Ga naar hoofdinhoud

Leesplan over vergeving

Veertien dagen over vergeving: eerst de genade die God de schuldige schenkt, daarna het vergeven van een ander, met per dag een lezing, vraag en overdenking.

14 dagen
~5-10 min/dag
Makkelijk

Het Leesplan over vergeving leidt u in 14 dagen langs Schriftgedeelten over twee kanten van vergeving: de vergeving die God schenkt en het vergeven van anderen. Elke dag leest u een kort gedeelte in de Statenvertaling, met een vraag en een overdenking. Reken op 5 tot 10 minuten per dag.

Over dit leesplan

Wie de Bijbel leest, komt vergeving telkens weer tegen, en steeds gaat zij uit van God Zelf. De dichter van Psalm 130 belijdt: 'Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt' (Psalm 130:4). Door Hosea zegt de HEERE van Zijn afkerig volk: 'Ik zal hen vrijwilliglijk liefhebben' (Hosea 14:5). En in het nieuwe verbond belooft Hij: 'Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken' (Jeremia 31:34). De eerste week van dit plan staat bij die vergeving stil: bij Micha en bij David, bij de verzoening in Christus, en in de huizen van Simon de Farizeeër en van Zacheüs.

Maar vergeving blijft niet tussen God en de mens alleen. Wie vergeven is, wordt geroepen ook zelf te vergeven: 'gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo' (Kolossenzen 3:13). Dat is vaak het moeilijkste deel. Daarom volgt de tweede week mensen die het zelf moesten doen: Jozef tegenover de broeders die hem verkochten, en Paulus die Filemon vraagt Onesimus weer aan te nemen. Ook de vraag hoe vaak u moet vergeven, met de gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht, en wat u doet met onrecht dat niet wordt rechtgezet, komt aan de orde.

Het plan duurt veertien dagen. Bij elke lezing horen een vraag en een korte overdenking die dicht bij de tekst blijven. Het plan belooft geen snelle oplossing voor wat tussen mensen kapot is gegaan. Het leidt u langs wat de Schrift over vergeving zegt, en bij Wie die vergeving begint.

Voor wie

Geschreven voor wie met eigen schuld rondloopt, voor wie draagt aan wat een ander hem heeft aangedaan, en voor kringen die over vergeving willen doorpraten. Voorkennis is niet nodig. Elke dag staat op zichzelf, zodat u het plan ook in een drukke week kunt volgen.

Wat u leest

  • Zien hoe de Schrift vergeving verbindt met de Naam en het karakter van God

  • Begrijpen dat Gods vergeving haar grond heeft in de verzoening door Christus

  • Lezen hoe mensen die vergeving ontvingen zelf leerden vergeven, van Jozef tot Filemon

  • Leren onderscheiden tussen vergeven, goedpraten en verzoenen

Achtergrond en doel

In het Oude Testament is vergeving verbonden met de Naam van de HEERE. Na de zonde met het gouden kalf maakt Hij Zich aan Mozes bekend als 'barmhartig en genadig' (Exodus 34:6), Die 'de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft' (Exodus 34:7). In hetzelfde vers staat dat Hij 'den schuldige geenszins onschuldig houdt'. Vergeving is in de Schrift dus nooit het wegwuiven van zonde. De offers in de tabernakel laten zien dat er verzoening nodig is. Het Nieuwe Testament ziet die verzoening vervuld in Christus: 'God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende' (2 Korinthe 5:19).

Het doel van dit plan is beide kanten van vergeving samen te lezen. In de vijfde bede van het Onze Vader houdt de Heere Jezus ze bij elkaar: 'En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren' (Mattheüs 6:12). De reformatorische uitleg ziet het vergeven van anderen niet als een voorwaarde waarmee een mens Gods vergeving verdient, maar als de vrucht en het teken ervan. Daarom begint het plan bij wat God doet, en komt het pas in de tweede week bij wat Hij van mensen vraagt. Toch zegt de Heere Jezus er direct een ernstig woord bij: 'zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven' (Mattheüs 6:15). Een hart dat blijvend weigert te vergeven, staat haaks op de genade die het zelf nodig heeft. De gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht op dag 12 houdt die twee bij elkaar.

