Dordtse Leerregels hoofdstuk 3/4, artikel 16: genade dwingt niet
In het kort
Artikel 16 van hoofdstuk 3/4 van de Dordtse Leerregels belijdt dat de genade niet dwingt. God behandelt de mens niet als een blok hout en vernietigt de wil niet. Hij maakt de wil geestelijk levend, geneest hem en buigt hem tot een gewillige gehoorzaamheid.
De tekst van DL III/IV,16
Doch gelijk de mens door den val niet heeft opgehouden een mens te zijn, begaafd met verstand en wil, en gelijk de zonde, die het ganse menselijk geslacht heeft doordrongen, de natuur des mensen niet heeft weggenomen, maar verdorven en geestelijker wijze gedood; alzo werkt ook deze Goddelijke genade der wedergeboorte in de mensen niet als in stokken en blokken, en vernietigt den wil en zijn eigenschappen niet, en dwingt dien niet met geweld zijns ondanks, maar maakt hem geestelijk levend, heelt, verbetert, en buigt hem tegelijk liefelijk en krachtiglijk;
alzo dat, waar de wederspannigheid en tegenstand des vleses tevoren ten enenmale de overhand had, daar nu een gewillige en oprechte gehoorzaamheid des Geestes de overhand begint te krijgen; waarin de waarachtige en geestelijke wederoprichting en vrijheid van onzen wil gelegen is.
En tenware dat die wonderbaarlijke Werkmeester alles goeds in dezer voege met ons handelde, de mens zou ganselijk geen hoop hebben van uit den val te kunnen opstaan door zijn vrijen wil, waardoor hij zichzelf toen hij nog stond, in het verderf heeft gestort.
Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.
Dit artikel beantwoordt een bezwaar. In de vorige artikelen beleed de synode dat God de wedergeboorte alleen en krachtig werkt. Dan rijst de vraag of de mens daardoor geen willoos voorwerp wordt. Dwingt Gods genade de mens tegen zijn zin? Het artikel antwoordt dat de genade niet dwingt. Zij herstelt juist wat de zonde had gedood.
Nog altijd een mens
Het artikel begint bij de val. Door de zonde is de mens niet opgehouden mens te zijn. Hij bleef 'begaafd met verstand en wil'. Begaafd betekent: voorzien van. De zonde heeft het hele menselijke geslacht doordrongen, maar de menselijke natuur niet weggenomen. Zij heeft die natuur 'verdorven en geestelijker wijze gedood'. Dat wil zeggen: gedood op geestelijk gebied. De mens denkt en wil nog steeds, maar geestelijk is hij dood. Paulus schrijft aan de gemeente te Efeze: "daar gij dood waart door de misdaden en de zonden".
Geen stokken en blokken
Zoals de zonde de natuur niet wegnam, zo neemt ook de genade haar niet weg. God werkt 'niet als in stokken en blokken'. Een stok of blok is een stuk hout zonder leven en zonder wil. Het laat zich verplaatsen, maar het doet zelf niets. Zo gaat God niet met de mens om. Hij 'vernietigt den wil en zijn eigenschappen niet'. Hij 'dwingt dien niet met geweld zijns ondanks'. Zijns ondanks betekent: tegen zijn zin in. De wedergeboorte is geen dwang van buitenaf.
Levend gemaakt, geheeld en gebogen
Wat doet de genade dan wel? Zij 'maakt hem geestelijk levend, heelt, verbetert'. Heelt betekent: geneest. Wat dood was, wordt levend, en wat ziek was, wordt hersteld. Door Ezechiël beloofde de HEERE: "Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven". Het nieuwe hart is een hart van vlees, dat weer leeft en voelt.
Daarna buigt God de wil 'liefelijk en krachtiglijk'. Liefelijk betekent: vriendelijk en aantrekkelijk. Krachtiglijk betekent: met een kracht die werkelijk doorwerkt. Die twee gaan samen. God trekt met kracht, maar Hij trekt door liefde. De bruid in het Hooglied bidt: "Trek mij, wij zullen U nalopen". God trekt, en daardoor gaat de mens zelf lopen.
