In de kern is bidden verrassend eenvoudig: het is spreken met God. Geen prestatie die u moet leveren, geen ritueel dat pas geldt als het foutloos wordt uitgevoerd, maar een gesprek. De Psalmen vatten het samen in één uitnodiging: “Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht” (Psalm 62:9, Statenvertaling). Uitstorten — dat is geen gepolijste taal, dat is zeggen wat er werkelijk in u omgaat: dankbaarheid, zorgen, vragen, ook boosheid en verdriet.
Waarom zou u dat doen? Omdat de Bijbel belooft dat er aan de andere kant Iemand luistert. “Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God” (Filippenzen 4:6) — met als vervolg de belofte van een vrede “die alle verstand te boven gaat”. Bidden verandert niet altijd meteen de omstandigheden, maar het haalt u uit het alleen-dragen. Wat u uitspreekt voor God, hoeft u niet langer in uw eentje rond te blijven dragen.
En als u denkt: maar ik kán het helemaal niet — dan bent u in goed gezelschap. De leerlingen van Jezus, die met Hem optrokken en Hem dagelijks zagen bidden, vroegen zelf: “Heere, leer ons bidden” (Lukas 11:1). Leren bidden is dus geen teken van gebrekkig geloof; het is precies hoe het bij de eerste christenen begon. Jezus antwoordde niet met een techniek, maar met een voorbeeldgebed — daarover verderop meer.