Inleiding tot Mattheus 16
Mattheus 16 vormt een keerpunt in het evangelie van Mattheus. Dit hoofdstuk bevat enkele van de meest bekende en betekenisvolle passages uit het Nieuwe Testament, waaronder Petrus' belijdenis van Jezus als de Christus en Jezus' eerste aankondiging van zijn naderende lijden en dood.
Het Vragen om Tekenen (Mattheus 16:1-4)
Het hoofdstuk begint met Farizeeën en Sadduceeën die Jezus op de proef stellen door een teken uit de hemel te vragen. Deze religieuze leiders, die normaal gesproken elkaars tegenstanders waren, verenigden zich in hun wantrouwen jegens Jezus. Jezus antwoordt door te wijzen op hun vermogen om het weer te voorspellen aan de hand van natuurlijke tekenen, maar hun onvermogen om de tekenen van de tijd te herkennen.
Jezus verwijst naar het 'teken van Jona', een verwijzing naar zijn eigen dood en opstanding. Dit toont aan dat God niet op commando werkt volgens menselijke verwachtingen, maar handelt volgens zijn eigen plan en timing.
Het Gist van de Farizeeën (Mattheus 16:5-12)
In de volgende passage waarschuwt Jezus zijn discipelen voor het 'gist' van de Farizeeën en Sadduceeën. Aanvankelijk begrijpen de discipelen dit verkeerd en denken dat Jezus spreekt over letterlijk brood. Jezus moet hen herinneren aan de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging om hun geloof te versterken.