Een gewillige gehoorzaamheid
Het tweede deel van het artikel beschrijft het gevolg. Vroeger had 'de wederspannigheid en tegenstand des vleses' helemaal de overhand. Wederspannigheid betekent: opstandigheid. Het vlees is hier de zondige natuur van de mens. Nu begint 'een gewillige en oprechte gehoorzaamheid des Geestes' de overhand te krijgen. Let op het woord begint. De strijd is niet voorbij, maar de richting is veranderd.
Psalm 110 zegt van het volk van de Messias: "Uw volk zal zeer gewillig zijn op den dag Uwer heirkracht". Heirkracht is de macht van Zijn leger. Gods kracht maakt dat volk niet onwillig, maar gewillig. Zo werkt God het willen, en daarom wil de mens ook echt zelf.
Ware vrijheid van de wil
Daarin ligt volgens het artikel 'de waarachtige en geestelijke wederoprichting en vrijheid van onzen wil'. Wederoprichting betekent: herstel. Vrijheid is hier meer dan kunnen kiezen. Het is de vrijheid om God graag te dienen. De Heere Jezus zei: "Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn". De genade staat dus niet tegenover de vrije wil. Zij maakt de wil pas werkelijk vrij.
Geen hoop zonder de Werkmeester
Het artikel eindigt met een ernstige zin. Als 'die wonderbaarlijke Werkmeester' niet op deze manier met ons handelde, had de mens geen enkele hoop. Werkmeester betekent: de Maker, Die het werk uitvoert. Met zijn vrije wil heeft de mens zich in het verderf gestort, toen hij nog stond. Met diezelfde wil kan hij niet weer opstaan. Dat maakt de mens klein. Tegelijk geeft het troost: God wint de wil niet met dwang, maar met Zijn liefde.
Bijbelse onderbouwing
“Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.”
God werkt in de gelovigen zowel het willen als het werken, zodat hun wil niet wordt opgeheven maar door Hem in beweging komt.
“En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.”
De HEERE belooft het stenen hart weg te nemen en een hart van vlees te geven, een beeld van de wil die levend wordt.
“Uw volk zal zeer gewillig zijn op den dag Uwer heirkracht, in heilig sieraad; uit de baarmoeder des dageraads zal U de dauw Uwer jeugd zijn.”
Op de dag van Zijn kracht maakt de Heere Zijn volk zeer gewillig, zodat kracht en gewilligheid samengaan.
“Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn; de oprechten hebben U lief.”
De bede om getrokken te worden laat zien dat Gods trekken de mens niet stil laat staan, maar hem zelf doet lopen.
“Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn.”
De Heere Jezus leert dat ware vrijheid de vrucht is van Zijn bevrijdend werk, zoals het artikel de vrijheid van de wil in het herstel ziet.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
De remonstranten verweten de gereformeerde leer dat zij de mens tot een stok of blok maakte. Volgens hen bleef de wil alleen vrij als de mens de genade ook kon afwijzen. Artikel 16 neemt dat bezwaar serieus.
De synode hield vast aan de krachtige werking van de genade, maar ontkende dat God de wil daarmee opheft. Volgens artikel 16 maakt juist de genade de wil vrij.
Om over door te praten
- Wat bedoelt artikel 16 met de woorden dat God niet werkt zoals in stokken en blokken?
- Hoe laat het beeld van het stenen hart en het hart van vlees zien wat de genade met de wil doet?
- Op welke manier kan Gods genade tegelijk krachtig en liefelijk zijn, zonder dat zij de mens dwingt?
- Wat is volgens dit artikel ware vrijheid van de wil, en hoe verschilt dat van gewoon kunnen kiezen?
- Waar merkt u in uw eigen leven nog tegenstand tegen God, en hoe kan de belofte van een gewillig hart u daarbij helpen?