Dordtse Leerregels hoofdstuk 3/4, artikel 7: Gods verborgenheid
In het kort
Volgens artikel 7 van hoofdstuk 3/4 van de Dordtse Leerregels maakte God Zijn verborgenheid eerst aan weinigen en nu aan meer mensen bekend. Die verborgenheid is het Evangelie. De oorzaak ligt niet in een volk, maar in Gods vrije welbehagen. Wie die genade ontvangt, erkent haar met een ootmoedig en dankbaar hart.
De tekst van DL III/IV,7
Deze verborgenheid van Zijn wil heeft God in het Oude Testament aan weinigen ontdekt, doch in het Nieuwe Testament (het onderscheid der volken nu weggenomen zijnde) heeft Hij haar aan meer mensen geopenbaard. Van welke onderscheidene toebedelingen de oorzaak niet moet gesteld worden in de waardigheid van het ene volk boven het andere, of in het beter gebruik van het licht der natuur, maar in het gans vrije welbehagen en de onverdiende liefde Gods;
waarom ook diegenen, wien buiten, ja tegen alle verdiensten zo groot een genade geschiedt, haar met een nederig en dankbaar hart moeten erkennen, maar in de anderen, wien deze genade niet geschiedt, moeten zij met den apostel de gestrengheid en rechtvaardigheid van Gods oordelen aanbidden en die geenszins curieuslijk onderzoeken.
Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.
Artikel 7 van hoofdstuk 3/4 van de Dordtse Leerregels gaat over Gods verborgenheid. Artikel 6 had gezegd dat God door het Evangelie doet wat het licht der natuur en de wet niet kunnen. Dan komt de vraag waarom niet alle volken dat Evangelie altijd gehoord hebben. Het artikel antwoordt eerlijk. God heeft het eerst aan weinigen en later aan velen bekendgemaakt, en de oorzaak daarvan ligt alleen bij Hem.
De verborgenheid van Zijn wil
Het artikel begint met 'Deze verborgenheid van Zijn wil'. Daarmee bedoelt het het Evangelie van artikel 6. Een verborgenheid is hier geen raadsel. Het is iets wat een mens niet zelf kan bedenken en wat God moet openbaren. Paulus spreekt over "de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen".
Eerst aan weinigen, nu aan velen
In het Oude Testament heeft God deze verborgenheid 'aan weinigen ontdekt'. Ontdekken betekent hier: bekendmaken. Psalm 147 zegt van Gods woorden aan Jakob: "Alzo heeft Hij geen volk gedaan; en Zijn rechten, die kennen zij niet". Paulus zegt in Lystre dat God de heidenen in de verleden tijden "heeft laten wandelen in hun wegen".
In het Nieuwe Testament is dat anders. Het artikel zegt tussen haakjes: 'het onderscheid der volken nu weggenomen zijnde'. Daarmee volgt het Efeze 2. Christus heeft "den middelmuur des afscheidsels gebroken". Die middelmuur was de scheiding tussen Israël en de heidenen. Nu wordt het Evangelie 'aan meer mensen geopenbaard', onder alle volken. Paulus noemt de heidenen daarom "medeerfgenamen, en van hetzelfde lichaam".
Niet om waardigheid of beter gebruik
Waarom kreeg het ene volk het Evangelie wel en het andere niet? Het artikel wijst eerst twee verkeerde antwoorden af. De oorzaak ligt niet in 'de waardigheid van het ene volk boven het andere'. Israël was niet beter dan de volken rondom. Mozes zegt dat de HEERE Israël niet verkoos om zijn grootte, want het was "het weinigste van alle volken".
Ook ligt de oorzaak niet in 'het beter gebruik van het licht der natuur'. Daarmee wijst het artikel de gedachte af dat God het Evangelie geeft aan wie dat licht goed gebruikt. Artikel 4 had al gezegd dat de mens het licht der natuur juist niet recht gebruikt. Er is dus niets in de mens dat God beweegt.
Vrij welbehagen en onverdiende liefde
Het enige antwoord is 'het gans vrije welbehagen en de onverdiende liefde Gods'. Gans betekent: geheel. Welbehagen is wat God goed vindt en wil. God was aan geen enkel volk iets verplicht. Dat Hij Zijn Evangelie zendt, is liefde die niemand verdiend heeft. De Heere Jezus dankt Zijn Vader dat Hij deze dingen aan de kinderkens, de kleinen, heeft geopenbaard. Hij zegt: "alzo is geweest het welbehagen voor U".
Ootmoed en aanbidding
Het slot van het artikel trekt twee lessen. Wie deze genade ontvangt 'buiten, ja tegen alle verdiensten', moet haar 'met een nederig en dankbaar hart' erkennen. Dat u het Evangelie hoort, in de kerk en thuis, is dus niet vanzelfsprekend. Het is een gave die tot ootmoed leidt. Ootmoed is nederigheid voor God.
Over hen die deze genade niet ontvangen, zegt het artikel niet dat zij slechter zijn. Het roept op om 'met den apostel de gestrengheid en rechtvaardigheid van Gods oordelen' te aanbidden. Het denkt aan de uitroep van Paulus: "hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen". Gestrengheid is strengheid. Die oordelen mag u 'geenszins curieuslijk onderzoeken'. Dat betekent: niet uit nieuwsgierigheid uitpluizen.
Zo houdt het artikel de lezer klein. Het onderscheid ligt niet bij de mens, maar in Gods vrije liefde. Dat geeft geen reden tot trots, wel tot verwondering en dank.
Bijbelse onderbouwing
“Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend, Israel Zijn inzettingen en Zijn rechten.”
God maakte Zijn woorden alleen aan Jakob bekend, en de synode haalt dit aan om te laten zien dat de openbaring in het Oude Testament aan weinigen was.
“Alzo heeft Hij geen volk gedaan; en Zijn rechten, die kennen zij niet. Hallelujah!”
De psalm zegt dat God zo met geen ander volk gedaan heeft, wat het artikel aanwijst als openbaring aan weinigen.
“Welke in de verledene tijden al de heidenen heeft laten wandelen in hun wegen;”
God liet de heidenen in hun wegen gaan, en ook dit vers gebruikt de synode tegen de gedachte dat God aan allen genoeg middelen gaf.
“Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,”
Christus heeft de middelmuur tussen Israël en de heidenen gebroken, zodat het onderscheid der volken is weggenomen.
“O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!”
Paulus aanbidt de ondoorzoekelijke oordelen van God, en het artikel vraagt de lezer met hem hetzelfde te doen.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
In de vijfde verwerping van dit hoofdstuk wijst de synode de leer af dat God aan alle mensen de middelen tot bekering genoegzaam geeft. Zo zou God Zich gereed tonen om Christus aan alle mensen te openbaren.
De synode antwoordde dat de ervaring van alle tijden en de Schrift anders leren. Zij wees op Psalm 147:19-20 en Handelingen 14:16. Ook noemde zij Handelingen 16:6-7, waar de Geest Paulus verhinderde het Woord in Azië te spreken.
Om over door te praten
- Wat bedoelt artikel 7 met de verborgenheid van Gods wil, en waarom kan een mens die niet zelf bedenken?
- Welke twee verkeerde oorzaken wijst het artikel af, en waarom liggen die voor de mens zo voor de hand?
- Hoe kan het feit dat u het Evangelie mag horen u nederig en dankbaar maken?
- Waarom roept het artikel bij hen die het Evangelie niet ontvingen op tot aanbidding, en niet tot nieuwsgierig onderzoek?
- Wat betekent het voor uw gebed dat in Christus het onderscheid tussen de volken is weggenomen?