Dordtse Leerregels hoofdstuk 1, artikel 16: troost voor bevreesden
In het kort
Dordtse Leerregels 1, artikel 16 biedt troost voor bevreesden: mensen die bang zijn dat zij verworpen zijn. Wie het levend geloof nog niet krachtig bij zichzelf bemerkt, maar de middelen gebruikt, hoeft niet te wanhopen. Voor wie God en Christus veracht, blijft de leer van de verwerping wel een ernstige waarschuwing.
De tekst van DL I,16
Die het levend geloof in Christus, of het zeker vertrouwen des harten, den vrede der consciëntie, de betrachting van de kinderlijke gehoorzaamheid, den roem in God door Christus, in zich nog niet krachtiglijk gevoelen, en nochtans de middelen gebruiken, door welke God beloofd heeft deze dingen in ons te werken, die moeten niet mismoedig worden, wanneer zij van de verwerping horen gewagen, noch zichzelf onder de verworpenen rekenen, maar in het waarnemen der middelen vlijtig voortgaan, naar den tijd van overvloediger genade vuriglijk verlangen, en dien met eerbiedigheid en ootmoedigheid verwachten.
Veel minder behoren voor deze leer van de verwerping verschrikt te worden degenen, die ernstiglijk begeren zich tot God te bekeren, Hem alleen te behagen, en van het lichaam des doods verlost te worden, en nochtans in den weg der godzaligheid en des geloofs zo ver nog niet kunnen komen, als zij wel wilden; aangezien de barmhartige God beloofd heeft, dat Hij de rokende vlaswiek niet zal uitblussen, en het gekrookte riet niet zal verbreken.
Maar deze leer is met recht schrikkelijk voor degenen, die, God en Christus den Zaligmaker, niet achtende, zichzelf aan de zorgvuldigheden der wereld en aan de wellusten des vleses geheel hebben overgegeven, zolang zij zich niet met ernst tot God bekeren.
Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.
Artikel 16 van hoofdstuk 1 van de Dordtse Leerregels is geschreven voor wie schrikt van het vorige artikel. Artikel 15 sprak over de verwerping: God heeft niet alle mensen verkoren. Wie dat hoort, kan bang worden dat hij zelf buiten de verkiezing valt. De synode laat zulke lezers niet alleen. Zij onderscheidt drie groepen mensen en zegt tegen elke groep iets anders. Zo is dit artikel troost voor bevreesden en tegelijk een ernstige waarschuwing.
Wie het geloof nog niet voelt
De eerste groep mist iets wat zij graag zou bezitten. Het artikel noemt eerst 'het levend geloof in Christus' en 'het zeker vertrouwen des harten'. Daarna volgen 'den vrede der consciëntie', 'de betrachting van de kinderlijke gehoorzaamheid' en 'den roem in God door Christus'. Consciëntie is het geweten. Betrachting betekent: het ijverig beoefenen. Roem is hier de blijdschap in God. Deze mensen voelen dit alles 'in zich nog niet krachtiglijk', dat is: niet sterk en duidelijk.
Toch staat er iets naast: zij 'nochtans de middelen gebruiken'. Het zijn middelen 'door welke God beloofd heeft deze dingen in ons te werken'. Daarmee is de weg bedoeld waarlangs God geloof geeft en versterkt. Dat is vooral het horen van Zijn Woord, het gebed en het gebruik van de sacramenten. Wie onder de prediking blijft komen, de Bijbel leest en om genade bidt, staat op de plaats waar God beloofd heeft te werken.
Tegen deze mensen zegt het artikel eerst wat zij niet moeten doen. Zij 'moeten niet mismoedig worden' als zij over de verwerping horen spreken. Mismoedig betekent: moedeloos. Zij mogen zich ook niet 'onder de verworpenen rekenen'. Een gebrek aan gevoel is geen bewijs dat God hen voorbijging.
Daarna wijst het artikel een weg. Zij moeten 'in het waarnemen der middelen vlijtig voortgaan'. Waarnemen betekent hier: trouw gebruiken. Verder mogen zij 'naar den tijd van overvloediger genade vuriglijk verlangen', en die tijd 'met eerbiedigheid en ootmoedigheid verwachten'. Ootmoedig is nederig. Het artikel noemt geen datum, maar wijst wel de plaats aan waar gewacht mag worden.
