Ga naar hoofdinhoud

Dordtse Leerregels hoofdstuk 3/4, artikel 12: de wedergeboorte

In het kort

Dordtse Leerregels 3/4, artikel 12 belijdt dat de wedergeboorte een werk van God alleen is. Zij komt niet tot stand door prediking of overreding alleen, maar door een bovennatuurlijke kracht, niet minder dan schepping of opwekking uit de doden. Daarna gelooft de vernieuwde wil ook zelf en bekeert de mens zich.

De tekst van DL III/IV,12

En dit is die wedergeboorte, die vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking van de doden, en levendmaking, waarvan zo heerlijk in de Schriften gesproken wordt, dewelke God zonder ons in ons werkt. En deze wordt in ons niet teweeggebracht door middel van de uiterlijke prediking alleen, noch door aanrading, of zulke manier van werking, dat, wanneer nu God Zijn werk volbracht heeft, het alsdan nog in de macht des mensen zou staan wedergeboren te worden of niet wedergeboren te worden, bekeerd te worden of niet bekeerd te worden.

Maar het is een gans bovennatuurlijke, een zeer krachtige, en tegelijk zeer zoete, wonderlijke, verborgene en onuitsprekelijke werking, dewelke, naar het getuigenis der Schrift (die van den Auteur van deze werking is ingegeven), in haar kracht niet minder noch geringer is dan de schepping of de opwekking der doden; alzo dat al diegenen, in wier harten God op deze wonderbaarlijke wijze werkt, zekerlijk, onfeilbaar en krachtiglijk wedergeboren worden en daadwerkelijk geloven.

En alsdan wordt de wil, zijnde nu vernieuwd, niet alleen van God gedreven en bewogen, maar, van God bewogen zijnde, werkt hij ook zelf. Waarom ook terecht gezegd wordt, dat de mens, door de genade die hij ontvangen heeft, gelooft en zich bekeert.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

Artikel 11 had beschreven hoe God het hart opent en de wil vernieuwt. Artikel 12 van hoofdstuk 3/4 van de Dordtse Leerregels geeft dat werk zijn naam: dit is de wedergeboorte. Het artikel zegt wat zij is, hoe zij niet gebeurt en welke kracht erin werkt. Ten slotte laat het zien wat de vernieuwde mens zelf gaat doen.

Vele namen voor één werk

Het artikel zet een rij woorden achter elkaar: 'die vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking van de doden, en levendmaking'. Elk woord komt uit de Schrift en belicht een andere kant. Paulus schrijft: "indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel". Aan de Efeziërs schrijft hij dat God ons, toen wij dood waren door de misdaden, "levend gemaakt met Christus" heeft.

Het artikel zegt er direct bij dat God dit werk 'zonder ons in ons werkt'. Zonder ons wil zeggen: de mens helpt niet mee om het te laten beginnen. In ons betekent: het gebeurt werkelijk in het hart van een mens, en niet alleen buiten hem.

Meer dan prediking en aanrading

Daarna zegt het artikel hoe de wedergeboorte niet tot stand komt. Zij wordt niet gewerkt 'door middel van de uiterlijke prediking alleen, noch door aanrading'. Aanrading betekent: aansporen, overreden met goede redenen. Het woord alleen is belangrijk. De prediking is wel het middel dat God gebruikt, maar zij is niet de kracht zelf.

Het artikel wijst ook een werking af waarbij het daarna 'nog in de macht des mensen zou staan' om wedergeboren te worden of niet. Dan zou God alles klaarzetten en de mens de laatste stap laten zetten. Een dode kan die stap niet zetten. De Heere Jezus zegt dat de doden "zullen horen de stem des Zoons Gods". Zij horen, omdat Zijn stem leven geeft.

Krachtig en tegelijk zoet

Daartegenover noemt het artikel dit werk 'een gans bovennatuurlijke, een zeer krachtige, en tegelijk zeer zoete' werking. Gans betekent: geheel. Bovennatuurlijk wil zeggen dat het boven de krachten van de natuur uitgaat. God werkt met kracht, en toch is het werk zoet, omdat Hij de mens met liefde trekt. Het artikel noemt het ook verborgen en onuitsprekelijk. Onuitsprekelijk betekent: niet in woorden te vangen. Artikel 13 werkt dat verder uit.

