Dordtse Leerregels hoofdstuk 1, artikel 7: wat is verkiezing?
In het kort
Dordtse Leerregels 1, artikel 7 geeft de bekende omschrijving van de verkiezing: Gods onveranderlijk voornemen om zondaren uit genade in Christus zalig te maken. God koos vóór de grondlegging der wereld uit het gevallen mensdom een vaste menigte, niet omdat zij beter waren. Het artikel noemt ook de weg en het doel van die verkiezing.
De tekst van DL I,7
Deze verkiezing is een onveranderlijk voornemen Gods, door hetwelk Hij vóór de grondlegging der wereld een zekere menigte van mensen, niet beter of waardiger zijnde dan anderen, maar in de gemene ellende met anderen liggende, uit het gehele menselijk geslacht, van de eerste rechtheid door hun eigen schuld vervallen in de zonde en het verderf, naar het vrije welbehagen van Zijn wil, tot de zaligheid, louter uit genade, uitverkoren heeft in Christus, Denwelken Hij ook van eeuwigheid tot een Middelaar en Hoofd van alle uitverkorenen, en tot een Fundament der zaligheid gesteld heeft.
En opdat zij door Hem zouden zalig gemaakt worden, heeft Hij ook besloten, hen aan Hem te geven, en krachtiglijk tot Zijn gemeenschap door Zijn Woord en Geest te roepen en te trekken, of, met het ware geloof in Hem te begiftigen, te rechtvaardigen, te heiligen, en, in de gemeenschap Zijns Zoons krachtiglijk bewaard zijnde, ten laatste te verheerlijken, tot bewijzing van Zijn barmhartigheid, en tot prijs van de rijkdommen Zijner heerlijke genade.
Gelijk geschreven is: God heeft ons uitverkoren in Christus, vóór de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde; Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus in Zichzelf, naar het welbehagen van Zijn wil; tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde (Ef. 1:4-6). En elders: Die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt (Rom. 8:30).
Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.
Artikel 7 van hoofdstuk 1 van de Dordtse Leerregels geeft antwoord op de vraag wat verkiezing is. Artikel 6 zei al dat geloof en ongeloof voortkomen uit Gods eeuwig besluit. Hier omschrijft de synode dat besluit nauwkeurig. De eerste alinea is één lange zin met veel bijzinnen. Wie de delen stap voor stap leest, ziet hoe zorgvuldig elk woord gekozen is.
Een onveranderlijk voornemen Gods
Het artikel begint met 'een onveranderlijk voornemen Gods'. Een voornemen is een plan of besluit dat God Zelf neemt. Onveranderlijk betekent dat dit besluit nooit wordt herzien of teruggenomen. Het hangt niet af van wat mensen later doen, maar rust in God, Die niet verandert.
Het tijdstip is 'vóór de grondlegging der wereld'. Paulus schrijft dat God ons "uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld". Voordat er een mens bestond die iets goeds of kwaads kon doen, had God al besloten.
Uit het gevallen mensdom
Wie heeft God verkoren? 'Een zekere menigte van mensen'. Zeker betekent hier: vast en door God bepaald, geen onbestemd aantal. Het zijn mensen 'niet beter of waardiger zijnde dan anderen'. Zij lagen 'in de gemene ellende met anderen'. Gemeen betekent hier: gemeenschappelijk. De uitverkorenen deelden dezelfde nood als alle anderen.
Het artikel zegt ook hoe die nood ontstond. De mens is 'van de eerste rechtheid door hun eigen schuld vervallen in de zonde en het verderf'. Rechtheid is de oprechte staat waarin God de mens schiep. God koos dus niet uit een neutrale mensheid, maar uit verloren zondaren. Dat sluit elke gedachte aan verdienste uit.
Louter uit genade, in Christus
De grond van de verkiezing is 'het vrije welbehagen van Zijn wil'. Welbehagen betekent: wat God goed vond. Buiten God Zelf was er geen reden die Hem bewoog. Daarom staat er ook 'louter uit genade'. Louter wil zeggen: alleen, zonder dat menselijke waardigheid meetelt.