Het gekrookte riet breekt Hij niet
De tweede groep krijgt nog sterker troost: 'veel minder' moeten zij schrikken. Het gaat om mensen die 'ernstiglijk begeren zich tot God te bekeren' en die verlangen 'Hem alleen te behagen'. Ernstiglijk betekent: ernstig en oprecht. Zij willen verlost worden 'van het lichaam des doods', de zonde die nog in hen woont. Die woorden herinneren aan Romeinen 7, waar Paulus over die strijd klaagt.
Zij komen 'zo ver nog niet' als zij wel wilden. Het artikel geeft de reden waarom zij toch niet hoeven te schrikken: 'de barmhartige God beloofd heeft' de zwakken niet te verstoten. Die belofte staat in Jesaja 42: "Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken". Een gekrookt riet is een geknakte rietstengel die het bijna begeeft. Een rokende vlaswiek is de pit van een olielamp die alleen nog smeult.
Mattheüs 12 laat zien dat deze belofte vervuld is in Christus. Hij gaat met geknakte mensen niet hard om. Hij nodigt hen juist uit: "Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt". Wie zo strijdt, mag zich met zijn zwakheid tot Hem wenden.
Een ernstige waarschuwing
De derde groep hoort iets anders. 'Maar deze leer is met recht schrikkelijk' voor wie God en Christus niet acht. Schrikkelijk betekent: angstaanjagend. Het gaat om mensen die zich geheel hebben overgegeven 'aan de zorgvuldigheden der wereld' en aan de lusten van het vlees. Zorgvuldigheden zijn hier de zorgen en bezigheden van het aardse leven.
Toch eindigt ook deze zin niet met een vonnis. Er staat: 'zolang zij zich niet met ernst tot God bekeren'. De weg van bekering blijft genoemd. Het artikel troost dus niet iedereen op dezelfde manier. Het bemoedigt wie zwak is en verlangt, en het waarschuwt wie zorgeloos verder leeft.
Dit artikel vraagt niet dat u eerst Gods verborgen besluit naspeurt. Het wijst u naar de middelen en naar Christus, Die het gekrookte riet niet verbreekt. Wie bang is, mag daar blijven en uitzien naar meer genade.
Bijbelse onderbouwing
“Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.”
Het artikel haalt deze belofte zelf aan als grond waarom wie zwak is en strijdt, niet hoeft te schrikken voor de leer van de verwerping.
“Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning.”
Mattheüs past deze belofte toe op Christus, en het rokende lemmet is daar dezelfde smeulende pit als de vlaswiek bij Jesaja.
“Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”
Christus nodigt vermoeiden en belasten uit tot Hem te komen, en daarom hoeft volgens het artikel wie naar genade verlangt niet mismoedig te worden.
“Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?”
Paulus klaagt over het lichaam des doods, de zonde die nog in hem woont, waarop het artikel bij de tweede groep doelt.
“Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”
Christus belooft dat Hij wie tot Hem komt geenszins zal uitwerpen, wat bevreesde zoekers moed geeft.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
De remonstranten verweten de gereformeerde leer van verkiezing en verwerping dat zij mensen moedeloos maakte. Anderen zouden er juist zorgeloos van worden. De synode nam die zorg serieus, maar zocht de oplossing niet in een andere leer. In artikel 16 onderscheidt zij daarom tussen bevreesde zoekers en zorgeloze verachters. Ook in het Besluit aan het einde van de Leerregels wijst zij het verwijt af dat deze leer tot wanhoop of zorgeloosheid leidt.
Om over door te praten
- Welke drie groepen mensen onderscheidt artikel 16, en wat zegt het tegen elke groep?
- Waarom wijst het artikel bevreesde mensen naar de middelen en niet naar hun eigen gevoel?
- Wat zegt het beeld van het gekrookte riet en de rokende vlaswiek over de manier waarop Christus met zwakke gelovigen omgaat?
- Bij welke groep uit dit artikel herkent u zichzelf, en wat betekent dat voor de manier waarop u de middelen gebruikt?