Het plan is bedoeld voor ieder die vergeving zoekt bij God en ook moeite kent met het vergeven van een ander. Het is geen stappenplan. Vergeven betekent in de Schrift ook niet dat onrecht wordt goedgepraat of dat iemand in een onveilige situatie moet blijven. Jozef op dag 10 en Romeinen 12 op dag 13 laten zien hoe kwaad benoemd wordt en het oordeel aan God gelaten. Wie door een ander diep gekwetst is, doet er goed aan daarover ook met een predikant, ouderling of andere vertrouwde persoon te spreken.

Elke dag leest u een kort gedeelte van drie tot vijfentwintig verzen. Met de vraag en de overdenking erbij bent u vijf tot tien minuten bezig. Op enkele dagen staat eerst één kernvers en daarna het hele gedeelte; dat vers kunt u de dag in meenemen. Wie meer tijd heeft, kan de verwijzingen in de overdenking naslaan.

Dagoverzicht

Bezig met laden…
Bekijk het volledige leesschema
1

Wie is een God gelijk Gij?

Micha 7:18-20

2

Ik heb gezondigd tegen den HEERE

2 Samuël 12:13, 12:1-13

3

Neem deze woorden met u

Hosea 14:2-10

4

Hunner zonden niet meer gedenken

Jeremia 31:34, 31:31-34

5

Het woord der verzoening

2 Korinthe 5:17-21

6

Uw zonden zijn u vergeven

Lukas 7:48, 7:36-50

7

Om te zoeken en zalig te maken

Lukas 19:10, 19:1-10

8

Zevenmaal daags vergeven

Lukas 17:3-10

9

Gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft

Kolossenzen 3:13, 3:12-17

10

Ben ik in de plaats van God?

Genesis 50:19, 50:15-21

11

Als Hij gescholden werd

1 Petrus 2:23, 2:18-25

12

Met barmhartigheid innerlijk bewogen

Mattheüs 18:33, 18:21-35

13

Wreekt uzelven niet

Romeinen 12:19, 12:14-21

14

Neem hem aan, gelijk als mij

Filemon 1:17, 1:1-25

Een dag uit dit leesplan: dag 1

Na hoofdstukken van aanklacht en oordeel eindigt Micha met een vraag vol verwondering: 'Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft' (Micha 7:18).

Micha heeft de zonden van zijn volk zonder omwegen genoemd: onrecht, bedrog en geweld. Des te opvallender is het slot van zijn boek. Hij beschrijft God niet als Iemand Die met tegenzin vergeeft, maar als Hem Die er vreugde in vindt: 'Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid' (Micha 7:18). De beelden die volgen zijn sterk. De ongerechtigheden worden gedempt, en de zonden verdwijnen waar niemand ze meer ophaalt: 'Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen' (Micha 7:19).

Die vergeving staat niet los van wat God eerder beloofde. Micha eindigt bij de trouw aan Jakob en de goedertierenheid aan Abraham, 'die Gij onzen vaderen van oude dagen af gezworen hebt' (Micha 7:20). Wie aan dit plan begint met een last van eigen schuld, of juist met een ander in gedachten, kan hier eerst stilstaan bij Wie God is. De vraag van Micha is geen opdracht. Het is de uitroep van iemand die zich verwondert over een God Die niemand gelijk is.

Wat roept het bij u op dat God 'lust aan goedertierenheid' heeft?

Wat u krijgt

Dagelijks leesschema

Precies weten wat u elke dag moet lezen

Voortgang bijhouden

Vink een dag af en zie waar u gebleven was

Direct naar de tekst

Klik door naar de Bijbeltekst in uw favoriete vertaling

Reflectievragen

Verdiepende vragen om over na te denken

Tips voor dit leesplan

  • Lees de verhalen van dag 6 en dag 7 naast elkaar. In het huis van Simon en in het huis van Zacheüs staan omstanders klaar met hun oordeel over wie de Heere Jezus aanneemt.

