Ga naar hoofdinhoud

Dordtse Leerregels hoofdstuk 1, artikel 8: één verkiezing

In het kort

Er is maar één verkiezing voor allen die zalig worden, leert Dordtse Leerregels 1, artikel 8. De gelovigen van het Oude en het Nieuwe Testament zijn op dezelfde manier verkoren. God heeft Zijn volk in één raad uitgekozen, zowel tot de genade en de weg der zaligheid als tot de heerlijkheid.

De tekst van DL I,8

De voormelde verkiezing is niet menigerlei, maar één en dezelfde, van al degenen die zalig worden, beide in het Oude en Nieuwe Testament. Aangezien de Schrift ons een enig welbehagen, voornemen en raad van den wil Gods voorstelt, waardoor Hij ons van eeuwigheid heeft verkoren, beide tot de genade en tot heerlijkheid, tot de zaligheid en tot den weg der zaligheid, denwelken Hij bereid heeft, opdat wij daarin wandelen zouden.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

Artikel 8 van hoofdstuk 1 van de Dordtse Leerregels bouwt voort op artikel 7. Daar beschreef de synode wat de verkiezing is: Gods onveranderlijk voornemen om in Christus een menigte mensen zalig te maken. Artikel 8 voegt daar een korte maar belangrijke zin aan toe. Er is maar één verkiezing. God heeft geen verschillende soorten verkiezing, en ook geen andere weg voor een andere tijd.

Niet menigerlei, maar één

Het artikel opent met 'De voormelde verkiezing is niet menigerlei, maar één en dezelfde'. Voormeld betekent: eerder genoemd, dus de verkiezing uit artikel 7. Menigerlei betekent: van veel soorten. De synode wijst daarmee de gedachte af dat God mensen op verschillende manieren verkiest, de een vast en de ander voorlopig.

Deze ene verkiezing geldt 'van al degenen die zalig worden'. Wie zalig wordt, is in dezelfde verkiezing verkoren als alle anderen die zalig worden. Niemand is op een hogere of andere grond verkoren dan een ander.

In het Oude en Nieuwe Testament

Het artikel zegt er uitdrukkelijk bij: 'beide in het Oude en Nieuwe Testament'. Abraham en David werden niet langs een andere weg behouden dan de apostelen of de gemeente van nu. Paulus schrijft dat de Schrift al aan Abraham het Evangelie verkondigd heeft. Het is hetzelfde Evangelie, dat rust op dezelfde verkiezing in Christus.

De Heidelbergse Catechismus belijdt in zondag 21 iets vergelijkbaars. De Zoon van God vergadert Zich een uitverkoren gemeente "van den beginne der wereld tot aan het einde". Het is één kerk, door alle eeuwen heen.

Eén raad van Gods wil

Waarom is er maar één verkiezing? Het artikel wijst op de Schrift, die 'een enig welbehagen, voornemen en raad van den wil Gods' voorstelt. Enig betekent hier: één, enkel. Welbehagen is wat God in Zijn vrije wil goed vindt. Een raad is een weloverwogen besluit. Paulus spreekt over God, "Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil".

Het artikel zegt dat God ons door die ene raad 'van eeuwigheid heeft verkoren'. Verkoren betekent: uitgekozen. Paulus zegt dat God ons "uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld". God verandert niet en heeft geen tweede plan nodig. Daarom kan ook Zijn verkiezing niet tweeërlei zijn.

Tot de genade en tot heerlijkheid

Dan noemt het artikel waartoe God verkoren heeft: 'beide tot de genade en tot heerlijkheid, tot de zaligheid en tot den weg der zaligheid'. Dat zijn geen twee verkiezingen, maar twee kanten van één besluit. God verkiest niet alleen het einddoel, de eeuwige heerlijkheid. Hij verkiest ook de weg ernaartoe: de roeping, het geloof en de heiliging, zoals artikel 7 ze opsomde.

Paulus zegt dat God de Zijnen verordineerd heeft om "den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn". Verordineerd betekent: vooraf bestemd. De verkiezing loopt dus uit op een leven dat op Christus gaat lijken.

Een weg om in te wandelen

Het artikel eindigt bij de weg der zaligheid, 'denwelken Hij bereid heeft, opdat wij daarin wandelen zouden'. Die woorden komen uit Efeze 2. Daar staat dat wij in Christus geschapen zijn tot goede werken, "welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen". Wandelen betekent hier: leven, het dagelijkse gedrag.

De verkiezing maakt een heilig leven dus niet overbodig. God heeft dat leven Zelf als weg bereid. Tegelijk geeft dit artikel rust. Wat God begint, rust op één besluit dat niet wankelt, en niet op een voorlopige keuze die later kan vervallen.

Bijbelse onderbouwing

  • Efeze 1:4

    “Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;”

    Paulus belijdt dat God de gelovigen vóór de grondlegging der wereld in Christus heeft uitverkoren, opdat zij heilig en onberispelijk voor Hem zouden zijn.

    Uitleg bij Efeze 1

  • Efeze 1:5

    “Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.”

    Paulus noemt het welbehagen van Gods wil als grond van de aanneming tot kinderen, zoals het artikel spreekt over één welbehagen, voornemen en raad.

  • Romeinen 8:29

    “Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.”

    Wie God te voren gekend heeft, heeft Hij ook verordineerd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te worden.

  • Efeze 2:10

    “Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.”

    Met dit vers eindigt het artikel: God verkiest ook de weg der zaligheid, die Hij bereid heeft om daarin te wandelen.

  • Galaten 3:8

    “En de Schrift, te voren ziende, dat God de heidenen uit het geloof zou rechtvaardigen, heeft te voren aan Abraham het Evangelie verkondigd, zeggende: In u zullen al de volken gezegend worden.”

    Al aan Abraham werd hetzelfde Evangelie verkondigd waardoor God ook de heidenen uit het geloof rechtvaardigt.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De remonstranten onderscheidden verschillende soorten verkiezing. Zij spraken over een algemene en een bijzondere verkiezing, en over een voorwaardelijke en herroepelijke naast een volkomen verkiezing. Ook scheidden zij een verkiezing tot het geloof van een verkiezing tot de zaligheid. Zo kon iemand verkoren zijn om te geloven, zonder dat zijn eeuwig behoud daarmee vaststond.

Artikel 8 zet daar de eenheid van Gods besluit tegenover. In de tweede verwerping van dit hoofdstuk noemt de synode die onderscheidingen een menselijke uitvinding buiten de Schrift. Ze verbreken volgens de synode de gouden keten van Romeinen 8:30, waarin roeping, rechtvaardiging en verheerlijking onlosmakelijk samenhangen.

Om over door te praten

  1. Wat zou er veranderen aan de troost van de verkiezing als God ook een voorlopige verkiezing kende die later kan vervallen?
  2. Waarom vindt de synode het belangrijk dat de gelovigen van het Oude en het Nieuwe Testament op dezelfde manier verkoren zijn?
  3. Wat betekent het dat God niet alleen tot de heerlijkheid verkiest, maar ook tot de weg der zaligheid?
  4. Hoe helpt dit artikel u om de verkiezing en een heilig leven niet tegen elkaar uit te spelen in uw eigen geloofsleven?

Verder lezen