Ga naar hoofdinhoud

Bij rouw om een kind

Een leesplan van 10 dagen bij rouw om een kind, voor ouders en grootouders: van Psalm 13 tot Openbaring 21, met elke dag een vraag en een korte overdenking.

10 dagen
~3-5 min/dag
Makkelijk

Het leesplan Bij rouw om een kind telt tien dagen voor ouders en grootouders die een kind verloren, ook bij een miskraam of een stilgeboren kind. U leest drie tot vijf minuten per dag in de Statenvertaling, van Psalm 13 via Hagar, David, Rachel en de weduwe van Naïn tot Openbaring 21. Elke dag heeft een vraag en overdenking.

Over dit leesplan

Wie een kind verliest, verliest ook een toekomst die nog moest komen. Dat geldt bij een miskraam en bij een stilgeboren kind, bij een kind dat ziek werd of verongelukte, en ook bij een volwassen zoon of dochter. Vaak is er weinig kracht om te lezen. Dit plan heeft daarom tien korte dagen van drie tot vijf minuten.

U begint bij een klacht: 'Hoe lang, HEERE, zult Gij mij steeds vergeten' (Psalm 13:2)? Daarna leest u over ouders in de Bijbel die om een kind weenden. Hagar gaat een boogschot verder zitten en zegt: 'Dat ik het kind niet zie sterven' (Genesis 21:16). David ligt nachten op de aarde voor zijn zieke kind. Rachel weent over haar kinderen, 'omdat zij niet zijn' (Jeremia 31:15). De Sunamietische brengt haar verdriet aan de voeten van de man Gods. Psalm 139 spreekt over een God voor Wie ook het verborgen begin van een leven niet verholen is. Bij de poort van Naïn gaat de Heere Jezus naar een weduwe toe die Hem niets gevraagd had.

Het plan eindigt bij Maria aan de voeten van de Heere Jezus, Die weent bij het graf, bij de troost van een moeder in Jesaja 66, en bij de belofte dat God 'alle tranen van hun ogen afwissen' zal (Openbaring 21:4). Het verklaart het sterven van uw kind niet, legt geen verband met schuld en spreekt niet uit waar uw kind nu is. Bij elke dag horen een vraag en een korte overdenking; dag 1 staat hieronder als voorbeeld. Bijbellezen vervangt geen gesprek. Zoek ook uw predikant, ouderling of huisarts op wanneer dit zwaar blijft.

Voor wie

Voor vaders en moeders die een kind verloren, kort geleden of jaren terug: bij een miskraam, een stilgeboren kind, een jong kind of een volwassen zoon of dochter. Ook voor grootouders, broers en zussen, en voor ouderlingen, bezoekers en vrienden die met rouwende ouders willen lezen.

Wat u leest

  • In vijf geschiedenissen lezen over moeders en een vader in de Bijbel die om een kind weenden

  • Psalm 13 en Psalm 139 leren kennen als woorden voor klacht en gemis

  • Zien hoe de Heere Jezus omgaat met een moeder achter de baar en met rouwenden bij een graf

  • De belofte van Openbaring 21 naast het gemis leggen, zonder dat het verdriet weggepraat wordt

Achtergrond en doel

Achtergrond: de Bijbel zwijgt niet over het sterven van kinderen. Jakob, die Jozef dood waande, weigert zich te laten troosten en zegt dat hij rouw bedrijvende tot zijn zoon in het graf zal nederdalen (Genesis 37:35). David gaat wenend op naar de opperzaal der poort en zegt onderweg: 'Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom' (2 Samuël 18:33)! Jeremia hoort Rachel wenen over haar kinderen, en Mattheüs schrijft dat die klacht vervuld werd bij de moord op de kinderen van Bethlehem. Zulke klachten worden in de Schrift niet weggepraat, en ze worden tot God gericht.

Doel: dit plan geeft geen verklaring voor het sterven van een kind. Het plan laat zien Wie God is voor rouwende ouders: Hij hoort de stem van een kind in de woestijn, Hij ziet het verborgen begin van een leven, en de Heere Jezus werd 'innerlijk met ontferming' bewogen over een moeder achter de baar (Lukas 7:13). Twee keer leest u een geschiedenis waarin een kind weer levend wordt (2 Koningen 4 en Lukas 7). Die staan er niet als belofte van een uitkomst, maar als een blik op het hart van God en op de macht van Christus over de dood. Waarom dit plan geen verband legt met schuld, en waarom er twee opwekkingen in staan, leest u hieronder bij de vragen. Over het eeuwige lot van een kind doet dit plan geen uitspraak; dat is aan God, en het gesprek daarover hoort bij de predikant of ouderling.

Voor wie: vaders en moeders, ook grootouders, broers en zussen, en wie rouwende ouders bijstaat. Vaders en moeders rouwen niet altijd op dezelfde manier of in hetzelfde tempo; het plan kan samen of ieder voor zich gelezen worden.

Tempo: tien dagen van drie tot vijf minuten. Op de meeste dagen staat eerst één korte kerntekst en daarna het gedeelte. Op een zware dag kunt u het bij die kerntekst laten. Een dag overslaan of herhalen mag; de dagen vormen geen schema dat u moet afronden.

Dagoverzicht

Bezig met laden…
Bekijk het volledige leesschema
1

Hoe lang zult Gij mij vergeten?

