Ga naar hoofdinhoud

Dordtse Leerregels hoofdstuk 3/4, artikel 17: Woord en sacramenten

In het kort

Volgens artikel 17 van hoofdstuk 3/4 van de Dordtse Leerregels maakt God bij de wedergeboorte de middelen, zoals Woord en sacramenten, niet overbodig. Hij werkt juist door de prediking, de sacramenten, de vermaning en de kerkelijke tucht. Daarom mag niemand Gods werk scheiden van de middelen die Hij Zelf heeft samengevoegd. Alle eer blijft bij God.

De tekst van DL III/IV,17

Gelijk ook die almachtige werking Gods, waardoor Hij dit ons natuurlijk leven voortbrengt en onderhoudt, niet uitsluit, maar vereist het gebruik der middelen, door welke God naar Zijn oneindige wijsheid en goedheid deze Zijn kracht heeft willen uitoefenen; alzo is het ook, dat de voormelde bovennatuurlijke werking Gods, waardoor Hij ons wederbaart, geenszins uitsluit, noch omstoot het gebruik des Evangelies, hetwelk de wijze God tot een zaad der wedergeboorte en spijze der ziel verordineerd heeft.

Daarom dan, gelijk de apostelen en de leraars, die hen zijn gevolgd, van deze genade Gods het volk godzaliglijk hebben onderricht, Hem ter eer, en tot nederdrukking van allen hoogmoed des mensen, en ondertussen nochtans niet hebben nagelaten, hen door heilige vermaningen des Evangelies te houden onder de oefening des Woords, der Sacramenten en kerkelijke tucht;

alzo moet het ook nu ver vandaar zijn, dat diegenen, die anderen in de gemeente leren, of die geleerd worden, zich zouden vermeten God te verzoeken door het scheiden dier dingen, die God naar Zijn welbehagen heeft gewild dat te zamen gevoegd zouden blijven.

Want door de vermaningen wordt de genade medegedeeld; en hoe vaardiger wij ons ambt doen, des te heerlijker vertoont zich ook de weldaad Gods, Die in ons werkt, en Zijn werk gaat dan allerbest voort. Welken God alleen toekomt, zo vanwege de middelen, als vanwege de zaligmakende vrucht en kracht daarvan, alle heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

Artikel 17 sluit hoofdstuk 3/4 van de Dordtse Leerregels af. De vorige artikelen leerden dat de wedergeboorte geheel Gods werk is. Dan rijst de vraag of preken, vermanen en de sacramenten nog nodig zijn. Het artikel antwoordt dat God juist door Woord en sacramenten werkt. Het woord middelen betekent hier: de wegen die God gebruikt om Zijn werk te doen.

Een vergelijking met het natuurlijke leven

Het artikel begint met een vergelijking. God brengt 'dit ons natuurlijk leven' voort en onderhoudt het. Toch zegt niemand dat eten en drinken daarom overbodig zijn. Het artikel zegt dat Gods almachtige werking het gebruik der middelen 'niet uitsluit, maar vereist'. Zo heeft God het gewild, 'naar Zijn oneindige wijsheid en goedheid'. Wie brood eet, ontvangt daardoor wat God geeft.

Zo is het ook met de wedergeboorte. Het artikel noemt die 'de voormelde bovennatuurlijke werking Gods'. Voormeld betekent: eerder genoemd, namelijk in de artikelen 11 en 12. Wederbaren is: opnieuw geboren doen worden. Ook dit werk sluit het Evangelie niet uit. Het artikel zegt dat het dit gebruik 'geenszins uitsluit, noch omstoot'. Omstoten betekent: omverwerpen of opzijzetten.

Zaad en spijze

God heeft het Evangelie 'tot een zaad der wedergeboorte en spijze der ziel verordineerd'. Verordineren betekent: vaststellen, bestemmen. Het Evangelie is zaad, omdat God er nieuw leven door laat ontstaan. Petrus schrijft over gelovigen die wedergeboren zijn "door het levende en eeuwig blijvende Woord van God". Het Evangelie is ook spijze, dat is voedsel. Wie wedergeboren is, leeft verder van hetzelfde Woord. Het geloof is immers "uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods".