Toch is de verkiezing geen keuze los van de Zaligmaker. Het artikel zegt dat God 'uitverkoren heeft in Christus'. Hij stelde Christus van eeuwigheid aan als Middelaar, Hoofd en Fundament der zaligheid. Een Middelaar staat tussen God en zondaren in en verzoent hen. Als Hoofd is Hij met de uitverkorenen verbonden zoals een hoofd met het lichaam. Als Fundament is Hij de grond waarop hun zaligheid rust.
Van roeping tot verheerlijking
De tweede alinea beschrijft hoe God Zijn voornemen uitvoert. Hij besloot de uitverkorenen aan Christus te geven en hen 'krachtiglijk tot Zijn gemeenschap door Zijn Woord en Geest te roepen'. Krachtiglijk betekent: met kracht die werkelijk doorwerkt. God roept dus door de prediking van het Woord en door het werk van de Geest.
Daarna noemt het artikel wat God in hen werkt: het ware geloof schenken, rechtvaardigen, heiligen, bewaren en ten laatste verheerlijken. Het is dezelfde keten als in Romeinen 8: "die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen". Er ontbreekt geen schakel. Wie God zo roept, brengt Hij ook tot de heerlijkheid.
Tot prijs van Zijn genade
Het doel staat aan het einde: 'tot bewijzing van Zijn barmhartigheid, en tot prijs van de rijkdommen Zijner heerlijke genade'. Bewijzing betekent: het laten zien. De verkiezing dient ten diepste de eer van God. Paulus zegt het in Efeze 1: "tot prijs der heerlijkheid Zijner genade".
Dit artikel wijst u dus niet naar een verborgen besluit, maar naar Christus en naar het Woord waardoor God roept. De zaligheid rust niet op wankel mensenwerk. Niemand kan zich erop beroemen, en wie in Christus gelooft, mag erop rusten.
Bijbelse onderbouwing
“Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;”
Paulus zegt dat God de gelovigen vóór de grondlegging der wereld in Christus heeft uitverkoren, met het oog op een heilig leven.
“Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.”
De verkiezing tot kinderen rust volgens Paulus alleen op het welbehagen van Gods wil en komt tot stand door Jezus Christus.
“Tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde;”
Het doel van de verkiezing is de prijs van Gods heerlijke genade, waarmee Hij Zijn volk in de Geliefde begenadigd heeft.
“En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.”
Paulus beschrijft een onverbreekbare keten van verordineren, roepen, rechtvaardigen en verheerlijken, zoals de tweede alinea van het artikel die volgt.
“Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”
Het artikel zegt dat God besloot de uitverkorenen aan Christus te geven, en Christus belooft dat al wat de Vader Hem geeft, tot Hem zal komen.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
Ook de remonstranten spraken over verkiezing, maar zij bedoelden iets anders. Zij omschreven de verkiezing als Gods besluit over een soort mensen, namelijk wie door genade zou geloven en volharden. De verkiezing werd zo afhankelijk van het geloof en de volharding van de mens.
Artikel 7 stelt daar een andere omschrijving tegenover. God kiest 'een zekere menigte van mensen', niet om iets in hen, en Hij besluit hun ook het geloof te geven. Het geloof is dus geen voorwaarde vooraf, maar een vrucht van de verkiezing. In de artikelen 9 en 10 werkt de synode dat verder uit.
Om over door te praten
- Welke woorden in artikel 7 laten zien dat de verkiezing niet rust op iets goeds in de mens?
- Waarom is het belangrijk dat het artikel zegt dat God uitverkoren heeft in Christus, en niet los van Hem?
- Hoe hangen roeping, geloof, rechtvaardiging, heiliging en verheerlijking volgens de tweede alinea met elkaar samen?
- Wat betekent het voor uw eigen geloofsleven dat de verkiezing bedoeld is tot prijs van Gods genade?