  • Denkt u bij dit thema steeds aan één bepaalde persoon, laat dan eerst de tekst spreken over God voordat u de vraag op die persoon betrekt.

  • Lees bij dag 10 ook Genesis 37 en 45, zodat u weet wat Jozef zijn broeders te vergeven had en hoe hij zich aan hen bekendmaakte.

  • Wie dagelijks het Onze Vader bidt, bidt ook om vergeving. Het plan Het Onze Vader in 8 dagen sluit daarom goed op dit plan aan.

Veelgestelde vragen

Waarom begint dit plan bij Gods vergeving en niet bij het vergeven van anderen?
Omdat de Schrift het vergeven van een ander steeds verbindt met de vergeving die een mens zelf ontvangen heeft. Paulus schrijft: 'vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft' (Efeze 4:32). Wie eerst leest hoeveel God vergeeft, leest de oproep om te vergeven niet als een losse opdracht, maar als een antwoord op genade.
Welke dagen gaan over vergeven als de ander geen spijt toont?
Vooral dag 8, 11 en 13. Op dag 8 spreekt de Heere Jezus over vergeven 'indien het hem leed is' (Lukas 17:3): volledige verzoening, waarin een verhouding hersteld wordt, vraagt ook iets van de ander. Toch zegt Hij elders: 'En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand' (Markus 11:25). Dag 11 laat zien dat Christus, als Hij gescholden werd, 'niet wederschold' en het overgaf 'aan Dien, Die rechtvaardiglijk oordeelt' (1 Petrus 2:23). Dag 13 leest Romeinen 12: 'Wreekt uzelven niet, beminden' (Romeinen 12:19). Samen tonen ze een hart dat bereid is te vergeven en de vergelding aan God laat. Bij ernstig onrecht is het goed hierover met een predikant of ouderling te spreken.
Wat leert Jozef op dag 10 over vergeven en onrecht?
Jozef noemt het kwaad bij de naam: 'gij hebt kwaad tegen mij gedacht' (Genesis 50:20). Toch vergeldt hij het niet. Hij antwoordt zijn broeders met een vraag: 'ben ik in de plaats van God' (Genesis 50:19). En hij zorgt voor hen. Vergeven betekent hier dat hij de schuld niet langer zelf wil vereffenen. Dat maakt wat er gebeurd is niet onbelangrijk, en het betekent ook niet dat iemand in een onveilige situatie moet blijven. Het recht ligt in Gods hand, en in deze wereld heeft Hij het ook aan de overheid toevertrouwd.
Hoe weet ik of God mij werkelijk vergeven heeft?
De zekerheid ligt niet in een gevoel, maar in wat God in het Evangelie belooft. Van Christus getuigen de profeten 'dat een iegelijk, die in Hem gelooft, vergeving der zonden ontvangen zal door Zijn Naam' (Handelingen 10:43). En Johannes schrijft: 'Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve' (1 Johannes 1:9). In dit plan klinkt die belofte bij David (dag 2), in het nieuwe verbond (dag 4) en bij de vrouw in het huis van Simon (dag 6). Wie blijft twijfelen, doet er goed aan daarover met een predikant of ouderling te spreken.
Welke dagen lenen zich voor een gesprek in de kring?
De lezingen zijn kort en de dagvragen zijn ook bruikbaar als gespreksvraag. Spreek af dat iedereen dezelfde dag leest en neem in de bijeenkomst één gedeelte samen door. Daarvoor lenen zich vooral de vrouw in het huis van Simon (dag 6), Jozef en zijn broeders (dag 10), de gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht (dag 12) en de brief aan Filemon (dag 14). Geef in de groep ruimte aan wie het vergeven moeilijk vindt; het plan vraagt geen snelle antwoorden.

Verdiep u verder

Andere leesplannen