Zo deden de apostelen

Het tweede deel wijst op de apostelen en de leraars na hen. Zij onderwezen het volk over Gods genade 'godzaliglijk', dat is op een eerbiedige, vrome wijze. Dat deden zij God ter eer en 'tot nederdrukking van allen hoogmoed des mensen'. De leer van de vrije genade maakt de mens klein. Toch lieten de apostelen het vermanen niet na. Zij hielden het volk 'onder de oefening des Woords, der Sacramenten en kerkelijke tucht'.

De eerste gemeente in Jeruzalem leefde zo. Van haar staat: "zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden". Paulus droeg Timotheüs op: "Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk". Hij moest ook weerleggen, bestraffen en vermanen. De kerkelijke tucht hoort daar ook bij. Dat is de vermaning door de kerk, opdat wie afdwaalt zich bekeert.

Niet scheiden wat God samenvoegt

Daarom waarschuwt het artikel wie in de gemeente leert en wie geleerd wordt. Niemand mag zich vermeten, dat is: zo overmoedig zijn, 'God te verzoeken door het scheiden dier dingen'. God verzoeken is Hem op de proef stellen. Dat gebeurt als iemand zegt dat preken en luisteren niet nodig zijn, omdat God toch wederbaart. Het gebeurt ook als iemand de kracht van de middelen zelf verwacht. Paulus zegt: "Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven".

Ernst en lof

Het artikel zegt: 'Want door de vermaningen wordt de genade medegedeeld'. Medegedeeld betekent: gegeven, uitgedeeld. God gebruikt de oproep tot geloof en bekering om het geloof te werken. En 'hoe vaardiger wij ons ambt doen', dat is: hoe ijveriger wij onze taak vervullen, des te heerlijker blijkt Gods weldaad. Zondag 25 van de Heidelbergse Catechismus zegt hetzelfde: de Heilige Geest werkt het geloof door de prediking en sterkt het door de sacramenten.

Het artikel eindigt met lof. Alle heerlijkheid komt God alleen toe, 'zo vanwege de middelen, als vanwege de zaligmakende vrucht en kracht daarvan'. Ook de middelen zijn dus Zijn gave. Wie trouw onder het Woord komt, rust daarom niet op zijn eigen trouw. Hij verwacht het van God, Die door Zijn Woord werkt.

Bijbelse onderbouwing

  • Romeinen 10:17

    “Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”

    Paulus leert dat het geloof komt uit het horen van het Woord van God, het middel dat God Zelf gebruikt.

    Uitleg bij Romeinen 10

  • 2 Timotheüs 4:2

    “Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.”

    Paulus draagt Timotheüs op te prediken en te vermanen, en zo hebben ook de apostelen volgens het artikel de heilige vermaningen niet nagelaten.

  • 1 Korinthe 3:6

    “Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.”

    De dienaren planten en geven water, maar God alleen geeft de groei, zodat de eer bij Hem blijft.

  • Handelingen 2:42

    “En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.”

    De eerste gemeente bleef volharden in de leer, de breking des broods en de gebeden, en dat is de oefening van Woord en sacrament waarvan het artikel spreekt.

  • 1 Petrus 1:23

    “Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.”

    Petrus noemt het Woord van God het onvergankelijke zaad waardoor de gelovigen wedergeboren zijn.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De remonstranten maakten bezwaar tegen de leer dat de wedergeboorte alleen Gods werk is. Als God alles werkt, zo zeiden zij, dan hebben prediking, vermaningen en oproepen tot bekering geen zin meer. De mens zou dan alleen lijdelijk kunnen afwachten. Artikel 17 is het antwoord van de synode op dat bezwaar. Het laat zien dat de leer van de vrije genade de middelen niet opzijzet. Zij vraagt juist om een ernstig gebruik ervan.

Om over door te praten

  1. Welke vergelijking met het natuurlijke leven gebruikt artikel 17, en wat wil de synode daarmee duidelijk maken?
  2. Waarom noemt het artikel het Evangelie zowel een zaad der wedergeboorte als een spijze der ziel?
  3. Op welke manieren kan iemand de middelen scheiden van het werk van God, en waarom heet dat God verzoeken?
  4. Wat bedoelt het artikel met de zin 'door de vermaningen wordt de genade medegedeeld'?
  5. Wat verwacht u van God wanneer u onder de prediking zit, en hoe bereidt u zich daarop voor?

Heidelbergse Catechismus