Ga naar hoofdinhoud

Dordtse Leerregels hoofdstuk 3/4, artikel 2: verdorvenheid geërfd

In het kort

Dordtse Leerregels 3/4, artikel 2 belijdt dat de verdorvenheid van Adam op al zijn nakomelingen is overgegaan. Dat gebeurde niet doordat zij hem nadoen, maar door voortplanting van een verdorven natuur. Alleen Christus is daarvan uitgezonderd. Het artikel noemt dit een rechtvaardig oordeel van God.

De tekst van DL III/IV,2

Zodanig als nu de mens geweest is na den val, zodanige kinderen heeft hij ook voortgebracht, namelijk hij, verdorven zijnde, verdorvene; alzo dat de verdorvenheid, naar Gods rechtvaardig oordeel, van Adam op al zijn nakomelingen (uitgenomen alleen Christus) gekomen is, niet door navolging, gelijk eertijds de Pelagianen gedreven hebben, maar door voortplanting der verdorven natuur.

Tekst: Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.dordtse-leerregels.nl.

Artikel 2 van hoofdstuk 3/4 van de Dordtse Leerregels gaat over de vraag hoe de zonde van Adam bij ons terechtkomt. Artikel 1 beschreef hoe de mens heilig geschapen was en zich door zijn val van Gods gaven beroofde. Artikel 2 trekt die lijn door naar zijn nageslacht. Kort gezegd: de verdorvenheid is geërfd. Wat Adam na de val geworden was, gaf hij door aan zijn kinderen.

Zoals de vader, zo de kinderen

Het artikel begint met 'zodanig als nu de mens geweest is na den val'. Zodanig betekent: van die aard, zo. Zoals Adam na zijn val was, zulke kinderen kreeg hij ook. Het artikel zegt het in een korte herhaling: hij, zelf verdorven, bracht verdorven kinderen voort.

Genesis 5 laat dat zien bij de geboorte van Seth. Adam was naar het beeld van God geschapen. Maar Seth werd geboren "naar zijn gelijkenis, naar zijn evenbeeld", dat wil zeggen: naar het beeld van de gevallen Adam. Job vraagt wie er "een reine geven uit den onreine" zou kunnen. Zijn antwoord is kort: niet één.

Niet door navolging

Daarna wijst het artikel een dwaling af. De verdorvenheid is op ons gekomen 'niet door navolging, gelijk eertijds de Pelagianen gedreven hebben'. Navolging betekent hier: nadoen. Gedreven betekent: met kracht geleerd en volgehouden. De Pelagianen meenden dat Adam zijn kinderen alleen een slecht voorbeeld gaf. Ieder mens zou zelf opnieuw kiezen en pas zondig worden door dat voorbeeld na te volgen.

Het artikel zegt daartegenover: 'door voortplanting der verdorven natuur'. Voortplanting is het verwekken en geboren worden van kinderen. De zonde zit dus niet alleen in wat wij doen, maar in wie wij van nature zijn. David belijdt in Psalm 51: "Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen". Hij beschuldigt zijn moeder niet. Hij erkent dat zijn zonde teruggaat tot zijn begin.

Dat verschil heeft gevolgen. Als de zonde alleen nadoen was, zou een beter voorbeeld genoeg zijn. Maar Jezus zegt: "Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees". Een verdorven natuur heeft geen voorbeeld nodig, maar vernieuwing. Daarover spreken de volgende artikelen van dit hoofdstuk.

Naar Gods rechtvaardig oordeel

Het artikel zegt dat dit gebeurd is 'naar Gods rechtvaardig oordeel'. Dat woord staat er met opzet. Wie hoort dat kinderen verdorven geboren worden, kan vragen of dat wel eerlijk is. Het artikel antwoordt niet met een redenering, maar met de belijdenis dat God hierin rechtvaardig is.

Paulus schrijft dat "door een mens de zonde in de wereld ingekomen is". De dood ging tot alle mensen door, "in welken allen gezondigd hebben". Adam stond niet als een los persoon voor God. In hem viel het hele menselijke geslacht. De Heidelbergse Catechismus zegt in zondag 3 hetzelfde. Onze natuur is in het paradijs zo verdorven geworden, "dat wij allen in zonden ontvangen en geboren worden".

Uitgenomen alleen Christus

Tussen haakjes noemt het artikel één uitzondering: 'uitgenomen alleen Christus'. Uitgenomen betekent: uitgezonderd. Christus werd waarachtig mens, uit de maagd Maria geboren. Toch erfde Hij de verdorvenheid niet. De engel noemt Hem "dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden", omdat de Heilige Geest over Maria zou komen.

Juist daarom kan Hij de Zaligmaker van verdorven mensen zijn. Hij werd in alle dingen verzocht, "doch zonder zonde". Paulus zet Adam en Christus naast elkaar. Door de ongehoorzaamheid van de een zijn velen zondaars geworden. Door de gehoorzaamheid van de Ander worden velen tot rechtvaardigen gesteld. Wie zijn eigen verdorven natuur leert kennen, zoekt zijn redding dus niet bij zichzelf, maar bij Christus.

Bijbelse onderbouwing

  • Genesis 5:3

    “En Adam leefde honderd en dertig jaren, en gewon een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn evenbeeld, en noemde zijn naam Seth.”

    Adam was naar Gods beeld geschapen, maar Seth werd naar het beeld van zijn gevallen vader geboren.

    Uitleg bij Genesis 5

  • Psalm 51:7

    “Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen.”

    David belijdt zijn zonde vanaf zijn ontvangenis, en dat is wat het artikel 'voortplanting der verdorven natuur' noemt.

  • Romeinen 5:12

    “Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.”

    De synode haalt dit vers zelf aan in de eerste verwerping bij dit hoofdstuk: in Adam hebben allen gezondigd.

  • Job 14:4

    “Wie zal een reine geven uit den onreine? Niet een.”

    Uit een onreine komt geen reine voort, zoals het artikel zegt dat de verdorven mens verdorven kinderen voortbracht.

  • Johannes 3:6

    “Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.”

    Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en zo gaat de verdorvenheid volgens het artikel over door geboorte en niet door navolging.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

Pelagius was een monnik die rond het jaar 400 in Rome onderwees. Hij leerde dat Adam zijn nakomelingen alleen door een slecht voorbeeld schaadde, en dat ieder mens zonder zonde kan leven. Augustinus bestreed die leer, en in 418 werd zij door een synode in Carthago veroordeeld. Vandaar dat het artikel spreekt over wat de Pelagianen 'eertijds' leerden.

De remonstranten noemden zich geen Pelagianen. Toch zag de synode in hun spreken over de erfzonde een gevaarlijke verzwakking. De eerste verwerping van dit hoofdstuk wijst de leer af dat de erfzonde op zichzelf niet genoeg is om het hele menselijke geslacht te verdoemen.

Om over door te praten

  1. Wat is volgens artikel 2 het verschil tussen zonde door navolging en zonde door voortplanting van een verdorven natuur?
  2. Waarom noemt het artikel het overgaan van de verdorvenheid een rechtvaardig oordeel van God, en hoe gaat u om met vragen daarover?
  3. Wat betekent het voor u dat Christus als enige van de verdorvenheid is uitgezonderd?
  4. Waar ziet u in uw eigen leven dat de zonde dieper zit dan wat u anderen nadoet?

Verder lezen