Naäma: betekenis van de naam
נַעֲמָה (Naʻămâh) = “liefelijkheid”
Wat betekent de naam Naäma?
De naam Naäma betekent "liefelijkheid". Hij komt van het Hebreeuwse werkwoord naem, liefelijk of aangenaam zijn. In de Bijbel heten twee vrouwen zo: de zuster van Tubal-Kaïn (Genesis 4:22) en Naäma de Ammonietische, de moeder van koning Rehabeam van Juda (1 Koningen 14:21).
Herkomst en betekenis van Naäma
- Grondwoord (Hebreeuws)
- נַעֲמָה Naʻămâh
- Strong's-nummer
- H5279
- Afgeleid van (H5277)
- נַעַם Naʻam: de mannennaam Naam (1 Kronieken 4:15): genoegen; van het werkwoord naem, aangenaam zijn
- Betekenis
- liefelijkheid
Naäma betekent "liefelijkheid". Strong's woordenboek noemt de naam de vrouwelijke vorm van de mannennaam Naam, een zoon van Kaleb (1 Kronieken 4:15), in het Hebreeuws Na'am. Die naam is weer gevormd van het werkwoord naem: aangenaam, liefelijk of zoet zijn. De oudere naamduiding zegt hetzelfde. Een bijbelse verklaring van de naam is er niet, en de kanttekeningen gaan bij beide vrouwen over iets anders dan de betekenis.
Van hetzelfde werkwoord komen woorden die in bekende verzen staan. David begeerde "de liefelijkheid des HEEREN te aanschouwen" (Psalm 27:4), en Mozes bad: "En de liefelijkheid des HEEREN, onzes Gods, zij over ons" (Psalm 90:17). Ook in "hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen" (Psalm 133:1) staat een woord van deze wortel. Strong's leidt ook de naam Naomi af van het woord liefelijkheid in Psalm 90:17, zodat Naäma en Naomi verwante namen zijn.
Naäma is ook de naam van een stad in de Laagte van Juda (Jozua 15:41).
Bron van de betekenis: Strong's: 'pleasantness' (liefelijkheid), de vrouwelijke vorm van H5277 Naʻam, 'pleasure' (genoegen), dat komt van H5276 nâʻêm, 'to be agreeable' (aangenaam zijn); naamduiding Open Scriptures: 'loveliness' (liefelijkheid).
Uitspraak en spelling
- Uitspraak in het Nederlands
- NA-a-ma
- In de grondtaal
- na-a-MA
- Spelling in de Statenvertaling
- Naäma; Naema in Genesis 4:22
- Als voornaam
- Naäma, Naama
- In andere talen
- Naamah (Engels)
Het trema laat de twee a-klanken apart klinken; in het Hebreeuws ligt de klemtoon op de laatste lettergreep.
Wie heette Naäma in de Bijbel?
Naäma, de dochter van Lamech en Zilla en zuster van Tubal-Kaïn
Zij is een van de weinige vrouwen die in het geslacht van Kaïn bij name genoemd worden. De Bijbel vertelt alleen dat zij de zuster van Tubal-Kaïn was.
Naäma de Ammonietische, de moeder van koning Rehabeam
Zij was een vrouw van Salomo en de moeder van zijn opvolger Rehabeam, die eenenveertig jaar oud was toen hij koning werd. De Schrift noemt haar naam en afkomst drie keer bij de regering van haar zoon. De kanttekening bij 1 Koningen 14:21 rekent haar tot de Ammonietische vrouwen die Salomo van de HEERE afleidden.
Kernvers
“Een ding heb ik van den HEERE begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des HEEREN, om de liefelijkheid des HEEREN te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel.”
Psalm 27:4 (Statenvertaling)
Wat de naam Naäma ons leert
Bij de koningen van Juda noemt de Schrift vaak de naam van de moeder. Bij Rehabeam klinkt die formule twee keer, aan het begin en aan het einde van zijn regering: "en de naam zijner moeder was Naäma, de Ammonietische" (1 Koningen 14:21, 31). Zo blijft haar afkomst bij het verhaal van haar zoon staan. Onder Rehabeam deed Juda kwaad in de ogen van de HEERE (1 Koningen 14:22), en de kanttekening ziet in haar een van de vrouwen door wie Salomo en zijn zoon tot afgoderij kwamen. De liefelijkheid waarvan het woord van haar naam spreekt, houden de Psalmen vast bij de HEERE Zelf. David begeerde maar één ding: wonen in Zijn huis, "om de liefelijkheid des HEEREN te aanschouwen" (Psalm 27:4).
Veelgestelde vragen over de naam Naäma
Wat betekent de naam Naäma?
Naäma betekent "liefelijkheid". Strong's woordenboek noemt het de vrouwelijke vorm van de mannennaam Naam (1 Kronieken 4:15), die komt van het Hebreeuwse werkwoord naem: aangenaam, liefelijk of zoet zijn. Woorden van dezelfde wortel staan in Psalm 27:4 en Psalm 90:17, waar sprake is van "de liefelijkheid des HEEREN". De Bijbel zelf legt de naam niet uit.
Wie was Naäma, de moeder van Rehabeam?
Naäma was een Ammonietische vrouw van koning Salomo en de moeder van Rehabeam, die na Salomo koning werd over Juda. Haar naam wordt genoemd in 1 Koningen 14:21 en 31 en in 2 Kronieken 12:13, telkens met de toevoeging dat zij een Ammonietische was. De kanttekening rekent haar tot de vreemde vrouwen uit 1 Koningen 11:1 die Salomo tot afgoderij brachten.
Is Naäma dezelfde naam als Naäman?
Nee, al zijn ze verwant. Naäman, de Syrische legeroverste die van zijn melaatsheid genas (2 Koningen 5), heeft een eigen Hebreeuwse naam met een n aan het eind. Strong's woordenboek leidt beide namen af van hetzelfde werkwoord naem, liefelijk zijn. Naäma is een vrouwennaam, Naäman een mannennaam, en in de Bijbel gaat het om verschillende personen zonder enig verband.
Is Naäma verwant aan de naam Naomi?
Ja. Strong's woordenboek leidt Naomi af van het woord noam, liefelijkheid, en dat woord komt van hetzelfde werkwoord naem als Naäma. Beide namen spreken dus van wat aangenaam en liefelijk is. Naomi gaf zelf een uitleg bij haar naam toen zij uit Moab terugkwam: zij wilde liever Mara heten, omdat de Almachtige haar grote bitterheid had aangedaan (Ruth 1:20).
Hoe spreekt u Naäma uit?
In het Nederlands zegt u NA-a-ma, met drie lettergrepen; het trema laat de twee a-klanken apart klinken. In het Hebreeuws valt de klemtoon op de laatste lettergreep: na-a-MA. In Genesis 4:22 schrijft de Statenvertaling de naam als Naema, in de boeken Koningen en Kronieken als Naäma.