Dordtse Leerregels hoofdstuk 5, artikel 10: bron van zekerheid
In het kort
Volgens DL 5, artikel 10 komt de zekerheid van de volharding niet uit een bijzondere openbaring buiten het Woord. Zij komt uit het geloof aan Gods beloften, uit het getuigenis van de Heilige Geest en uit een goede consciëntie en goede werken. Gods beloften zijn dus de eerste bron van zekerheid, niet een gevoel of een stem.
De tekst van DL V,10
En dienvolgens spruit deze verzekerdheid niet uit enige bijzondere openbaring, zonder of buiten het Woord geschied, maar uit het geloof aan de beloften Gods, die Hij in Zijn Woord zeer overvloedig tot onzen troost geopenbaard heeft; uit het getuigenis des Heiligen Geestes, Die met onzen geest getuigt dat wij kinderen en erfgenamen Gods zijn; eindelijk, uit de ernstige en heilige oefening van een goede consciëntie en van goede werken. En zo de uitverkorenen Gods dezen vasten troost in deze wereld niet hadden, dat zij de overwinning behouden zullen, mitsgaders dit onbedrieglijk pand der eeuwige heerlijkheid, zo zouden zij de ellendigste van alle mensen zijn.
Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.
In het vorige artikel beleed de synode dat ware gelovigen zeker kunnen zijn van hun bewaring en volharding. Artikel 10 van hoofdstuk 5 van de Dordtse Leerregels vraagt daarna: waar komt die zekerheid vandaan? Het begint met 'En dienvolgens'. Dat betekent: en dus, in overeenstemming daarmee. Het artikel noemt eerst wat de bron niet is. Daarna geeft het drie dingen waaruit de zekerheid voortkomt.
Geen openbaring buiten het Woord
Deze verzekerdheid 'spruit' niet 'uit enige bijzondere openbaring, zonder of buiten het Woord geschied'. Spruiten betekent: voortkomen, opgroeien uit. Een bijzondere openbaring zou een persoonlijke boodschap zijn, los van de Schrift, die iemand zegt dat hij behouden blijft. Het artikel wijst zo'n weg af. Een gelovige hoeft dus niet te wachten op een droom, een stem of een buitengewoon teken. God heeft gesproken in Zijn Woord, en daar wijst het artikel heen.
Het geloof aan Gods beloften
De eerste bron is 'het geloof aan de beloften Gods'. God heeft die beloften volgens het artikel 'zeer overvloedig tot onzen troost geopenbaard'. Overvloedig betekent: rijkelijk, meer dan genoeg. De zekerheid rust dus niet op een gevoel, maar op wat God gezegd heeft. De brief aan de Hebreeën spreekt over Gods belofte en eed, opdat wij "een sterke vertroosting zouden hebben". Wie Gods beloften gelooft, steunt op Iemand Die niet liegen kan.
Het getuigenis van de Geest
De tweede bron is 'het getuigenis des Heiligen Geestes'. Het artikel volgt hier Romeinen 8: "Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn". Getuigen betekent: verklaren dat iets waar is. De Geest bevestigt in het hart van de gelovige dat hij een kind van God is. Het artikel voegt eraan toe: 'kinderen en erfgenamen Gods'. Een erfgenaam ontvangt wat de Vader voor hem heeft weggelegd.
Ook de Heidelbergse Catechismus noemt dit werk van de Geest. In zondag 1 belijdt de gelovige dat hij door de Heilige Geest van het eeuwige leven verzekerd wordt. De Geest getuigt niet buiten het Woord om, maar overtuigt het hart van wat God daarin beloofd heeft.
Goede consciëntie en goede werken
De derde bron noemt het artikel met het woord 'eindelijk', dat hier betekent: ten slotte. Het gaat om 'de ernstige en heilige oefening van een goede consciëntie en van goede werken'. Consciëntie is het geweten. Oefening betekent hier: het voortdurend beoefenen, het dagelijks leven in de praktijk. Goede werken zijn geen grond van het heil. Zij zijn de vrucht van het geloof, waaraan de gelovige kan zien dat zijn geloof echt is.
De Heidelbergse Catechismus zegt in zondag 32 iets vergelijkbaars. Goede werken dienen er mede toe dat de gelovige van zijn geloof uit de vruchten verzekerd is. Petrus roept de gelovigen op: "benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken". Benaarstigen betekent: zich ijverig inspannen. Een zorgeloos leven en een vaste verzekerdheid gaan dus niet samen.
Zonder deze troost
Het artikel sluit af met een zware zin. Als de uitverkorenen 'dezen vasten troost in deze wereld niet hadden', dan 'zouden zij de ellendigste van alle mensen zijn'. Dat zijn woorden van Paulus uit 1 Korinthe 15. Mitsgaders betekent: en ook. Een pand is een onderpand, een zekerheid vooraf. De zekerheid van de volharding heet hier een 'onbedrieglijk pand der eeuwige heerlijkheid', een onderpand dat niet bedriegt.
Wie twijfelt of hij volhardt, wordt door dit artikel niet in de eerste plaats naar zichzelf gewezen. Het wijst eerst naar Gods beloften, dan naar het werk van de Geest, en pas daarna naar de vruchten. Het volgende artikel erkent eerlijk dat gelovigen deze zekerheid niet altijd voelen.
Bijbelse onderbouwing
“Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.”
De Geest getuigt met de geest van de gelovigen dat zij kinderen van God zijn, en dat is het getuigenis waarop het artikel zich beroept.
“Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent.”
Johannes roemt de grote liefde van de Vader, Die ons kinderen van God laat noemen, en dat kindschap is wat de Geest volgens het artikel bevestigt.
“Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult gij nimmermeer struikelen.”
Petrus roept op de roeping en verkiezing vast te maken, wat aansluit bij 'de ernstige en heilige oefening' die het artikel noemt.
“Opdat wij, door twee onveranderlijke dingen, in welke het onmogelijk is dat God liege, een sterke vertroosting zouden hebben, wij namelijk, die de toevlucht genomen hebben, om de voorgestelde hoop vast te houden;”
Gods belofte en eed geven de gelovigen een sterke vertroosting, zoals het artikel zegt dat de beloften tot onze troost geopenbaard zijn.
“Indien wij alleenlijk in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen.”
Paulus noemt hen die alleen in dit leven op Christus hopen de ellendigste van alle mensen, en het artikel neemt die woorden over.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
Dit artikel staat tegenover een bekende opvatting. Volgens haar kan niemand in dit leven zeker zijn van zijn toekomstige volharding, behalve door een bijzondere openbaring. Die leer vond men bij Rome; het concilie van Trente had haar in 1547 vastgelegd. De remonstranten namen haar op hun manier over. De synode wees haar af in de vijfde verwerping bij dit hoofdstuk, omdat zij de vaste troost van de gelovigen wegneemt. Artikel 10 zegt positief waaruit de zekerheid wel voortkomt.
Om over door te praten
- Waarom wijst artikel 10 een bijzondere openbaring buiten het Woord af als bron van zekerheid over de volharding?
- Hoe verhouden de drie bronnen die het artikel noemt zich tot elkaar, en waarom staan de beloften Gods voorop?
- Wat bedoelt het artikel met 'de ernstige en heilige oefening van een goede consciëntie en van goede werken'?
- Hoe kunnen Gods beloften u troosten op momenten dat u aan uw eigen geloof twijfelt?
- Waarom zouden gelovigen zonder deze vaste troost de ellendigste van alle mensen zijn, en herkent u daar iets van?