Ga naar hoofdinhoud
JongensnaamOude TestamentBetekenis staat vast

Jafeth: betekenis van de naam

יֶפֶת (Yepheth) = “uitbreiding, ruimte”

Wat betekent de naam Jafeth?

De naam Jafeth betekent "uitbreiding" of "ruimte". Hij komt van het Hebreeuwse werkwoord patah, ruim zijn of ruim maken. Noach speelt op de naam in zijn zegen: "God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten" (Genesis 9:27). Jafeth was een van de drie zonen van Noach en de stamvader van vele volken.

Herkomst en betekenis van Jafeth

Grondwoord (Hebreeuws)
יֶפֶת Yepheth
Strong's-nummer
H3315
Afgeleid van (H6601)
פָּתָה pâthâh: ruim zijn, ruim maken; figuurlijk ook: overreden, lokken
Betekenis
uitbreiding, ruimte

Jafeth betekent "uitbreiding". Strong's woordenboek leidt de naam af van het werkwoord patah, dat eigenlijk openen of ruim maken betekent. De naamduiding geopend ligt daar dicht bij.

De Bijbel speelt zelf op de naam. In zijn zegen na de vloed zegt Noach: "God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten" (Genesis 9:27). In het Hebreeuws staan het werkwoord en de naam vlak naast elkaar: jaft le-Jefet, Hij make ruim voor Jafeth. Zo wordt de naam in de zegen zelf een belofte.

Hetzelfde werkwoord kan figuurlijk ook overreden of lokken betekenen, en de kanttekening bij Genesis 9:27 noemt die vertaling als mogelijkheid: God lokke, of overrede Jafeth. De kanttekening leest het vers als een profetie van de roeping van de heidenen, die tot de gemeenschap van Gods kerk gebracht zouden worden, in de tenten van Sem. Beide vertalingen hangen aan hetzelfde werkwoord, en beide passen bij de geschiedenis van de volken die uit Jafeth voortkwamen. Genesis 10 noemt zeven zonen van Jafeth, en van hen zijn "verdeeld de eilanden der volken" (Genesis 10:5).

“God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten! en Kanaan zij hem een knecht!”
De Bijbel verklaart de naam: Genesis 9:27 (Statenvertaling)

Bron van de betekenis: Strong's: 'expansion' (uitbreiding), afgeleid van H6601 pâthâh, 'to open, i.e. be (causatively, make) roomy' (openen, ruim zijn of ruim maken), dat figuurlijk ook 'simple' (onnozel, te overreden) of 'delude' (misleiden) kan betekenen; naamduiding Open Scriptures: 'opened' (geopend).

Uitspraak en spelling

Uitspraak in het Nederlands
JA-feth
In de grondtaal
JE-fet
Spelling in de Statenvertaling
Jafeth
Als voornaam
Jafeth
In andere talen
Japheth (Engels)

De th klinkt als een gewone t; in het Hebreeuws ligt de klemtoon net als in het Nederlands op de eerste lettergreep.

Wie heette Jafeth in de Bijbel?

  • Jafeth, de zoon van Noach

    Hij ging met zijn vader, zijn broers en hun vrouwen de ark in en kwam er na de vloed weer uit. Samen met Sem bedekte hij de naaktheid van Noach, en hij ontving de zegen van uitbreiding. Zijn zonen Gomer, Magog, Madai, Javan, Tubal, Mesech en Thiras worden in Genesis 10:2 genoemd.

    Genesis 5:32, Genesis 9:18, Genesis 9:27, Genesis 10:2

Kernvers

“Van dezen zijn verdeeld de eilanden der volken in hun landschappen, elk naar zijn spraak, naar hun huisgezinnen, onder hun volken.”

Genesis 10:5 (Statenvertaling)

Wat de naam Jafeth ons leert

De zegen over Jafeth bestaat uit twee delen: ruimte en een plaats bij Sem. God zou hem uitbreiden, en hij zou wonen in de tenten van Sem, de zoon over wie Noach de HEERE als zijn God had geprezen. De ruimte die Jafeth kreeg, was dus geen doel op zichzelf. Zijn nakomelingen verspreidden zich over de eilanden der volken, ver van het land van de belofte, en toch was er een plaats voor hen in de tenten van Sem. De kanttekening ziet daarin de roeping van de heidenen, en zegt bij Genesis 10:21 dat Jafeth daar bijzonder genoemd wordt, omdat hij mede deel had in de zegeningen over Sem. In het Nieuwe Testament schrijft Paulus aan gelovigen uit de volken dat zij niet meer vreemdelingen zijn, maar "medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods" (Efeziërs 2:19).

Veelgestelde vragen over de naam Jafeth

Wat betekent de naam Jafeth?

Jafeth betekent "uitbreiding" of "ruimte". De naam komt van het Hebreeuwse werkwoord patah, ruim zijn of ruim maken. Noach speelt daar zelf op in zijn zegen: "God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten" (Genesis 9:27). In het Hebreeuws klinken het werkwoord en de naam daar bijna hetzelfde, zodat de zegen de betekenis van de naam uitspreekt.

Wat betekent God breide Jafeth uit?

Het betekent dat God aan Jafeth en zijn nakomelingen veel ruimte zou geven. Genesis 10 laat zien hoe uit zijn zeven zonen de volken van de eilanden en verre landen voortkwamen. De kanttekening bij Genesis 9:27 geeft ook een andere vertaling: God lokke of overrede Jafeth. Zij leest de woorden over de tenten van Sem als een profetie dat ook de heidenen in de kerk van God gebracht zouden worden.

Was Jafeth de oudste zoon van Noach?

Volgens de kanttekeningen wel. Genesis 5:32 noemt de zonen van Noach in de volgorde Sem, Cham en Jafeth, maar de kanttekening bij dat vers zegt dat eerst Jafeth geboren werd, daarna Sem en als laatste Cham. In Genesis 10:21 heet Sem de "broeder van Jafeth, den grootste", en de kanttekening legt uit dat de grootste hier de oudste betekent.

Is Jafeth een bijbelse jongensnaam?

Ja. Jafeth is in de Bijbel de naam van één man, de zoon van Noach. De naam staat in Genesis en in het geslachtsregister van 1 Kronieken 1:4-5. In het Engels wordt hij Japheth gespeld, met ph. De Statenvertaling schrijft Jafeth, met een f en een th aan het eind die als een gewone t klinkt.

Hoe spreekt u Jafeth uit?

In het Nederlands zegt u JA-fet, met de klemtoon op de eerste lettergreep; de th aan het eind klinkt als een gewone t. In het Hebreeuws ligt de klemtoon ook op de eerste lettergreep, maar de eerste klinker is een korte e: Jefet. Het werkwoord in Genesis 9:27 klinkt bijna hetzelfde: jaft.

Verwante bijbelse namen