Ga naar hoofdinhoud

Dordtse Leerregels hoofdstuk 3/4, artikel 13: Gods verborgen werk

In het kort

Artikel 13 van hoofdstuk 3/4 van de Dordtse Leerregels belijdt dat Gods verborgen werk in het hart niet te doorgronden is. Gelovigen begrijpen de wijze van hun wedergeboorte in dit leven niet volkomen. Toch weten en ervaren zij dat zij door Gods genade geloven en hun Zaligmaker liefhebben.

De tekst van DL III/IV,13

De wijze van deze werking kunnen de gelovigen in dit leven niet volkomenlijk begrijpen; ondertussen stellen zij zich daarin gerust, dat zij weten en gevoelen, dat zij door deze genade Gods met het hart geloven, en hun Zaligmaker liefhebben.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

Dit artikel is kort, maar het staat op een belangrijke plaats. In de artikelen 11 en 12 beschreef de synode hoe God de wedergeboorte werkt. Hij opent het gesloten hart en maakt de dode wil levend. Dat werk noemde zij wonderlijk en verborgen. Nu volgt de vraag hoe een gelovige met Gods verborgen werk omgaat. Moet hij het eerst kunnen verklaren voordat hij er rust in vindt?

Niet volkomen te begrijpen

Het artikel begint met 'De wijze van deze werking'. Het gaat om de manier waarop God in het hart werkt. Die kunnen de gelovigen 'in dit leven niet volkomenlijk begrijpen'. Volkomenlijk betekent: volledig. De Heere Jezus zei tegen Nicodemus: "De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt". Zo is het met ieder die uit de Geest geboren is. U merkt de wind wel op, maar u ziet niet waar hij vandaan komt.

Prediker wijst op de groei van een kind in de moederschoot. Niemand ziet hoe de beenderen daar gevormd worden. Dan volgt: "alzo weet gij het werk Gods niet, Die het alles maakt". Als een mens Gods werk in de schepping al niet doorziet, dan zeker niet Zijn werk in het hart.

In dit leven

Let op de woorden 'in dit leven'. Het artikel spreekt over de kennis van nu, en die is beperkt. Johannes schrijft: "nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen". Gelovigen zijn nu al kinderen van God, ook al begrijpen zij nog lang niet alles. De volle kennis wacht op de dag waarvan Johannes zegt: "wij zullen Hem zien, gelijk Hij is".

Gerust in wat zij weten

Toch laat het artikel de gelovige niet in onrust achter. Het zegt: 'stellen zij zich daarin gerust'. Dat betekent: zij vinden daarin rust en vrede. Zij hoeven niet te verklaren hoe God werkt om zeker te zijn dat Hij werkt. Het artikel gebruikt twee werkwoorden: 'dat zij weten en gevoelen'. Weten is hier meer dan een vermoeden. Gevoelen betekent: ervaren, in het hart gewaarworden. Paulus schrijft: "Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn".

Geloven en de Zaligmaker liefhebben

Wat weten zij dan? Ten eerste dat zij 'door deze genade Gods met het hart geloven'. Het geloof is geen eigen vondst, maar de vrucht van het werk uit de artikelen 11 en 12. Het is ook meer dan instemmen met het verstand. Paulus zegt: "met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid". Ten tweede weten zij dat zij 'hun Zaligmaker liefhebben'. Zaligmaker betekent: Redder, Die zalig maakt. Petrus schrijft over Christus: "Denwelken gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt".

De gelovigen zien Gods werk zelf dus niet, maar wel de vrucht ervan: geloof in Christus en liefde tot Hem. Zo kende Petrus het ook. Toen de Heere Jezus Petrus voor de derde keer vroeg of hij Hem liefhad, antwoordde hij: "Gij weet, dat ik U liefheb".

Troost en ootmoed

Dit artikel is een troost voor wie zich afvraagt of God in zijn hart begonnen is. Het vraagt niet dat u kunt verklaren hoe God in uw hart gewerkt heeft. Het wijst op wat God laat blijken: geloof met het hart en liefde tot de Zaligmaker. Tegelijk belooft het niet dat de gelovige alles van zichzelf doorziet. Het houdt hem klein. Gods werk blijft groter dan ons verstand, en dat leidt tot verwondering en dank.

Bijbelse onderbouwing

  • Johannes 3:8

    “De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is.”

    De Heere Jezus vergelijkt de wedergeboorte met de wind, en daarom zegt het artikel dat de gelovigen de wijze van dit werk niet volkomen begrijpen.

    Uitleg bij Johannes 3

  • Prediker 11:5

    “Gelijk gij niet weet, welke de weg des winds zij, of hoedanig de beenderen zijn in den buik van een zwangere vrouw, alzo weet gij het werk Gods niet, Die het alles maakt.”

    Zoals niemand het groeien van een kind in de moederschoot doorziet, zo doorziet de mens Gods werk in het hart niet volkomen, en dat erkent het artikel.

  • 1 Johannes 3:2

    “Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.”

    Gelovigen zijn nu al kinderen van God, al is in dit leven nog niet geopenbaard wat zij zullen zijn.

  • Romeinen 10:10

    “Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid.”

    Het geloof waarover het artikel spreekt, is een geloof met het hart en niet alleen met het verstand.

  • 1 Petrus 1:8

    “Denwelken gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Denwelken gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde;”

    Gelovigen hebben Christus lief zonder Hem te zien, zoals het artikel van hun liefde tot de Zaligmaker spreekt.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

In de artikelen 11 en 12 beleed de synode dat God de wedergeboorte zeker, onfeilbaar en krachtig werkt. Het vierde artikel van de Remonstrantie zei juist over de wijze van die werking dat de genade niet onwederstandelijk is. Dat betekent: de mens kan haar weerstaan. Artikel 13 spreekt opnieuw over 'De wijze van deze werking', maar nu om te erkennen dat de gelovige die in dit leven niet volkomen begrijpt.

Daarmee gaf de synode geen sluitende verklaring van hoe Gods Geest en de vernieuwde wil samengaan. Artikel 13 erkent die grens eerlijk. De gelovige hoeft het geheim niet op te lossen om rust te vinden in Gods werk.

Om over door te praten

  1. Waarom kunnen de gelovigen volgens artikel 13 de wijze van Gods werking in dit leven niet volkomen begrijpen?
  2. Wat leert het beeld van de wind in Johannes 3 u over het werk van de Heilige Geest?
  3. Welk verschil ziet u tussen het begrijpen van Gods werk en het weten en gevoelen dat u gelooft?
  4. Hoe kan dit artikel u helpen als u niet kunt verklaren hoe God in uw hart werkt?
  5. Waaraan kan een gelovige merken dat hij zijn Zaligmaker liefheeft, en wat herkent u daarvan?

Heidelbergse Catechismus

Verder lezen