Inleiding tot Exodus 19
Exodus 19 markeert een keerpunt in de geschiedenis van Israël. Na drie maanden reizen door de woestijn bereikt het volk de berg Sinaï, waar God een verbond met hen wil sluiten. Dit hoofdstuk beschrijft de voorbereiding op een van de meest dramatische gebeurtenissen in de Bijbel: Gods verschijning op de berg en de totstandkoming van het Sinaïtische verbond.
Gods Voorstel van Verbond (vers 3-6)
God roept Mozes naar de berg en geeft hem een bijzondere boodschap voor het volk. Hij herinnert eerst aan wat Hij heeft gedaan: 'Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht hebt' (vers 4). Deze beeldspraak van de adelaar die zijn jongen draagt, toont Gods tederheid en kracht.
Vervolgens stelt God een verbond voor: 'Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; en gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn' (vers 5-6). Deze belofte is revolutionair - Israël wordt uitgekozen om Gods vertegenwoordigers op aarde te zijn.
Het Volk Stemt In (vers 7-8)
Mozes brengt deze woorden over aan de oudsten, en samen met het hele volk reageren zij eensgezind: 'Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen!' (vers 8). Deze instemming toont hun bereidheid om in verbond te treden met God, hoewel zij nog niet volledig beseffen wat dit zal inhouden.