Psalm 13:2, 13

2

Dat ik het kind niet zie sterven

Genesis 21:17, 21:14-21

3

Hij zocht God voor dat jongsken

2 Samuël 12:16, 12:16-23

4

Een stem gehoord in Rama

Jeremia 31:15, 31:15-17, Mattheüs 2:16-18

5

Haar ziel is bitterlijk bedroefd

2 Koningen 4:27, 4:18-37

6

Gezien in het verborgene

Psalm 139:13-18

7

Innerlijk met ontferming bewogen

Lukas 7:13, 7:11-17

8

Indien Gij hier geweest waart

Johannes 11:35, 11:28-37

9

Als een, dien zijn moeder troost

Jesaja 66:13, 66:10-14

10

Ik maak alle dingen nieuw

Openbaring 21:4, 21:1-7

Een dag uit dit leesplan: dag 1

David vraagt God viermaal hoe lang het nog duurt, en begint met de zwaarste vraag: 'Hoe lang, HEERE, zult Gij mij steeds vergeten' (Psalm 13:2)?

Psalm 13 begint zonder inleiding. David voelt zich vergeten en ziet het aangezicht van God niet meer. Hij draagt 'droefenis in mijn hart bij dag' (Psalm 13:3) en weet niet hoelang dat nog duurt. Toch spreekt hij God aan als 'HEERE, mijn God' (Psalm 13:4). Aan het slot klinkt een andere toon: 'Maar ik vertrouw op Uw goedertierenheid' (Psalm 13:6). De psalm zegt niet hoeveel tijd er tussen die regels ligt.

Wie een kind verloren heeft, herkent vaak vooral de eerste verzen. Dit plan begint daarom bij een klacht. Het slot van de psalm hoeft u nog niet mee te kunnen zeggen. De vragen van David staan in de Bijbel, en ze zijn tot God gericht; wie zo vraagt, spreekt Hem nog aan. In de dagen hierna leest u over ouders in de Bijbel die om een kind weenden, en over Wie God voor hen was.

Welke vraag uit deze psalm zou u zelf aan God willen stellen?

Wat u krijgt

Dagelijks leesschema

Precies weten wat u elke dag moet lezen

Voortgang bijhouden

Vink een dag af en zie waar u gebleven was

Direct naar de tekst

Klik door naar de Bijbeltekst in uw favoriete vertaling

Reflectievragen

Verdiepende vragen om over na te denken

Tips voor dit leesplan

  • Lees eerst de korte kerntekst en daarna het gedeelte. Op een dag met weinig kracht kunt u het bij de kerntekst laten.

  • Rond een sterfdag, een verjaardag of de datum waarop uw kind geboren zou worden, kan een dag zwaarder vallen. Lees dan alleen de kerntekst, of lees samen met iemand die u vertrouwt.

  • Lezen vader en moeder het plan allebei, dan hoeft dat niet in hetzelfde tempo. Een vraag die de een raakt, kan voor de ander nog te vroeg komen.

  • Wilt u na deze tien dagen verder lezen, dan sluit het plan Als de rouw blijft hierop aan. Dat is bedoeld voor wie lang met gemis leeft, ook jaren later.

Veelgestelde vragen

Is dit plan ook bedoeld bij een miskraam of een stilgeboren kind?
Ja. Het verdriet om een kind dat bijna niemand heeft gezien, wordt door anderen soms klein gemaakt. Op dag 6 leest u Psalm 139, waar David belijdt: 'Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien' (Psalm 139:16). Die psalm gaat over David zelf, maar zegt iets over God: wat voor mensen verborgen is, is voor Hem niet verholen. Het plan is ook bedoeld voor wie een jong kind of een volwassen zoon of dochter verloor.
Waarom staan er geschiedenissen in waarin een kind weer levend wordt?
Op dag 5 en dag 7 leest u hoe de zoon van de Sunamietische en de zoon van de weduwe van Naïn weer levend worden. Die geschiedenissen staan er niet als belofte dat het u ook zo zal gaan, en ze zeggen niets over de sterkte van uw geloof. Ze laten zien hoe God naar rouwende moeders kijkt, en dat Christus macht heeft over de dood: 'Ik heb de sleutels der hel en des doods' (Openbaring 1:18). Zijn die dagen voor u te zwaar, dan kunt u ze overslaan.
Zegt dit plan iets over waar mijn kind nu is?
Nee. Het plan doet geen uitspraak over het eeuwige lot van een kind. Die vraag is te groot en te persoonlijk voor een leesplan, en u hoeft haar niet alleen te dragen. Bespreek haar met uw predikant of ouderling. De kerk heeft daarover wel iets beleden, in de Dordtse Leerregels (hoofdstuk I, artikel 17) over de kinderen van gelovigen; uw predikant kan met u lezen wat daar staat en voor wie het geschreven is. In het plan zelf leest u Wie God is voor ouders die rouwen: Hij hoort en Hij ziet, en de Heere Jezus weende bij het graf.
Heeft het sterven van mijn kind met schuld te maken?
Dit plan legt dat verband niet. Op dag 3 leest u hoe David God zocht voor zijn zieke kind. In dat hoofdstuk verbindt Nathan de ziekte van het kind met de zonde van David (2 Samuël 12:14), maar dat is de geschiedenis van David en geen verklaring voor het sterven van een ander kind. Toen de discipelen bij een blindgeborene naar de schuld van de ouders vroegen, zei de Heere Jezus: 'Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders' (Johannes 9:3). Daarmee zegt Hij niet dat zij zonder zonde waren, maar wel dat deze blindheid geen straf was voor een bepaalde zonde van hen.
Wat als het lezen het verdriet juist zwaarder maakt?
Dat kan gebeuren, zeker in de eerste tijd of rond een sterfdag. Een dag overslaan of het plan een tijd wegleggen is geen tekort. U kunt ook iemand vragen het gedeelte voor te lezen. Bijbellezen vervangt geen gesprek. Zoek ook uw predikant, ouderling of huisarts op wanneer dit zwaar blijft.

Verdiep u verder

Andere leesplannen