Ga naar hoofdinhoud

Gebeden voor kracht en groei

Gebed bij het Achtste Gebod

Neemt u het in kleine dingen niet altijd nauw? Een gebed bij het achtste gebod om eerbied voor andermans goed en trouw werk voor wie nood heeft. Met Efeze 4:28.

Gebed bij het Achtste Gebod

“Alle goed komt van U, HEERE; wat ik heb, heb ik niet van mijzelf. Ook wat mijn naaste bezit, komt uit Uw hand; dat leert het achtste gebod.

Bewaar mij voor elke list om andermans goed naar mij toe te trekken, in het klein en in het groot. Geef dat ik trouw werk, zodat ik de nooddruftige kan helpen.

Als een Vader zorgt U voor mij. Om Christus’ wil. Amen.”

Bijbelteksten bij dit gebed

Efeze 4:28

Lees uitleg →

“Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebbe mede te delen dengene, die nood heeft.”

Spreuken 30:8-9

Lees uitleg →

“Ijdelheid en leugentaal doe verre van mij; armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels; Opdat ik, zat zijnde, U dan niet verloochene, en zegge: Wie is de HEERE? of dat ik, verarmd zijnde, dan niet stele, en den Naam mijns Gods aantaste.”

Tips bij dit gebed

  • Kijk eens na of u iets in huis hebt dat niet van u is, en geef het terug.

  • Bid met Spreuken 30:8-9 om genoeg: niet zoveel dat u God vergeet, niet zo weinig dat u in nood komt.

  • Zet bewust een deel van uw inkomen apart voor mensen in nood, bijvoorbeeld via de diaconie.

Meer dan niet stelen

Een boek dat u ooit leende en nooit terugbracht, wisselgeld dat u te veel terugkreeg en hield, een uur dat u als gewerkt opschreef: zelden voelt dat als stelen. Toch noemt de Heidelbergse Catechismus in Zondag 42 (vraag 110) niet alleen diefstal en roof, maar alle listen waardoor iemand het goed van een ander naar zich toe trekt: met geweld of met schijn van recht, met vals gewicht of valse maat, met woeker.

Ook gierigheid en het nutteloos verkwisten van Gods gaven vallen eronder. Zo raakt het gebod de werkvloer, het lenen en uitlenen, en de manier waarop u met geld omgaat. Wie eerlijk naar zichzelf kijkt, vindt hier gauw iets om te belijden.

Werken om te kunnen geven

Vraag 111 zegt wat God wel gebiedt: dat u het nut van uw naaste bevordert waar u kunt, met hem omgaat zoals u wilt dat men met u omgaat, en trouw werkt "opdat ik den nooddruftige helpen moge". Efeze 4:28 zegt hetzelfde: wie gestolen heeft, moet gaan werken, "opdat hij hebbe mede te delen dengene, die nood heeft".

Zo wordt werk meer dan geld verdienen voor uzelf. Het wordt een manier om anderen te dienen. Spreuken 30:8-9 laat zien dat het hart zowel door rijkdom als door armoede in verzoeking kan komen; daarom bidt de schrijver om "het brood mijns bescheiden deels".

Veelgestelde vragen

Valt zwartwerk of sjoemelen met declaraties ook onder stelen?

De catechismus noemt in vraag 110 ook wat gebeurt met "schijn des rechts": iets wat er op papier netjes uitziet, maar een ander of de gemeenschap benadeelt. Wat u niet eerlijk aan uw werkgever of de belastingdienst zou durven uitleggen, verdient een tweede blik. Vraag bij twijfel raad aan iemand die u durft tegen te spreken.

Is verspilling ook een vorm van stelen?

De catechismus noemt de onnutte verkwisting van Gods gaven in één adem met diefstal. Wat God u geeft, is niet alleen voor uzelf bedoeld. Wie verspilt, onthoudt iets aan wie het nodig heeft.

Hoe maakt u het goed als u iets genomen hebt?

Belijd het voor God en geef terug wat u kunt, zoals Zacheüs deed (Lukas 19:8). Kan dat niet meer, zoek dan een eerlijke andere weg, bijvoorbeeld een gift aan wie in nood is. Een gesprek met een ambtsdrager kan helpen om de juiste stap te vinden.

Wilt u een persoonlijk gebed?

Stel uw vraag aan de BijbelAssistent en ontvang een gebed op maat, met bijbelverwijzingen.

Meer gebeden

Bijbeltekst en psalm bij dit gebed

Verdiep u verder