Het artikel beroept zich op 'het getuigenis der Schrift'. Tussen haakjes staat dat de Schrift is ingegeven door 'den Auteur van deze werking'. Dat wijst op de Heilige Geest, Die de Schrift gaf en ook de wedergeboorte werkt.

Niet minder dan schepping

De kern van het artikel is een vergelijking. Het zegt dat deze werking 'in haar kracht niet minder noch geringer is dan de schepping of de opwekking der doden'. Bij de schepping was er niets dat kon meewerken. Een dode heeft geen leven waarmee hij kan helpen. Zo is het ook met de mens die dood is in de zonden. Paulus bidt dat de gemeente de grootheid van Gods kracht leert kennen, dezelfde kracht waarmee God Christus uit de doden opwekte.

Daarom zegt het artikel dat allen in wie God zo werkt, 'zekerlijk, onfeilbaar en krachtiglijk wedergeboren worden'. Zekerlijk en onfeilbaar betekenen: het mislukt nooit. Dit werk hangt niet van de mens af, en daarom staat het vast.

De vernieuwde wil werkt zelf

Het artikel eindigt niet bij een lijdelijke mens. De wil, 'zijnde nu vernieuwd', wordt door God gedreven en bewogen, maar daarna 'werkt hij ook zelf'. De mens wordt geen werktuig zonder wil. Zo mag men terecht zeggen dat de mens gelooft en zich bekeert, 'door de genade die hij ontvangen heeft'.

De Heidelbergse Catechismus beschrijft in zondag 33 de ware bekering als het afsterven van de oude en het opstaan van de nieuwe mens. Artikel 12 laat zien waar dat nieuwe leven begint: in het scheppende werk van God. Wie onder de prediking zit, mag God om dit werk bidden. De kerk bidt met de profeet: "Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn".

Bijbelse onderbouwing

  • Johannes 3:3

    “Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.”

    De Heere Jezus noemt de wedergeboorte onmisbaar om het Koninkrijk Gods te zien, en het artikel legt uit dat alleen God haar werkt.

    Uitleg bij Johannes 3

  • 2 Korinthe 5:17

    “Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.”

    Wie in Christus is, is een nieuw schepsel, en daarom noemt het artikel de wedergeboorte een nieuwe schepping.

  • Efeze 2:5

    “Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden)”

    God heeft hen die dood waren door de misdaden levend gemaakt met Christus, wat het artikel 'opwekking van de doden, en levendmaking' noemt.

  • Johannes 5:25

    “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven.”

    De doden horen de stem van de Zoon van God en leven, zodat Zijn stem het leven geeft dat zij zelf niet hebben.

  • Efeze 1:19

    “En welke de uitnemende grootheid Zijner kracht zij aan ons, die geloven, naar de werking der sterkte Zijner macht,”

    Paulus noemt de uitnemende grootheid van Gods kracht aan de gelovigen, en het artikel zegt dat die kracht niet minder is dan de opwekking der doden.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De remonstranten ontkenden niet dat genade nodig is voor de bekering. Wel leerden zij dat de mens die genade kan weerstaan, zodat het in zijn eigen macht blijft wedergeboren te worden of niet. Sommigen beschreven de bekerende genade als een zachte aanrading, die het best bij de natuur van de mens zou passen.

De synode wees die leer in de verwerpingen bij dit hoofdstuk af als Pelagiaans, naar Pelagius, die de kracht van de vrije wil overschatte. Artikel 12 stelt daar positief tegenover dat God in de wedergeboorte de kracht van Zijn almacht gebruikt.

Om over door te praten

  1. Welke namen geeft artikel 12 aan de wedergeboorte, en wat laat elke naam zien van dit werk van God?
  2. Waarom is prediking alleen niet genoeg om een mens wedergeboren te laten worden, terwijl God toch door de prediking werkt?
  3. Wat betekent het dat de wedergeboorte in kracht niet minder is dan de schepping of de opwekking van de doden?
  4. Waarom zegt het artikel dat allen in wie God zo werkt 'zekerlijk, onfeilbaar en krachtiglijk' wedergeboren worden?
  5. Wat betekent het voor uw eigen geloofsleven dat God de wil vernieuwt en dat u daarna zelf gelooft en u bekeert?

Heidelbergse Catechismus