Artikel 11 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Dat de Heilige Geest waarachtig en eeuwig God is
In het kort
Artikel 11 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat de Heilige Geest waarachtig en eeuwig God is. Hij is een Persoon en geen kracht, de derde Persoon van de Drie-eenheid. Hij gaat van eeuwigheid uit van de Vader en de Zoon, en deelt in hetzelfde Wezen, dezelfde majesteit en dezelfde heerlijkheid.
De tekst van NGB 11
Wij geloven en belijden ook, dat de Heilige Geest van eeuwigheid van den Vader en den Zoon uitgaat; niet zijnde gemaakt, noch geschapen, noch ook geboren, maar alleen van Beiden uitgaande; Welke in orde is de derde Persoon der Drievuldigheid, van éénzelfde Wezen, Majesteit en Heerlijkheid met den Vader en den Zoon; zijnde waarachtig en eeuwig God, gelijk ons de Heilige Schriften leren.
Tekst: Nederlandse Geloofsbelijdenis, zoals overzien door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl.
Na de Vader en de Zoon spreekt artikel 11 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis over de Heilige Geest. Het is een kort artikel, maar het zegt veel. Het begint met 'Wij geloven en belijden ook'. Dat ook verbindt het met de artikelen ervoor. Wat de kerk van de Vader en de Zoon belijdt, belijdt zij evengoed van de Geest. Hij is geen mindere God en geen kracht die van God uitstraalt, maar 'waarachtig en eeuwig God'.
Een Persoon, geen kracht
Het artikel noemt de Geest 'de derde Persoon der Drievuldigheid'. Dat is belangrijk, want velen zien de Geest als een onpersoonlijke kracht of als een sfeer. De Schrift spreekt anders. De Geest leert, getuigt en leidt. De Heere Jezus zegt over Hem: "Hij zal u in al de waarheid leiden". Paulus vermaant: "bedroeft den Heiligen Geest Gods niet". Een kracht kan men niet bedroeven, een Persoon wel.
De Geest deelt ook Zijn gaven uit aan de gemeente, "gelijkerwijs Hij wil". Hij heeft dus een eigen wil. Daarom bidt de kerk niet alleen om kracht van de Geest. Zij bidt om de Geest Zelf, en eert Hem met de Vader en de Zoon.
Uitgaande van de Vader en de Zoon
Het artikel zegt dat de Geest 'van eeuwigheid van den Vader en den Zoon uitgaat'. Uitgaan wijst op de eeuwige band tussen de Personen. De Heere Jezus spreekt over de Trooster, "Dien Ik u zenden zal van den Vader", en zegt van Hem: "Die van den Vader uitgaat". Paulus noemt Hem "den Geest Zijns Zoons" en ook "den Geest van Christus". Zo hoort de Geest bij de Vader en bij de Zoon.
Met 'en den Zoon' volgt het artikel de westerse kerk. De Oosterse kerk belijdt dat de Geest van de Vader uitgaat. Hoe dat verschil ontstond, leest u op de pagina over het filioque, een Latijns woord dat en de Zoon betekent.
Niet gemaakt en niet geboren
Daarna zegt het artikel wat de Geest niet is: 'niet zijnde gemaakt, noch geschapen, noch ook geboren'. Gemaakt en geschapen zijn de dingen die God voortbracht. De Geest hoort daar niet bij, want Hij is van eeuwigheid, zoals het artikel zegt. Geboren zijn is wat de Schrift van de Zoon zegt. Ook dat geldt niet voor de Geest. Hij is 'alleen van Beiden uitgaande'. Beiden zijn de Vader en de Zoon.
Hoe dat uitgaan precies is, zegt de Schrift niet. Het artikel gaat daar dan ook niet verder op in. Het wil alleen zeggen wat God Zelf geopenbaard heeft, en niet meer.
Derde in orde, niet in rang
De Geest 'in orde is de derde Persoon'. Dat gaat over de volgorde van de Personen. De Schrift noemt Hen zo bij de doop: "in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes". Het betekent niet dat Hij minder is. Hij is van hetzelfde Wezen als de Vader en de Zoon, en deelt in Hun 'Majesteit en Heerlijkheid'. Majesteit is koninklijke grootheid. Alle eer die de Vader toekomt, komt ook de Geest toe.
Gelijk ons de Schriften leren
Het artikel sluit af met 'gelijk ons de Heilige Schriften leren'. Bij de schepping "zweefde" de Geest Gods op de wateren. Hij is overal tegenwoordig, zoals David bidt: "Waar zou ik heengaan voor Uw Geest". De brief aan de Hebreeën noemt Hem "den eeuwigen Geest". Zulke werken en eigenschappen horen alleen bij God.
Petrus vroeg Ananias waarom hij de Heilige Geest had willen liegen. Direct daarna zei hij: "Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode". En Paulus schrijft aan de gemeente: "gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont". Een tempel is het huis van God. Waar de Geest woont, woont God Zelf.
Troost voor wie gelooft
Zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus belijdt hetzelfde: de Geest is samen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God. Daarna maakt de catechismus het persoonlijk. Deze Geest wordt ook aan de gelovige gegeven. Hij brengt tot Christus, troost en blijft voor altijd. Omdat de Geest God is, is Zijn werk in het hart geen menselijk werk dat kan mislukken.
Bijbelse onderbouwing
“De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.”
Bij de schepping zweefde de Geest Gods op de wateren, zodat Hij meewerkt in het scheppingswerk dat alleen God toekomt.
“Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht?”
David kan nergens heengaan waar Gods Geest niet is, en schrijft de Geest zo een eigenschap toe die alleen God heeft.
“Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Dien Ik u zenden zal van den Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van den Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.”
De Heere Jezus zendt de Trooster van de Vader, Die van de Vader uitgaat, zoals het artikel het uitgaan van de Geest belijdt.
“Zo het gebleven ware, bleef het niet uw, en verkocht zijnde, was het niet in uw macht? Wat is het, dat gij deze daad in uw hart hebt voorgenomen? Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode.”
Petrus zegt tegen Ananias, die de Heilige Geest wilde liegen, dat hij niet tegen mensen maar tegen God gelogen heeft.
“Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?”
De gemeente is Gods tempel omdat de Geest Gods in haar woont, en een tempel is alleen voor God.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
Al in de vierde eeuw was de Godheid van de Geest omstreden. Sommigen erkenden wel dat de Zoon God is, maar zagen de Geest als een schepsel of een dienende kracht. Het concilie van Constantinopel van 381 wees dat af. Het beleed de Geest als de Heere, Die met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt.
In de zestiende eeuw kwam de oude twijfel terug bij bestrijders van de Drie-eenheid. Zij zagen de Geest niet als een eigen Persoon. Artikel 11 antwoordt hun met de taal van de oude kerk. Met de westerse kerk houdt het vast aan het uitgaan van de Vader en de Zoon.
Om over door te praten
- Waarom is het belangrijk dat artikel 11 de Heilige Geest een Persoon noemt en niet alleen een kracht van God?
- Wat zegt het artikel met de woorden 'niet zijnde gemaakt, noch geschapen, noch ook geboren' over de Heilige Geest?
- Hoe laat de geschiedenis van Ananias en Saffira zien dat liegen tegen de Heilige Geest liegen tegen God is?
- Wat betekent het voor uw geloofsleven dat de Geest Die in de gelovigen woont, waarachtig en eeuwig God is?
- Hoe kunt u in uw gebed de Heilige Geest eren met de Vader en de Zoon?