Dordtse Leerregels hoofdstuk 3/4, artikel 9: wie niet komt
In het kort
Wie door het Evangelie geroepen wordt en niet komt, heeft dat aan zichzelf te wijten en niet aan God. Dat belijdt artikel 9 van hoofdstuk 3/4 van de Dordtse Leerregels. De schuld ligt niet in het Evangelie, niet in Christus en niet in God. De gelijkenis van de zaaier toont hoe hoorders het Woord afwijzen of verstikken.
De tekst van DL III/IV,9
Dat er velen, door de bediening des Evangelies geroepen zijnde, niet komen en niet bekeerd worden, daarvan is de schuld niet in het Evangelie, noch in Christus, door het Evangelie aangeboden zijnde, noch in God, Die door het Evangelie roept, en Zelf ook, dien Hij roept, onderscheiden gaven mededeelt; maar in degenen, die geroepen worden;
van dewelken sommigen, zorgeloos zijnde, het woord des levens niet aannemen; anderen nemen het wel aan, maar niet in het binnenste huns harten, en daarom is het, dat zij, na een kortstondige blijdschap van het tijdelijk geloof wederom terugwijken; anderen verstikken het zaad des Woords door de doornen der zorgvuldigheden en wellusten der wereld, en brengen geen vruchten voort; hetwelk onze Zaligmaker leert in de gelijkenis van het zaad.
Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.
Het Evangelie wordt aan velen verkondigd, maar niet allen komen tot Christus. Hoe kan dat? Artikel 8 had beleden dat God allen die Hij door het Evangelie roept, in ernst roept. Wie niet komt, kan de oorzaak dus niet bij God zoeken. Artikel 9 zegt waar de schuld dan wel ligt.
Niet in het Evangelie of Christus
Het artikel noemt eerst drie plaatsen waar de schuld niet ligt. Zij ligt niet in het Evangelie, want daarin ontbreekt niets wat een zondaar nodig heeft. Zij ligt ook 'noch in Christus, door het Evangelie aangeboden zijnde'. Aangeboden betekent: voorgesteld, zodat men Hem kan aannemen. Christus wordt in de prediking werkelijk aangeboden.
Ten slotte ligt de schuld niet bij God, 'Die door het Evangelie roept'. Het artikel voegt eraan toe dat God aan wie Hij roept 'onderscheiden gaven mededeelt'. Onderscheiden betekent hier: verschillende. Mededelen is: geven. Het vervolg van het artikel laat zien dat sommigen het Woord zelfs met blijdschap ontvangen. Wie het Woord verwerpt, kan God niet verwijten dat Hij niets gaf.
De schuld ligt bij de mens
Dan volgt de kern: de schuld ligt 'in degenen, die geroepen worden'. Dat sluit aan bij hoofdstuk 1, artikel 5. Daar belijdt de synode dat de oorzaak van het ongeloof niet in God is, maar in de mens. De Heere Jezus zegt tot de Joden: "En gij wilt tot Mij niet komen". Het niet-komen is een niet-willen.
In de gelijkenis van de koninklijke bruiloft gebeurt hetzelfde. De genodigden achten de uitnodiging niet en gaan weg, "deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap". De koning had alles klaargemaakt. Het lag niet aan de maaltijd en niet aan de koning dat de zaal leeg bleef.
Drie soorten hoorders
Het artikel beschrijft drie soorten hoorders. Sommigen nemen het woord des levens niet aan, 'zorgeloos zijnde'. Zorgeloos betekent hier: onverschillig, zonder zorg voor de eigen ziel. Zij horen, maar het raakt hen niet. In de gelijkenis is dat het zaad bij de weg, dat de boze wegrukt.
Anderen nemen het Woord wel aan, 'maar niet in het binnenste huns harten'. Daarom wijken zij na 'een kortstondige blijdschap van het tijdelijk geloof' weer terug. Dat is het zaad op de steenachtige plaatsen. Zo iemand hoort het Woord "en dat terstond met vreugde ontvangt". Toch heeft hij "geen wortel in zichzelven, maar is voor een tijd". Tijdelijk geloof lijkt op waar geloof, maar het komt niet tot in het hart.
Weer anderen 'verstikken het zaad des Woords door de doornen der zorgvuldigheden en wellusten der wereld'. Zorgvuldigheden zijn hier: zorgen. Wellusten zijn genietingen en begeerten. Bij Lukas noemt de Heere Jezus "de zorgvuldigheden, en rijkdom, en wellusten des levens". Zulke hoorders 'brengen geen vruchten voort', ook al bleef het Woord een tijd bij hen.
Een spiegel voor elke hoorder
Het artikel eindigt met de opmerking dat onze Zaligmaker dit Zelf leert 'in de gelijkenis van het zaad'. Die gelijkenis beschrijft niet alleen anderen. Zij houdt iedere hoorder een spiegel voor. Hoe ontvangt u het Woord dat u op zondag hoort? De Heere Jezus noemt ook de goede aarde: wie het Woord hoort en verstaat, draagt vrucht.
Het artikel wil niemand tot wanhoop brengen. Het volgende artikel belijdt dat wie wel komt, dat niet aan zichzelf maar aan God te danken heeft. Wie niet komt, heeft het wel aan zichzelf te wijten. Daarom klinkt de oproep van de Schrift ernstig: "Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet".
Bijbelse onderbouwing
“Maar die in steenachtige plaatsen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort, en dat terstond met vreugde ontvangt;”
De Heere Jezus spreekt over de hoorder die het Woord terstond met vreugde ontvangt, zoals het artikel spreekt van 'een kortstondige blijdschap van het tijdelijk geloof'.
“Doch hij heeft geen wortel in zichzelven, maar is voor een tijd; en als verdrukking of vervolging komt, om des Woords wil, zo wordt hij terstond geergerd.”
Deze hoorder heeft geen wortel in zichzelf en valt af bij verdrukking, wat het artikel het terugwijken na tijdelijk geloof noemt.
“En dat in de doornen valt, zijn dezen, die gehoord hebben, en heengaande verstikt worden door de zorgvuldigheden, en rijkdom, en wellusten des levens, en voldragen geen vrucht.”
Bij Lukas worden de hoorders tussen de doornen verstikt door zorgen en wellusten, de derde groep die het artikel noemt.
“Maar zij, zulks niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap.”
De genodigden van de bruiloft achten de uitnodiging niet en gaan naar hun akker en hun handel, zodat de schuld bij henzelf ligt.
“En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.”
De Heere Jezus zegt dat de Joden niet tot Hem willen komen om het leven te hebben, en zo noemt Hij hun eigen onwil.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
Tegenstanders van de gereformeerde leer zeiden dat zij God tot oorzaak van de zonde en het ongeloof maakte. Het Besluit van de Dordtse Leerregels noemt die beschuldiging uitdrukkelijk. Het noemt ook het verwijt dat de verwerping net zo de oorzaak van het ongeloof zou zijn als de verkiezing van het geloof. Artikel 9 laat zien dat dit niet klopt: wie niet komt, draagt zelf de verantwoordelijkheid.
Om over door te praten
- Welke drie plaatsen noemt artikel 9 waar de schuld van het niet-komen niet ligt, en waarom is dat belangrijk?
- Wat is het verschil tussen het tijdelijk geloof uit dit artikel en het ware geloof dat vrucht draagt?
- Welke zorgen of genietingen dreigen in uw leven het Woord te verstikken?
- Hoe kunt u de gelijkenis van het zaad gebruiken als spiegel bij het horen van de preek?
- Hoe verhouden de artikelen 9 en 10 zich tot elkaar, als het gaat om schuld en genade?