • Filippenzen 1:6

    “Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus;”

    Paulus vertrouwt erop dat God het goede werk dat Hij begon, ook voleindigt, zoals het artikel belijdt dat God Zijn werk bewaart, achtervolgt en volbrengt.

  • Romeinen 10:17

    “Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”

    Het geloof komt uit het gehoor van het Woord Gods, zoals het artikel zegt dat God Zijn werk door de prediking begint.

  • Hebreeën 3:13

    “Maar vermaant elkander te allen dage, zolang als het heden genaamd wordt, opdat niet iemand uit u verhard worde door de verleiding der zonde.”

    De gelovigen moeten elkaar dagelijks vermanen tegen de verharding door de zonde, en zo gebruikt God volgens het artikel ook vermaningen om de Zijnen te bewaren.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

Tegen de leer van de zekere volharding brachten de remonstranten in dat zij schadelijk zou zijn voor het gebed en andere heilige oefeningen. Waarom zou iemand nog waken en de middelen gebruiken als zijn volharding vaststaat? Zelf leerden zij, volgens de tweede verwerping van dit hoofdstuk, dat God de gelovige wel alles geeft wat nodig is om te volharden. Of hij werkelijk volhardt, hing volgens hen ten slotte af van zijn eigen wil.

Artikel 14 antwoordt op beide punten. De middelen zijn niet overbodig, want God gebruikt ze. Maar de uitkomst hangt niet aan de wil van de mens, want God Zelf bewaart en volbrengt Zijn werk door die middelen.

Om over door te praten

  1. Waarom noemt het artikel de bewaring van de gelovige een werk van God, terwijl het tegelijk zoveel middelen noemt die de mens gebruikt?
  2. Wat is het verschil tussen het horen, het lezen en het overleggen van Gods Woord, en welke van de drie krijgt in uw leven de minste aandacht?
  3. Waarom heeft een gelovige die zeker is van zijn volharding de vermaningen en bedreigingen uit de Schrift toch nodig?
  4. Hoe kunt u de middelen ernstig gebruiken zonder erop te steunen alsof zij uit zichzelf kracht hebben?
  5. Wat kan het voor uw gemeente betekenen om te volharden in de leer, de gemeenschap, de breking van het brood en de gebeden?

Heidelbergse Catechismus