De Vervolging Drijft de Kerk Uiteen (vers 1-3)
Handelingen 8 begint met de nasleep van Stefanus' martelaarschap. Saulus, die later de apostel Paulus wordt, speelt een leidende rol in de hevige vervolging van de christelijke gemeente in Jeruzalem. Deze vervolging heeft echter een onverwacht gevolg: in plaats van het christendom te vernietigen, zorgt het ervoor dat het evangelie zich verspreidt. De gelovigen worden verstrooid over Judea en Samaria, en nemen hun geloof mee naar nieuwe gebieden.
Filippus Predikt in Samaria (vers 4-8)
Filippus, een van de zeven diakenen uit hoofdstuk 6, gaat naar Samaria en verkondigt daar Christus. Dit is een baanbrekend moment, omdat Joden en Samaritanen traditioneel vijanden waren. De Samaritanen aanvaardden alleen de vijf boeken van Mozes en hadden hun eigen tempel op de berg Gerizim gehad. Toch ontvangen zij het evangelie met grote vreugde. Filippus doet tekenen en wonderen, en er ontstaat grote blijdschap in de stad.