Dordtse Leerregels hoofdstuk 3/4, artikel 14: geloof een gave Gods
In het kort
Het geloof is een gave Gods, belijdt DL 3/4, artikel 14. God biedt het geloof niet slechts aan, zodat de mens daarna zelf kiest. Hij geeft ook niet alleen het vermogen om te geloven. Hij werkt in de mens zowel de wil om te geloven als het geloof zelf.
De tekst van DL III/IV,14
Zo is dan het geloof een gave Gods; niet omdat het aan den vrijen wil des mensen van God wordt aangeboden, maar omdat het den mens metterdaad wordt medegedeeld, ingegeven, en ingestort; ook niet daarom, dat God alleen de macht om te geloven zou geven, en daarna de toestemming of het daadwerkelijk geloven van den vrijen wil des mensen verwachten; maar omdat Hij, Die daar werkt het willen en het werken, ja alles werkt in allen, in den mens teweegbrengt beide, den wil om te geloven en het geloof zelf.
Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.
In de artikelen 11 tot en met 13 beschreef de synode hoe God een mens wederbaart. Hij opent het hart en vernieuwt de wil. In DL 3/4, artikel 14 trekt zij daaruit een conclusie over het geloof. Het artikel begint met 'Zo is dan het geloof een gave Gods'. Het woordje 'dan' laat zien dat dit volgt uit wat ervoor staat. Wie gelooft, heeft dat geloof niet uit zichzelf, maar van God ontvangen.
Niet alleen aangeboden
Daarna zegt het artikel wat dit niet betekent. Het geloof is geen gave 'omdat het aan den vrijen wil des mensen van God wordt aangeboden'. Dan zou God het geloof als een geschenk voorhouden, en zou de mens zelf beslissen of hij het aanneemt. Het beslissende deel zou dan bij de mens liggen. Het artikel zegt het anders. Het geloof wordt de mens 'metterdaad' gegeven. Metterdaad betekent: werkelijk, in feite.
Drie woorden laten zien hoe dat gebeurt: 'medegedeeld, ingegeven, en ingestort'. Medegedeeld betekent: gegeven, zodat de mens er deel aan krijgt. Ingegeven wil zeggen: in het hart gelegd. Ingestort betekent: ingegoten, zoals water in een vat wordt gegoten. Paulus schrijft: "uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave".
Niet alleen de macht om te geloven
Het artikel wijst ook een tweede opvatting af. God zou alleen 'de macht om te geloven' geven en daarna afwachten wat de mens doet. Dan zou God het vermogen schenken, maar zou 'de toestemming of het daadwerkelijk geloven' van de vrije wil van de mens afhangen. Toestemming betekent hier: instemming, het ja van het hart. Volgens deze opvatting zou de mens het laatste en beslissende woord hebben. De synode wijst dat af. God laat de beslissing niet aan de mens over, nadat Hij hem in staat gesteld heeft.
Het willen en het werken
Het artikel eindigt met de reden. God is Hij 'Die daar werkt het willen en het werken'. Die woorden komen uit Filippenzen 2: "het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen". Ook de woorden 'alles werkt in allen' komen uit de Schrift. Paulus zegt dat het "dezelfde God, Die alles in allen werkt" is. Daarom werkt God in de mens beide: 'den wil om te geloven en het geloof zelf'.
Dat betekent niet dat God in plaats van de mens gelooft. De mens gelooft zelf en zegt zelf ja. Maar dat ja is het werk van God in hem. Paulus schrijft aan de Filippenzen: "u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven". Zo was het ook bij Lydia in Filippi. Van haar staat: "welker hart de Heere heeft geopend".
Gewerkt door het Woord, tot Gods eer
De Heidelbergse Catechismus zegt hetzelfde. Zondag 7 noemt het ware geloof een vast vertrouwen dat de Heilige Geest door het Evangelie in het hart werkt. God gebruikt daarvoor het gepredikte Woord, zoals artikel 17 uitwerkt. Wie onder dat Woord zit, mag bidden om dit geloof. Wie gelooft, heeft geen reden om zich op zijn keuze te beroemen. Hij mag God danken, Die hem het willen en het geloven gaf.
Bijbelse onderbouwing
“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;”
Paulus zegt dat de zaligheid door het geloof niet uit de mens zelf is, maar Gods gave.
“Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden;”
Het geloven zelf wordt de gelovigen uit genade gegeven, en daarom noemt het artikel het geloof een gave die metterdaad wordt medegedeeld en niet slechts aangeboden.
“Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.”
God werkt in de gelovigen zowel het willen als het werken, de woorden die het artikel zelf aanhaalt.
“En er is verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God, Die alles in allen werkt.”
Paulus noemt God Degene Die alles in allen werkt, een uitdrukking die het artikel overneemt.
“En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster, van de stad Thyatira, die God diende, hoorde ons; welker hart de Heere heeft geopend, dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd.”
Doordat de Heere het hart van Lydia opende, gaf zij acht op wat Paulus sprak, en zo werkt God volgens het artikel de wil om te geloven.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
Volgens de remonstranten stelde God de mens in staat te geloven, waarna de wil zelf besliste. Het geloof was in hun ogen vooral een daad van de mens.
Verwerping 6 van dit hoofdstuk wijst die opvatting met zoveel woorden af. Daar staat dat sommigen het geloof alleen een gave noemden met het oog op de macht om tot geloven te komen. Artikel 14 zegt positief wat de synode daartegenover leerde.
Om over door te praten
- Welke twee opvattingen over het geloof wijst artikel 14 af, en wat is het verschil tussen beide?
- Wat betekent het dat God in de mens zowel de wil om te geloven als het geloof zelf werkt?
- Wat voegen de woorden medegedeeld, ingegeven en ingestort elk toe aan wat het artikel over het geloof zegt?
- Welke plaats krijgt de prediking van het Woord als het geloof een gave van God is?
- Hoe kan het weten dat uw geloof een gave Gods is u ootmoedig en dankbaar maken?