Het woord “meditatie” roept bij veel christenen aarzeling op. Het doet denken aan yogamatten, mantra’s en het streven naar een lege geest. Toch is mediteren een door en door bijbels begrip. Het Hebreeuwse woord dat in het Oude Testament voor mediteren wordt gebruikt, hagah, betekent zoiets als halfluid prevelen, mompelen, herkauwen. Het beeld is niet dat van iemand die zijn gedachten stilzet, maar van iemand die een tekst telkens opnieuw proeft — zoals u een zin uit een brief van een geliefde nog eens leest, en nog eens.
De openingspsalm van het psalmboek tekent zo de mens die gelukkig te prijzen is: “Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht” (Psalm 1:2, Statenvertaling). Christelijke meditatie heeft dus altijd een voorwerp buiten uzelf: het Woord van God. U mediteert niet om bij uw diepste zelf uit te komen, maar om bij God uit te komen — bij wat Hij gezegd, beloofd en geboden heeft.
Daarmee is ook het doel anders dan bij veel populaire meditatievormen. Bijbelse meditatie is geen ontspanningstechniek, al kan er diepe rust uit voortkomen. Het doel is dat het Woord van het hoofd naar het hart zakt en van het hart naar de handen: God beter kennen, meer van Hem gaan houden, en doen wat Hij zegt. Oudere generaties noemden het eenvoudig “de overdenking” — een woord dat op deze site niet toevallig terugkeert in de dagelijkse overdenking.